Voor artsen

• Hoe vertelt u slecht nieuws aan een hepatitis C patiënt(e)?

Vele dokters hebben de neiging om het mooier te maken dan het is, willen iets positiefs zeggen. Vuren na het meedelen van het slechte nieuws heel veel informatie af op de patiënt, zonder zich af te vragen of de patiënt wel meer wil horen, of de patiënt in staat is tot luisteren. Patiënten die net slechte nieuws vernomen hebben horen dikwijls niet meer wat volgt, ze zijn volkomen blanco. Wat de inhoud van het slechte nieuws ook mag zijn, de techniek van het slecht-nieuwsgesprek is in theorie bijzonder eenvoudig.

  • Fase één is samen te vatten in de stelregel: deel de klap binnen twee minuten uit. U opent het gesprek door te vertellen dat u slecht nieuws hebt en vertelt onmiddellijk wat het slechte nieuws is. Het beste is dus om het slechte nieuws direct te vertellen. Dan weet de patiënt waar hij aan toe is. En voor u dokter is het prettig, u bent immers je ei kwijt. Zo kan u zich beter concentreren op de reacties van de patiënt. U zal zeggen dat u niet graag met de deur in huis valt. Hecht u meer belang aan de waarde van beleefdheid dan aan directheid? Daar kan u ook rekening mee houden door in het inleidend gesprek te benadrukken dat u al het mogelijke gedaan hebt om de ander te helpen of dat u zo gehoopt had dat het virus weg zou blijven, maar desondanks… En dan komt het slechte nieuws. Hoe dan ook, belangrijk blijft dat u duidelijk bent.
  • Als u zeker weet dat het nieuws is overgekomen, dan kan fase twee in werking treden. Immers na elk verlies volgt een periode van roje. U krijgt hier de gelegenheid om je patiënt te begeleiden. Als arts die het slechte nieuws brengt hebt u die verantwoordelijkheid immers. De eerste reactie van de patiënt is meestal uniform. Men wordt soms emotioneel en vaak boos. “Waarom moet mij dat overkomen? Hoe heb ik dit virus kunnen oplopen? Ik loop al lang zo moe, waarom heeft mijn huisarts me niet sneller doorgestuurd?” Wat u in deze tweede fase van het gesprek probeert, is een aanzet te geven tot verwerking. U luistert naar de reacties en toont begrip voor de gevoelens van de ander. U kan deze reacties benoemen: “Ik merk dat je deze uitslag niet verwacht had”. Of: “Ik zie dat je boos bent.” Door emoties te benoemen, krijg je er vat op. Daarmee begint het verwerkingsproces. Die empatische reactie is voor veel dokters lastig. Als ze zien dat iemand verdriet heeft, dan willen ze meteen een oplossing aandragen. U moet leren om niet direct iets terug te willen doen, om niet die gevoelens weg te willen nemen. Accepteer dat de ander negatieve gevoelens heeft. Pas later kan u, zoals dat genoemd wordt, frustatiereducerende informatie geven.
  • Na het opvangen van de reacties volgt fase drie. Daarin besteedt u aandacht aan de toekomst. Het is de fase van het probleemoplossen, kijken hoe het nu verder moet. Belangrijk is hierbij dat u niet te snel in deze fase schiet omdat u de reacties van de patiënt niet kan verdragen. Eigenlijk is deze fase het minst belangrijk. Het “uitdelen van de klap” en het vervolgens verwerken van de emoties is het belangrijkste.
  • Na de eerste mededeling, het tijd laten voor de reacties, deze reacties benoemd te hebben en eventueel reeds stilgestaan te hebben bij de vraag wat nu gedaan, maakt u best een volgende afspraak. Adviseer de mensen om er met anderen over te praten en voor het volgend gesprek alle vragen op te schrijven. In een tweede gesprek gaat u dieper in op het verdere verloop, het verdere beleid. De diagnose ‘hepatitis C’ is immers geen doodvonnis.