• HEP C SYMPTOMEN ONDER CONTROLE HOUDEN. 2010
• INTERACTIE HEPATITIS C PROTEÃNE GEÃDENTIFICEERD.5 januari 2011
• HEP C ADVIES: WAAR ZOUT ZICH VERBERGT… 7 januari 2011
• HEPATITIS C MEDICIJN ANA598 EVOLUEERT NAAR FASE II B. 10 januari 2011
• IP-10 EIWITNIVEAUS VOORSPELLEN RESULTAAT VAN HEP C BEHANDELING. 11 januari 2011
• UPDATE OVER HEP C KANDIDAAT-MEDICIJNEN VAN PHARMASSET. 11 januari 2011
• BOCEPREVIR OFFICIEEL OP SNELSPOOR. 12 januari 2011
• VROEGE HEP C STUDIEGEGEVENS TONEN AAN DAT INX-189 EFFECTIEF IS. 14 januari 2011
• TWEE SUPPLEMENTEN KUNNEN ANTIVIRALE BEHANDELING VAN HEP C VERSTERKEN. 19 januari 2011
• BAVITUXIMAB SCHITTERT IN FASE II HEPATITIS C STUDIE. 20 januari 2011
• BETERE MEDICIJNEN, HEP C TESTEN EN BABYBOOMERS. 24 januari 2011
• TELAPREVIR KRIJGT SNELLE RECENSIE VAN FDA. 25 januari 2011
• BLOEDARMOEDE DOOR HEP C MEDICIJNEN KAN GENETISCH BEPAALD WORDEN. 3 februari 2011
• NOG EEN REDEN VOOR HEP C PATIËNTEN OM ZICH TE ONTHOUDEN VAN ALCOHOL. 3 februari 2011
• HET VERENIGD KONINKRIJK PAKT HEP C AAN MET EEN KLINISCHE DATABASE VAN 10 000 GEGEVENS. 7 februari 2011
• EEN VERWARRENDE RELATIE: CHRONISCHE HEP C EN CARDIOVASCULAIRE GEZONDHEID. 9 februari 2011
• ACTIVERING IMMUUNSYSTEEM HERGEBRUIKT VOOR ONTWIKKELING HEP C THERAPIE. 17 februari 2011
• HEP C MEDICIJN VAN INHIBITEX OP SNELSPOOR. 17 februari 2011
• MENSELIJKE PROEVEN MET HEP C MEDICIJN BEGINNEN. 21 februari 2011
• HEPATITIS BESEF: 10 RISICO’S VOOR LEVERKANKER. 28 februari 2011
• HEPATITIS B EN C ONDERZOEK KRIJGT FONDSEN TOEGEWEZEN IN AZIË. 1 maart 2011
• GEEN ZIEKTEVERZEKERING BETEKENT OOK GEEN HEPATITIS C THERAPIE. 2 maart 2011
• VORDERINGEN GEBOEKT BIJ PREVENTIEF VACCIN TEGEN HEPATITIS C. 2 maart 2011
• GENETISCHE TESTEN VOOR HEP C THERAPIE ZIJN ROUTINE BIJ SCRIPPS HEALTH. 8 maart 2011
• IS KOFFIE EEN VERSTANDIGE TOEVOEGING VOOR EEN HEPATITIS C THERAPIE? 9 maart 2011
• INTERFERON-VRIJ COMBO VERPLETTERT HET HEPATITIS C VIRUS. 15 maart 2011
• VOORKOMEN VAN HERINFECTIE MET HEP C NA TRANSPLANTATIE. 22 maart 2011
• VOLGENDE FASE VOOR HEP C MEDICIJN VAN BIOTRON. 23 maart 2011
• ZIJN DE EPSTEIN-BARR EN HEPATITIS C VIRUSSEN VERBONDEN? 28 maart 2011
• HEPATITIS C HOOPT OP GOEDE PUNTEN VOOR PPI-461 IN FASE I B STUDIE. 31 maart 2011
• DE TOEKOMST ZIET ER ROOSKLEURIG UIT VOOR HCV PATIËNTEN DIE NIET REAGEERDEN OP DE HUIDIGE BEHANDELINGEN. 31/3/2011
• FLUVASTATINE VERBETERT CHRONISCHE HEPATITIS C BEHANDELINGSRESPONS IN COMBINATIE MET GEPEGYLEERDE INTERFERON-ALFA EN RIBAVIRINE. 31/3/2011
• HET BELANG VAN BELEIDSMAATREGELEN OM DE INSPANNINGEN TE ONDERSTEUNEN OM HCV GERELATEERDE STERFGEVALLEN TEGEN 2025 TERUG TE DRINGEN IN HEEL EUROPA. 31 maart 2011
• EERSTE VACCIN VOOR VIRALE HEPATITIS C KAN WERKELIJKHEID WORDEN. 1 april 2011
• NIEUWE STUDIES GEVEN GUNSTIGE INZICHTEN VOOR DE UITBREIDING VAN HET BESTAND VAN LEVERENTINGEN EN TRANSPLANTATIES. 1 april 2011
• EXPERIMENTELE COCKTAIL VAN BRISTOL-MYERS OVERTREFT HEPATITIS C BEHANDELING. 7 april 2011
• COMBINATIETHERAPIE PLUS FLUVASTATINE VERBETERT HEP C RESULTAAT. 7 april 2011
• ANTIDEPRESSIVA VERBETEREN HEP C THERAPIETROUW. 12 april 2011
• CHEMIE VAN TELAPREVIR VERSNELT HCV BEHANDELINGSTIJD. 12 april 2011
• EENMAAL DAGELIJKS BI201335 VERHOOGT RESPONS OP INTERFERON BIJ HEPATITIS C. 15 april 2011
• BMS-790052/BMS-650032 COMBO GENEEST HEPATITIS C ZONDER INTERFERON. 18 april 2011
• BMS-790052 + GEPEGYLEERDE INTERFERON/RIBAVIRINE WERKT GOED ALS EERSTE HCV BEHANDELING. 18 april 2011
• ZIJN VROEGE MENOPAUZE EN HEP C BEHANDELINGSRESPONS VERBONDEN? 19 april 2011
• VERSTERKTE DANOPREVIR VERBETERT RESPONS BIJ EERDERE NUL-RESPONDERS. 20 april 2011
• IL28B DIAGNOSTISCHE TEST NU OVERAL BESCHIKBAAR. 20 april 2011
• DIENT U KOKOSOLIE OP TE NEMEN IN UW HEP C WELLNESS PLAN? 22 april 2011
• ZEVEN TIPS OM HCV THERAPIETROUW TE VERSTERKEN. 22 april 2011
• TEGOBUVIR WERKT GOED IN DRIEDUBBELE EN VIERDUBBELE REGIMES VOOR HCV. 27 april 2011
• VERSTERKTE ABT-450 VERBETERT VROEGE RESPONS OP INTERFERON BIJ HEP C. 27 april 2011
• IDERA STELT STUDIE UIT VAN IMO-2125, EEN TLR9 AGONIST VOOR HEPATITIS C. 29 april 2011
HEP C SYMPTOMEN ONDER CONTROLE HOUDEN.
Originele titel: What You Need To Know: a guide to hepatitis C.
Bron: www.hep.org.au 2010.
Als je meer leert over hep C kan dit je helpen je ziekte te aanvaarden, beter om te gaan met symptomen en je levensstijl aan te passen zodat hep C minder invloed heeft op je levenskwaliteit. Je kan je aanpassen door de hoeveelheid alcohol die je drinkt te verminderen, gezond en evenwichtig te eten, verstandig te sporten, stress te controleren, genoeg uit te rusten en te stoppen met roken. Je huisarts zal mogelijk voorstellen je leverfunctie te blijven controleren, je vaccinaties te geven voor hep A en hep B en je te behandelen voor hep C.
Alcohol
Als je het gevoel hebt dat alcohol je ziek maakt, probeer dan een tijdje niet te drinken om te kijken of je je beter voelt. Je loopt trouwens een hoger risico op leverschade als je hep C hebt en alcohol drinkt. Minder alcohol gebruiken kan de eerste stap zijn om het risico op ernstige leverschade te verminderen.
Vaccinaties voor hep A en B
Als je al hep C heb en daarna hep A of hep B oploopt, kan je ernstige leverschade ontwikkelen. Als uit bloedtesten blijkt dat je nog niet immuun bent voor hep A of hep B, dan laat je je beter voor beide vaccineren.
Medicatie en je lever
Het is belangrijk dat je met je huisarts praat over je medicatie met of zonder voorschrift en dat je zijn aanwijzingen opvolgt. Je praat best met je specialist over al je medicatie als je ernstige leverziektes hebt ( bv. cirrose).Paracetamol is het veiligste analgeticum (pijnstiller) dat de pijn snel vermindert wanneer je hep C hebt. Als je echter te veel alcohol drinkt, medicatie neemt die paracetamol neutraliseren of al een paar dagen niet hebt kunnen eten, neem je beter niet meer dan twee gram per dag (vier tabletten van 500 mg). Je neemt deze dagelijkse dosis ook beter als paracetamol vaak gebruikt (bv. voor artritis). Voor meer informatie kan je bij je huisarts terecht.
Methadon of buprenorfine en hep C
Veel mensen die worden behandeld voor een drugverslaving (met methadon of buprenorfine) hebben hep C. Deze medicijnen verlichten de pijn en kunnen de symptomen van hep C en tekenen van leverschade verbergen. Mensen die worden behandeld met deze medicijnen praten best met hun huisarts die hun ziekte regelmatig kan opvolgen.
Omgaan met symptomen
Je moet zeker weten dat je misschien niet ziek wordt van hep C of er ernstig wordt door getroffen. Veel mensen met hep C beginnen zich echter wel ziek te voelen na tien tot vijftien jaar. Hieronder vind je een lijst van de meest voorkomende symptomen die je kan ondervinden. De ziektesymptomen worden niet altijd erger en soms komen ze voor in clusters (meerdere tegelijk). Medicatie met of zonder voorschrift worden vaak aangeraden om sommige symptomen te helpen bestrijden. Omdat sommige medicijnen je lever kunnen beschadigen, moet je altijd advies vragen aan je huisarts de aanbevolen dosis volgen.
Vermoeidheid en slaapproblemen
Veel mensen met hep C zullen zich op een bepaald moment vermoeid voelen. Vermoeidheid is een gevoel van moeheid en een gebrek aan energie. Vermoeidheid kan door andere dingen worden veroorzaakt (bv. stress, een druk leven of andere gezondheidsproblemen), dus als je hier last van hebt, vertel je dit best aan je huisarts. Slaapproblemen zijn onder andere moeilijk in slaap vallen, vaak wakker worden of te veel slapen ( acht uur per nacht is meestal voldoende voor een volwassene). Slaapproblemen kunnen je levenskwaliteit beïnvloeden waardoor je je geïrriteerd of vermoeid voelt.
- Zo gezond mogelijk blijven kan helpen tegen vermoeidheid en slaapproblemen
- Korte dutjes overdag lijken te helpen maar daardoor kan je ’s nachts mogelijk minder goed slapen. Je kan bijvoorbeeld op een vast tijdstip gaan slapen om je biologische klok te herstellen
- Probeer je dag niet te vol te plannen en probeer niet te sporten voor je gaat slapen. Wanneer je je beter voelt, kan je meer doen zoals grote hoeveelheden koken om in te vriezen en later op te eten
- Kleine maaltijden geven je vaak meer energie
- Drink beter ‘s avonds of in de late namiddag geen cafeïne. Probeer eens warme melk, jasmijn- of kamillethee voor je gaat slapen of gebruik een lavendelgeur in je slaapkamer ’s Nachts oordopjes dragen kan voor minder afleiding zorgen en je helpen beter te slapen
- Slaapmiddelen kunnen ook helpen
Griepachtige symptomen
De griepachtige symptomen kunnen plots opduiken en weer verdwijnen. Meestal duren ze een week, maar soms ook langer. De symptomen zijn onder andere koorts, rillingen, hoofdpijn, vermoeidheid en spier- of gewrichtspijn. Omdat deze symptomen andere medische problemen kunnen verbergen, praat je er best over met je huisarts.
- Lichte fysieke inspanningen verhogen de bloedcirculatie naar de gewrichten en spieren en kunnen stijfheid verminderen. Warme kompressen, een warm bad of een massage kunnen ook helpen
- Koorts en spierpijn kunnen worden behandeld met medicijnen zonder voorschrift
Humeurwisselingen, angstaanvallen en depressie
Een aantal Hep C symptomen kunnen zijn: een hopeloos of hulpeloos gevoel, geïrriteerdheid, ongeïnteresseerdheid in je gewone bezigheden en lange periodes van bedroefdheid. Omdat deze symptomen kunnen worden veroorzaakt door andere gezondheidsproblemen, praat je er best over met je huisarts.
- Probeer een therapie, ontspannende activiteiten, steungroepen en zelfhulpboeken
- Dagelijkse inspanningen zoals wandelen, zwemmen of massages kunnen je opbeuren
- Medicatie tegen angstaanvallen en depressies kunnen helpen
Hersenmist
Je kan het moeilijk krijgen om helder te denken en je te concentreren. Je vindt de juiste woorden niet of voelt je gewoon mentaal moe. Hersenmist kan opduiken en weer verdwijnen en kan te maken hebben met depressie en angststoornissen. Het kan worden veroorzaakt door andere medische problemen, dus praat er best over met je huisarts.
- Maak lijstjes en briefjes van belangrijke dingen die je moet onthouden
- Geef jezelf meer tijd om taken af te werken
- Praat met iemand die je vertrouwt voor je grote beslissingen neemt
Leverpijn of ongemak
Hep C kan pijn veroorzaken in de buik, rechtsonder de ribben (waar de lever ligt). Praat met je huisarts want andere medische problemen kunnen deze pijn veroorzaken.
- Het kan helpen een warmtekompres op de lever te leggen, vooral ’s nachts
- Als je regelmatig alcohol drinkt, probeer er dan even mee te stoppen en kijk of het helpt
- Medicijnen zonder voorschrift kunnen helpen
Een ziek gevoel, weinig eetlust en indigestie
Hep C kan je buikpijn geven (misselijkheid), wat je eetlust kan beïnvloeden. Hoewel je meestal niet moet overgeven, kan het wel heel ongemakkelijk zijn.
- Probeer een tijdje geen grote of vetrijke maaltijden te eten om te zien of dit een impact heeft
- Als de geur van koken je misselijk maakt, probeer dit dan te vermijden door bevroren of op voorhand gemaakte maaltijden op te warmen
- Acidophilusyoghurt, vitamine B6 en kamillethee kunnen misselijkheid verminderen. Gember kan ook helpen dus probeer verse gember bij je maaltijd, gembertabletten, gemberbier of gemberthee
- Eet bitter voedsel (bv. olijven, raketsla) voor grote maaltijden om je vertering te bevorderen
- Drink geen vloeistoffen tijdens de maaltijd en ga het eerste halfuur nadat je hebt gegeten niet liggen
Huiduitslag en jeuk
Met hep C kunnen de klachten over huiduitslag opduiken en weer verdwijnen. De klachten kunnen zijn: jeuk, blaren, witte vlekjes, strakke huid, spinnenwebpatronen en paarse vlekken. Ze kunnen voorkomen op de handpalmen, voetzolen, algemeen op de huid en in de mond.
- Vermijd sterk geparfumeerde zepen en shampoos. Sorbolenecrème kan tijdens het wassen worden gebruikt in plaats van zeep. Gebruik een ongeparfumeerde, huidbevochtigende crème om droge huid te verminderen
- Laat de huid weken in zout water. Houd de houd fris, vermijd warme douches of baden, probeer minder te zweten en probeer je huid minder bloot te stellen aan de zon. Probeer niet te krabben want hierdoor wordt de jeuk erger
- Als het nodig is, spreek je best met een apotheker of huisarts om de jeuk te verminderen met medicatie met of zonder voorschrift
Droge ogen
Hep C kan droge ogen veroorzaken. Dit kan zijn doordat de traanklieren ontstoken zijn.
- Vermijd rook, rechtstreekse wind of airconditioning
- Probeer oogzalf of –druppels te gebruiken
- Droge mond en zweren
Hep C kan voor een droge mond zorgen. Dit kan leiden tot slechte adem, gebarsten lippen en een pijnlijke mond en keel. Het kan ook zorgen voor problemen bij het eten en slikken, mondzweren, tandbederf en tandgevoeligheid.
- Ga twee keer per jaar naar de tandarts voor een routinecontrole
- Vermijd pikant of sterk gekruid eten dat een droge mond kan irriteren. Kies voor zacht, geplet of gehakt eten als eten pijnlijk is
- Zorg voor een goede mondhygiëne door regelmatig te poetsen en flossen, vooral na de maaltijd en voor je gaat slapen. Probeer je mond eens met zout water te spelen en te gorgelen met een zacht mondspoelmiddel
- Gebruik lippenbalsem. Hou je mond vochtig door regelmatig een beetje water te drinken. Suikervrije kauwgom kan de speekselproductie stimuleren
- Tandengel voor baby’s kan de pijn van zweren verlichten
- Probeer mondhygiëneproducten die het ongemak van een droge mond verminderen (zoals mondspoelmiddelen, tandpasta, vochtinbrengende gel en kauwgom)
Andere minder bekende symptomen van hep C
Hep C kan in verband worden gebracht met andere gezondheidsproblemen zoals bloed-, nier- en huidproblemen en ziektes van het lymfe- en zenuwstelsel. Praat met je huisarts of specialist voor meer informatie.
INTERACTIE HEPATITIS C PROTEÃNE GEÃDENTIFICEERD.
Originele titel: Hepatitis C Protein Interaction Identified
Bron: www.eurekalert.org, 5 januari 2011
Onderzoekers van het Scripps Instituut hebben een eiwit geïdentificeerd dat inwerkt op het hepatitis C virus, om zijn replicatie mogelijk te maken. Omdat het blokkeren van deze interactie het vermogen van het virus om zich te reproduceren kan schaden, zou de ontdekking van Scripps kunnen leiden tot een nieuwe focus voor de volgende generatie hepatitis C medicijnen.
Wetenschappers van het Scripps Research Institute (campus Florida) hebben een moleculaire interactie bepaald tussen een structureel eiwit van het hepatitis C virus (HCV) en een eiwit dat van cruciaal belang is voor de virale replicatie. Deze nieuwe vondst wijst sterk op een nieuwe werkwijze om de productie van het virus te remmen en op een potentieel nieuw therapeutisch doel voor de ontwikkeling van hepatitis C geneesmiddelen.De studie werd gepubliceerd in het nummer van januari 2010 (Deel 92, Deel 1) van het Journal of General Virology.Deze nieuwe gegevens onderstrepen de essentiële rol van het virale eiwit, bekend als “kern”, als primaire organisator van de assemblage van besmettelijke HCV deeltjes, en ze ondersteunen een nieuw moleculair begrip over de vorming van het virale deeltje zelf.
“Hoewel onze bevinding, dat de HCV kern inwerkt op het niet-structurele ‘helicase eiwit’, niet geheel onverwacht was, werd dit toch nog niet echt bevestigd voor dit onderzoek plaatsvond”, zei professor Donny Strosberg, leider van het onderzoek in het Scripps Instituut in Florida. “Maar het meest spannende deel is dat kleine moleculeremmers van dimerisatie van de kern [het samenvoegen van twee identieke subeenheden] eigenlijk de interactie tussen kern en helicase remmen, waardoor ze dus mogelijk de productie van een besmettelijk viraal deeltje voorkomen”.
Het hepatitis C virus infecteert tussen 130 en 170 miljoen mensen wereldwijd en het is de oorzaak van epidemische levercirrose en kanker. Omdat de huidige HCV behandelingen slechts gedeeltelijk doeltreffend zijn, worden er een aantal alternatieve moleculaire mechanismen actief nagestreefd als mogelijk doel voor medicijnen.Eén van de kritieke problemen bij het vinden van remmers voor het hepatitis C virus is dat het zo wonderbaarlijk muteert. Een RNA virus, zoals hepatitis C, kan muteren in een tempo van naar schatting een miljoen keer dat van DNA virussen, zoals het herpesvirus.Met dit in gedachten, bestudeerde Strosberg het ‘kerneiwit’, het meest geconserveerde eiwit bij alle HCV genotypen. Dit kerneiwit speelt een essentiële rol in de virale cyclus binnenin de ‘gastheercel’. Het is vooral belangrijk in de assemblage van de ‘nucleocapside’ of ‘capside’ van hepatitis C, een essentiële stap in de vorming van infectieuze virale deeltjes. De ‘nucleocapside’ is het genoom van het virus dat beschermd wordt door een eiwitmantel. Door de interactie met verschillende structurele en niet-structurele virale eiwitten, speelt de kern een essentiële rol in de HCV cyclus, tijdens de assemblage en de vrijgave van het besmettelijke virus, alsmede in het demonteren van virale deeltjes bij het binnenkomen van gastheercellen. De kern werkt eveneens samen met een aantal cellulaire eiwitten, waardoor hij eventueel bijdraagt tot de ontwapening van diverse afweermechanismen van de gastheercel en tot de activering van ‘oncogene’ routes.Vorig jaar ontwikkelde Strosberg een nieuwe kwantitatieve test voor de controle van deze eiwit/eiwit interacties, met het specifieke doel om remmers van de kerndimerisatie te identificeren, wat de productie van het virus zou blokkeren. Strosberg en zijn collega’s ontdekten ‘peptiden’, afgeleid van het kerneiwit van hepatitis C, die niet alleen de dimerisatie van het kerneiwit remden, maar ook de productie van het werkelijke virus.Deze eerdere studie leidde tot de ontdekking van ‘niet-peptide’, kleine organische moleculen, die de HCV productie sterk remden. Eén van deze moleculen, SL201, werd gebruikt in de nieuwe studie.In de nieuwe studie richtten Strosberg en zijn collega’s zich op niet-structurele eiwitten, die zorgden voor functies met betrekking tot de HCV productie, met name ‘NS3 helicase’. De bevindingen van de wetenschappers ondersteunen een groeiende hoeveelheid bewijsmateriaal van het feit dat dit eiwit participeert in de assemblage en in de productie van infectieuze virale deeltjes. De interactie van het kerneiwit met deze niet-structurele eiwitten bevestigt ook dat de kern een belangrijke organisator is van de assemblage van het virus en suggereert dat deze kern handelt om de verpakking en de integratie van het nieuw gesynthetiseerde virale RNA te vergemakkelijken.
> Overzicht
HEP C ADVIES: WAAR ZOUT ZICH VERBERGT…
Originele titel: Hep C Advisory: Where Salt Hides
Bron: www.hepatitis-central.com, 7 januari 2011
Ook bekend als zout, komt natrium overdreven overvloedig voor in veel voedingsmiddelen – een overvloed die iemand met een gevorderde hepatitis C infectie in gevaar zou kunnen brengen.
Hepatitis C wordt een ‘stille epidemie’ genoemd, omdat symptomen zelden tevoorschijn komen voordat het virus onherstelbare schade aan de lever veroorzaakt heeft. Een groot percentage van de besmette Amerikanen komt helaas alleen iets te weten over hun ziekte nadat hepatitis C ernstige littekens achtergelaten heeft op hun lever. Klinisch bekend als cirrose, vereist leven met deze ernstige leverlittekens extra kennis van verzwarende factoren. Naast de volledige eliminatie van alcohol, is het terugdringen van de opname van natrium één van de eerste dingen die iemand met cirrose moet leren doen. Veel mensen kunnen het tafelzoutvaatje aanwijzen als hun primaire bron van natrium, maar er zijn veel voedselbronnen die heimelijk astronomische hoeveelheden zout bevatten.
Naar schatting vier tot vijf miljoen Amerikanen zijn momenteel besmet met hepatitis C, een leverinfectie die een levenslange ziekte wordt voor de meerderheid. Als patiënten met chronische hepatitis C niet in staat zijn om het virus uit hun lichaam te elimineren, kan er progressieve schade aan de lever ontstaan. Wanneer de snelheid van de schade aan levercellen het vermogen van het lichaam om nieuwe levercellen te regenereren overtreft, accumuleert het littekenweefsel. In de loop van vele jaren leidt dit tot cirrose, een opstapeling van littekenweefsel die de topografie van de lever wijzigt: de lever wordt een hard, gekrompen orgaan, dat sub-optimaal functioneert.
De belangrijkste reden waarom iemand met cirrose zout moet voorkomen, heeft te maken met de hoeveelheid vocht die vastgehouden wordt in het lichaam:
- Door het principe van ‘osmose’ trekt zout in het bloed water uit de omliggende cellen.
- Dit wegtrekken van water is de manier waarop het lichaam de zoutconcentratie aan beide zijden van de cel egaliseert.
- Deze egalisatie gebeurt door water uit de cel te trekken in plaats van zout in de cel te trekken, omdat water veel sneller over het membraan van de cel stroomt dan zout.
Dus, hoe meer zout in de voeding van een persoon, hoe meer vocht het lichaam behoudt, in een poging om het zout te verdunnen. Helaas zijn patiënten met cirrose meer kwetsbaar voor schade door hoge natriumconsumptie en de daaruit voortvloeiende vochtretentie.
Ook bekend als ‘ascites’, is vochtophoping in de buik het meest voorkomende gevolg van cirrose. Ascites is het gevolg van verschillende mechanismen:
- Bloeddruk: Omdat cirrose geleidelijk littekens veroorzaakt in de lever, wordt het vermogen van de lever, om het bloed effectief te filteren, verlaagd. Deze vermindering verlaagt het bloedvolume, wat ook de bloeddruk verlaagt. Als de bloeddruk laag is, worden er signalen naar de nieren gestuurd die het lichaam instrueren om zout en vocht vast te houden.
- Albumine: De lever produceert albumine, een eiwit dat verantwoordelijk is voor het vasthouden van vocht in de bloedvaten. Cirrose verlaagt de niveaus van bloedalbumine, wat resulteert in vloeistoffen die uit het been en uit buikweefsel sijpelen.
- Portale hypertensie: Wanneer levercirrose een back-up veroorzaakt van ongefilterd bloed, stijgt de druk in de leverbloedvaten (portale hypertensie). Hierdoor lekt er een deel van de vloeistof uit de onder hoge druk staande poortader, om te voorkomen dat het bloedvat zou barsten.
Naast de toename van de buikomvang, kan ascites ook leiden tot verschillende complicaties, zoals buikpijn en ongemak, ademhalingsproblemen, infectie (bacteriële peritonitis), hernia, vocht dat de longen vult en hartfalen. Omdat elke gram verbruikte natrium meestal resulteert in de accumulatie van 200 milliliter vloeistof, zijn zoutloze diëten van essentieel belang voor mensen met cirrose.
Zout kan heimelijk overvloedig aanwezig zijn op de meest merkwaardige plaatsen. Het identificeren van de volgende schuilplaatsen van natrium kan dus helpen bij de minimalisering van zout. Voor mensen met cirrose ten gevolge van hepatitis C, adviseren gezondheidswerkers meestal om de inname van natrium te beperken tot 500 à 1 000 milligram per dag.Alle voedseletiketten lezen is nodig om overtollige zoutconsumptie te omzeilen. In de realiteit zijn we soms te laks in onze routine om labels te lezen. Niettemin vereisen de volgende vier groepen voedingsmiddelen deze routine, om te voorkomen dat we onnodig hoge hoeveelheden natrium verbruiken:Frisdranken: Veel frisdranken (light of gewone) bevatten een verrassende hoeveelheid natrium. Uit een onderzoek van de website van een populaire frisdrankenfabrikant bleek dat een aantal van hun producten tussen 40 en 65 milligram natrium per drankje bevatten. Aangezien veel mensen meerdere frisdranken per dag consumeren, kunnen deze oplopen tot een grote hoeveelheid overtollig natrium.Soep: Soepen in blik bevatten extreem hoge hoeveelheden natrium voor een zogenaamd gezonde maaltijd. Zorg ervoor dat u de soepetiketten controleert, want slechts één kopje soep kan dicht bij of meer dan 1 000 milligram zout bevatten. Hoewel zoutarme soepen beter zijn, kunnen ze toch nog meer natrium bevatten dan de meeste mensen zich realiseren. Controleer altijd het natriumgehalte van een blik soep.Bonen: Bonen, rijk aan vezels en eiwitten, met weinig vet en cholesterol, zijn een hoofdproduct voor veel gezondheidsbewuste mensen. Bonen in blik bevatten echter vaak buitengewoon hoge hoeveelheden zout. Eén kopje gewoon gebakken bonen kan meer dan 1 000 milligram natrium bevatten, terwijl ½ kopje zwarte bonen bijna 500 milligram kan bevatten. Ondanks het feit dat het minder handig kan zijn, is het koken van gedroogde bonen een geweldige optie. Zoek steeds naar bonen met een laag natriumgehalte, beperk de grootte van de porties en controleer altijd het etiket.Specerijen en sauzen: Hoewel sommige kruiden en sauzen van nature zout zijn, is de hoeveelheid natrium die verborgen zit in deze producten verrassend. Een vooraanstaand merk van sojasaus bijvoorbeeld bevat 920 milligram natrium in slechts één eetlepel en ½ kopje van sommige marinarasauzen bevat meer dan 500 milligram. Het probleem is dat de meeste mensen veel verder gaan dan de porties die genoteerd worden op het etiket.
De vier categorieën levensmiddelen die hierboven genoemd worden, vormen een probleem voor iedereen die zijn zoutopname moet beperken. Deze voedingsmiddelen zijn niet de enige verbruiksartikelen met een hoog natriumgehalte, wat de waakzaamheid bij het lezen van voedingslabels noodzakelijk maakt. Leven met hepatitis C, die geleid heeft tot cirrose, is verre van gemakkelijk, maar de natriumhoeveelheid verminderen zal uiteindelijk een tweede natuur moeten worden. Om de complicaties van ascites te minimaliseren, om de druk in uw bloedvaten te verlichten en om een beschadigde lever te weerhouden van nog meer ravage, moet u de opname van voedsel dat veel zout in uw lichaam opstapelt vermijden (of tenminste toch verminderen).
HEPATITIS C MEDICIJN ANA598 EVOLUEERT NAAR FASE II B.
Originele titel: Hepatitis C Drug ANA598 Moves to Phase II b
Bron: www.prnewswire.com, 10 januari 2011
Samen met ‘Health Canada’, heeft de Amerikaanse ‘Food and Drug Administration’ het protocol goedgekeurd voor een Fase II b studie van ‘Anadys’ voor hun hepatitis C medicijn ‘ANA598’, in combinatie met gepegyleerde Interferon en Ribavirine.
Anadys Pharmaceuticals begint Fase II b studie van ANA598 met HCV patiënten. Anadys Pharmaceuticals Inc. (Nasdaq: ANDS) heeft vandaag aangekondigd dat het bedrijf gestart is met de geplande Fase II b studie van ANA598, in combinatie met gepegyleerde Interferon en Ribavirine. Het protocol voor de studie werd goedgekeurd door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) en door Health Canada. Ze zijn begonnen met het screenen van patiënten en het bepalen van de dosering zal naar verwachting aanvangen in de komende paar weken. In de studie zal ANA598 getest worden op behandelingsnaïeve patiënten, evenals op eerder behandelde patiënten waarbij een voorafgaande behandelingskuur met Interferon en Ribavirine mislukt is. ANA598 is hun direct werkend antivirale medicijn, of DAA (Direct Acting Antiviral), dat ontwikkeld werd voor de behandeling van hepatitis C. “We zijn heel blij met de inleiding van deze Fase II b studie van ANA598″, zei James L. Freddo, MD, Senior Vice President van de afdeling ‘Drug Development’ en Chief Medical Officer bij Anadys. “Door de veiligheid en de werkzaamheid vast te stellen bij een groter aantal patiënten, met inbegrip van personen die niet gereageerd hebben op een eerdere HCV behandeling, hopen we ANA598 te bepalen als een zeer aantrekkelijk HCV middel, dat klaar is voor Fase III ontwikkelingsprogramma’s”.
Fase II b protocolontwerp.
In de studie zullen ongeveer 200 patiënten, die chronisch geïnfecteerd zijn met hepatitis C genotype 1, naar verwachting tweemaal per dag (BID) 200 mg ANA598 toegediend krijgen, in combinatie met Pegasys ® (Peginterferon alfa-2a) en Copegus ® (Ribavirine USP), de gangbare norm van de standaardzorg, of SOC (Standard of Care), met een oplaaddosis van 800 mg tweemaal daags op dag 1, terwijl ongeveer 66 patiënten een placebo en SOC zullen ontvangen. Men verwacht ongeveer gelijke aantallen in te schrijven van behandelingsnaïeve patiënten en van patiënten die gefaald hebben na een voorafgaande kuur met SOC, inclusief moeilijk te behandelen nul-responders. Het primaire eindpunt van de studie is een aanhoudende virologische respons 24 weken nadat de patiënten alle behandelingen beëindigd hebben, ook bekend als SVR24 (Sustained Virological Response). Het onderzoek van Anadys wordt uitgevoerd op locaties binnen en buiten de VS.
Behandelingsnaïeve arm.
Ongeveer 100 niet-voorbehandelde HCV patiënten zullen naar verwachting ANA598 toegediend krijgen in combinatie met SOC, en 33 niet-voorbehandelde HCV patiënten zullen een placebo plus SOC ontvangen. De behandelingsduur van deze behandelingsnaïeve patiënten zal respons-geleid bepaald worden:
- Voor patiënten die niet detecteerbare niveaus van het virus bereiken in week 8, en die deze niet-detecteerbare niveaus kunnen aanhouden, wordt gepland om alle behandelingen te stoppen in week 28.
- Voor behandelingsnaïeve patiënten met nog detecteerbare niveaus van het virus in week 8, wordt de toediening van ANA598, of een placebo, en SOC gepland tot en met week 48.
De Vennootschap verwacht gegevens van de antivirale respons
- na week 8: aan het einde van het tweede kwartaal van 2011
- na week 12: in het derde kwartaal van 2011
- na week 24: in het vierde kwartaal van 2011
Behandelingservaren arm, inclusief eerdere nul-responders.
Ongeveer 80 patiënten, die slechts gedeeltelijk reageerden op een voorafgaande behandelingskuur met alleen SOC, evenals personen met een terugval, zullen naar verwachting ANA598 ontvangen in combinatie met SOC, en 33 overeenkomstige patiënten zullen een placebo plus SOC krijgen. Bovendien zullen ongeveer 28 eerdere nul-responders ANA598 toegediend krijgen, in combinatie met SOC. Voor alle behandelingservaren patiënten die ANA598 zullen ontvangen, wordt een drievoudige combinatietherapie gepland gedurende 48 weken.
Het bedrijf verwacht gegevens van de antivirale respons
- na week 12: in het derde kwartaal van 2011
- na week 24: in het vierde kwartaal van 2011
IP-10 EIWITNIVEAUS VOORSPELLEN RESULTAAT VAN HEP C BEHANDELING.
Originele titel: IP-10 Protein Levels Predict Hepatitis C Treatment Outcome
Bron: www.genengnews.com, 11 januari 2011
Onderzoekers hebben ontdekt dat bloedspiegels van een bepaald eiwit lijken te voorspellen of een hepatitis C behandeling succesvol zal zijn of zal falen.
Onderzoekers identificeren prognostische marker voor het behandelen van hepatitis C met PEG-Interferon en Ribavirine. Plasmaspiegels van het eiwit IP-10 voorspellen reeds voor het begin van de behandeling de werkzaamheid van de behandeling van een chronische hepatitis C infectie met gepegyleerde Interferon en Ribavirine, volgens wetenschappers van ‘Inserm’ en ‘Institut Pasteur’. Ze zeggen dat ze een prognostische test voor hepatitis C ontwikkeld hebben op basis van deze resultaten en ze anticiperen op de commercialisering ervan in de loop van dit jaar. De studie, gepubliceerd in het Journal of Clinical Investigation, werd uitgevoerd in het onderzoekslaboratorium van Matthew Albert, Ph.D. Het team van Dr. Albert ontdekte dat IP-10 verhoogd was bij patiënten voor wie de behandeling niet effectief was. Deze observatie was paradoxaal, omdat IP-10 beschouwd wordt als een pro-inflammatoire molecule, die de migratie van geactiveerde T-cellen (de exacte celtypen die verantwoordelijk zijn voor virale immuniteit) naar de lever zou moeten vergemakkelijken.
De onderzoekers ontdekten dat IP-10 ‘gecatalogiseerd’ was en hierdoor werd er een afgeknotte vorm teruggevonden bij HCV patiënten. Dit betekent dat de korte vorm van het eiwit als een antagonist werkt en dat het de T-cel werving remt. De onderzoekers suggereren dat de antagonist-vorm van IP-10 verantwoordelijk is voor mislukte behandelingen bij 50% van de patiënten.
UPDATE OVER HEP C KANDIDAAT-MEDICIJNEN VAN PHARMASSET.
Originele titel: Update on Pharmasset’s Hepatitis C Drug Candidates
Bron: www.proactiveinvestors.com, 11 januari 2011
Pharmasset heeft tussentijdse studieresultaten vrijgegeven over haar verschillende hepatitis C geneesmiddelen in verschillende stadia van haar testprogramma’s.
Pharmasset rapporteert tussentijdse studieresultaten over haar hepatitis C medicijnen. Pharmasset (NASDAQ: VRUS) heeft vandaag tussentijdse resultaten aangekondigd over de Fase II b studie van haar PSI-7977 medicijn en over de Fase I studie van haar PSI-938 medicijn. Beide middelen zijn ontworpen voor de behandeling van hepatitis C. De Fase II b studie bestond uit de evaluatie van de effecten van verschillende PSI-7977 doseringen bij patiënten met hepatitis C genotype 1, 2 of 3. De patiënten kregen ook antivirale middelen die algemeen gebruikt worden om hepatitis C te bestrijden.
Patiënten met hepatitis C genotype 1 kregen gedurende 12 weken doseringen van PSI-7977 en van antivirale middelen, gevolgd door 12 of 36 weken van alleen antivirale middelen. Patiënten met hepatitis C genotype 2 en 3 kregen gedurende 12 weken doseringen van PSI-7977 en antivirale middelen, zonder verdere therapie daarna. Bij de patiënten met hepatitis C genotype 2 of 3 toonden de gegevens aan dat er geen ernstige bijwerkingen optraden en er waren ook geen stopzettingen wegens bijwerkingen, verklaarde het bedrijf, dat gevestigd is in New Jersey. Alle patiënten vertoonden een virale onderdrukking. De resultaten over de patiënten met hepatitis C genotype 1 zullen uitgebracht worden in het tweede kwartaal van 2011, aldus het bedrijf. Tijdens het tweede kwartaal van 2011 plant het bedrijf ook de start van een Fase II b studie van 24 weken met PSI-7977, samen met gepegyleerde Interferon en Ribavirine. In een aparte Fase I studie heeft het bedrijf ook testen gedaan met PSI-938, een hepatitis geneesmiddel in een andere chemische vorm dan PSI-7977. Gedurende een periode van 14 dagen kregen de patiënten enkel doseringen van PSI-938 en ze vertoonden geen ernstige bijwerkingen en ook zo goed als geen dosisaanpassingen of stopzettingen, aldus het bedrijf. De patiënten vertoonden ook geen toename van de ernst van hun virale infectie tijdens de behandeling. PSI-938 zal ook getest worden in combinatie met PSI-7977. De resultaten zullen naar verwachting gemeld worden ergens in de loop van dit kwartaal.
BOCEPREVIR OFFICIEEL OP SNELSPOOR.
Originele titel: Boceprevir Officially Fast-Tracked
Bron: www.inpharm.com, 12 januari 2011
In de VS en in Europa wordt de entree van Boceprevir op de markt versneld als gevolg van de doeltreffendheid ervan tegen hepatitis C.
Boceprevir, het nieuwe orale hepatitis C medicijn van ‘Merck’, krijgt versnelde recensies, zowel van het FDA als van het EMA, nadat de toezichthouders besloten dat het geneesmiddel een belangrijke vooruitgang betekent in de behandeling van de ziekte. Het FDA heeft een prioriteitstatus verleend aan deze proteaseremmer van ‘Merck’, een beweging die het geneesmiddel binnen zes maand op de markt kan brengen. Het EMA, de Europese tegenhanger van de Amerikaanse regulator, heeft ook ingestemd met de marketingaanvraag van ‘Merck’ voor een versnelde beoordelingsprocedure van Boceprevir.
Dr. Peter Kim, de voorzitter van ‘Merck Research Laboratories’, zei: “We zijn blij dat het FDA en het EMA Boceprevir geaccepteerd hebben voor een versnelde evaluatie. Ons doel is: een nieuwe behandelingsoptie voor patiënten met chronische hepatitis C vervroegen, en we zijn nu dichter bij dat doel.” De huidige standaardbehandeling van HCV is gepegyleerde Interferon en Ribavirine, maar slechts 40 tot 50% van de patiënten ziet dat het virus onderdrukt wordt tot niveaus waarbij ze geacht worden genezen te zijn. De aanvraag van ‘Merck’ is gebaseerd op twee recente laat-stadium studies, waarbij 66% van de patiënten, die gedurende 48 weken Boceprevir plus de standaardmedicatie kregen, genezen zijn van deze ernstige leverziekte. Dit is een aanzienlijk hoger genezingspercentage dan dat van de standaardbehandeling alleen. Boceprevir zal hierdoor in rechtstreekse concurrentie komen met Telaprevir, het orale Hep C medicijn van ‘Janssen’, dat vorige maand aan de EU voorgelegd werd, nadat studies in een gevorderd stadium sterke resultaten aantoonden wanneer het toegevoegd werd aan de standaardtherapie, waardoor het genezingspercentage van het geneesmiddel steeg van 44% naar 75%. Volgens analisten bij ‘EvaluatePharma’, zal Telaprevir naar verwachting meer dan 800 miljoen dollar per jaar opbrengen tegen 2016.
VROEGE HEP C STUDIEGEGEVENS TONEN AAN DAT INX-189 EFFECTIEF IS.
Originele titel: Early Hepatitis C Trial Data Shows INX-189 to Be Effective
Bron: www.rttnews.com, 14 januari 2011
Tussentijdse gegevens over een Fase I b klinische studie over INX-189 van ‘Inhibitex’ tonen een krachtige antivirale activiteit tegen het hepatitis C virus.
Inhibitex rapporteert positieve resultaten over Fase I b klinisch onderzoek met INX-189. Inhibitex Inc. (INHX: News) rapporteerde positieve, voorlopig tussentijdse gegevens over de veiligheid en de antivirale activiteit (bij de eerste twee monotherapie-cohorten) van het lopende Fase I b klinisch onderzoek met INX-189, een orale NS5b nucleotide-remmer, ontwikkeld om chronische infecties te behandelen die veroorzaakt werden door het hepatitis C virus of HCV. Het bedrijf voegde eraan toe dat het onderzoek uitgevoerd wordt op grond van een IND in de Verenigde Staten. Het is een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde, dosis-escalerende studie, waarbij INX-189 gedurende zeven dagen eenmaal daags oraal toegediend wordt, voor de behandeling van HCV patiënten met genotype 1 die nog niet eerder behandeld werden. Elk behandelingscohort in de studie bestaat uit 10 patiënten: acht patiënten krijgen INX-189 en twee patiënten krijgen een placebo.
Tijdens de proeven wordt INX-189 gedurende zeven dagen eenmaal daags toegediend in een dosis van 9 mg en van 25 mg. Het geneesmiddel toont een sterke antivirale activiteit, met een gemiddelde HCV RNA reductie van respectievelijk -0,71 en -1,03 log10 IE/ml ten opzichte van de basisniveaus. Bij de patiënten die een placebo kregen, bedroeg de gemiddelde HCV RNA afname van de uitgangsniveaus -0,06 log10 IE/ml. Over hepatitis C heeft Inhibitex opgemerkt dat het een leverziekte is die veroorzaakt wordt door HCV. Men schat dat meer dan 4 miljoen Amerikanen en 170 miljoen mensen wereldwijd besmet zijn met HCV. De meerderheid van de patiënten ontwikkelt chronische infecties die kunnen leiden tot leverziekte, cirrose en kanker. En het is de belangrijkste oorzaak van levertransplantaties in de Verenigde Staten…
TWEE SUPPLEMENTEN KUNNEN ANTIVIRALE BEHANDELING VAN HEP C VERSTERKEN.
Originele titel: Two Supplements May Strengthen Hep C Antiviral Treatment
Bron: www.hepatitis-central.com, 19 januari 2011
Hoewel velen reeds gehoord hebben van de supplementen ‘SAMe’ en ‘betaïne’, zijn hun potentiële voordelen voor patiënten die een hepatitis C behandeling volgen nog niet wijd bekend.
Voor de naar schatting vier tot vijf miljoen Amerikaanse volwassenen met chronische hepatitis C kunnen pogingen om het virus te overwinnen lastig zijn. De huidige antivirale behandeling van deze ziekte, gepegyleerde Interferon en Ribavirine, is slechts ongeveer 50 procent effectief bij patiënten die besmet zijn met de meest voorkomende stam van hepatitis C in Noord-Amerika. Daarom zijn onderzoekers voortdurend op zoek naar manieren om het succes van deze geneesmiddelen te stimuleren. Voortbouwend op eerdere kennis over ‘S-adenosyl-L-methionine’ (SAMe) en ‘betaïne’, hebben onderzoekers uit Zwitserland twee potentiële, schijnbaar niet-giftige kanshebbers gevonden voor de ondersteuning van de antivirale therapie tegen hepatitis C.
Diegenen die zich niet kunnen ontdoen van al het genetisch materiaal van hepatitis C, worden belast met het vooruitzicht van de vordering van hun ziekte naar chronische leverziekte, een proces dat uiteindelijk zou kunnen leiden tot levercirrose, leverfalen of leverkanker. Totdat er meer behandelingsmogelijkheden verwezenlijkt worden, zoeken patiënten in deze situatie doorgaans naar experimentele, vernieuwende of alternatieve oplossingen om hun gezondheid te bewaren. Er zijn verschillende manieren waarop gezondheidswerkers proberen om degenen die niet reageren op een hepatitis C behandeling te helpen, zoals:
- meer potente geneesmiddelen ontwikkelen, die een hoger slaagpercentage hebben bij het elimineren van het hepatitis C virus
- geïnfecteerde individuen begeleiden in de richting van kruidensupplementen en keuzes in de levensstijl, die levercellen versterken, om ze op die manier beter te beschermen tegen het virus
- bepaalde stoffen toevoegen aan gepegyleerde Interferon en Ribavirine, die hun kans op slagen vergroten
Terwijl de echte vooruitgang tegen hepatitis C waarschijnlijk deze drie benaderingen erbij zal betrekken, concentreert onderzoek uit Zwitserland zich op het laatste: het verbeteren van het effect van gepegyleerde Interferon en Ribavirine.
Over het onderzoek.
Een onderzoeksteam uit Basel, Zwitserland, heeft de virale interferentie met de signaaltransductie van Interferon geïdentificeerd als een belangrijke verklaring voor het matige succes van een hepatitis C behandeling. Omdat voorafgaande experimenten met SAMe en betaïne aangetoond hebben dat deze stoffen de signaalsterkte van Interferon kunnen verhogen, hebben de onderzoekers onderzocht of het toevoegen van SAMe en betaïne aan een hepatitis C behandeling de effectiviteit ervan zou verhogen. Zoals gepubliceerd in de editie van november 2010 van het tijdschrift ‘PLoS ONE’, hebben de onderzoekers dit concept getest bij Hep C patiënten die eerder gefaald hadden na een antivirale therapie. Tijdens dit onderzoek werden de deelnemers behandeld met gepegyleerde Interferon, Ribavirine, SAMe en betaïne. Vergeleken met hun eerste poging om een antivirale behandeling te volgen, bestaande uit gepegyleerde Interferon en Ribavirine alleen, deden de studiedeelnemers het beter bij hun tweede poging om een therapie te volgen, waarin SAMe en betaïne inbegrepen waren. Deze verbetering werd gemeten door het hoger percentage van deelnemers dat een vroege virologische respons bereikte, d.i. een ondetecteerbare virale lading 12 weken na het starten van de behandeling. De onderzoekers concludeerden dat de toevoeging van SAMe en betaïne aan een gepegyleerde Interferon/Ribavirine therapie een vroege virologische respons verbetert bij chronische hepatitis C. Op basis van het feit dat er na 12 weken geen detecteerbaar genetisch materiaal van hepatitis C meer is, stijgen de kansen van het behandelingssucces, en sommige clinici erkennen hierdoor de mogelijke therapeutische toepassing van SAMe en betaïne.
Over SAMe en betaïne.
SAMe en betaïne, beiden beschouwd als natuurlijke stoffen, zijn voedingsstoffen die bekend zijn als methyldonoren. Andere methyldonoren zijn o.a. foliumzuur en de vitamines B6 en B12. Deze stoffen vervoeren en doneren methylmoleculen in het lichaam, om chemische processen te helpen werken. De donatie van methylmoleculen is betrokken bij de goede werking van de lever en bij de cellulaire reproductie.
SAMe is de synthetische vorm van een verbinding die van nature gevormd wordt in het lichaam door het essentiële aminozuur ‘Methionine’ en ‘Adenosine trifosfaat’ (ATP), de energie-producerende stof die in alle cellen van het lichaam gevonden wordt. Naast studies die het gebruik ondersteunen van SAMe voor de verlichting van artrosepijn en voor hulp bij depressies, suggereren onderzoeken die dit supplement bestuderen ook dat het kan helpen om leverenzymespiegels te normaliseren.Betaïne: Betaïne kan verkregen worden uit voedingsmiddelen, zoals rode bieten, broccoli, granen, schaaldieren en spinazie. Naast studies die het gebruik ondersteunen van betaïne voor hart- en vaatziekten en voor homocystinurie (stofwisselingsstoornissen) , zijn er ook aanwijzingen dat betaïne kan helpen beschermen tegen vetafzetting in de lever.
Het onderzoek uit Zwitserland over deze twee supplementen is bemoedigend, maar er is veel meer bewijs nodig om SAMe en betaïne te accepteren als waardige en waardevolle aanvullingen op medicijnen om hepatitis C te behandelen. Hoewel men nog geen deelnemers werft, zal er een bijbehorende follow-up studie uitgevoerd worden aan de Universiteit van Nebraska. Deze pilootstudie zal de toevoeging van betaïne aan een Hep C antivirale therapie onderzoeken bij patiënten die niet reageerden op eerdere behandelingen of die een terugval hadden.
Als de zoektocht om mensen te helpen bij het overwinnen van het hepatitis C virus intensiever wordt, verwachten we zeker meer onderzoek naar stoffen die de werkzaamheid van gepegyleerde Interferon en Ribavirine steunen. SAMe en betaïne zijn twee dergelijke kanshebbers, en de hepatitis C gemeenschap zal toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot deze voedingsstoffen nauwlettend in de gaten houden.
BAVITUXIMAB SCHITTERT IN FASE II HEPATITIS C STUDIE.
Originele titel: Bavituximab to Star in Phase II Hepatitis C Trial
Bron: www.marketwire.com, 20 januari 2011
‘Peregrine Pharmaceuticals Inc.’ is begonnen met een Fase II klinische studie om te bepalen of Bavituximab plus Ribavirine een vroege virologische respons uitlokt bij mensen met niet eerder behandelde hepatitis C genotype 1.
Peregrine start gerandomiseerd Fase II onderzoek van Bavituximab bij chronische hepatitis C. Peregrine Pharmaceuticals Inc. (NASDAQ: PPHM), een klinisch-biofarmaceutisch bedrijf dat monoklonale antilichamen ontwikkelt voor de behandeling van kanker en virale infecties, kondigde vandaag aan dat het gestart is met een gerandomiseerde Fase II klinische studie bij patiënten met een niet eerder behandelde infectie met het hepatitis C virus (HCV) genotype 1. Deze open-label studie zal bij haar deelnemende patiënten het percentage vaststellen van een vroege virologische respons (EVR) na 12 weken van behandeling met Bavituximab van Peregrine, een ‘fosfatidylserine’ (PS) doelgericht monoklonaal antilichaam met immuun-modulerend potentieel, in combinatie met het antivirale geneesmiddel Ribavirine, en dit in vergelijking met de standaardzorg van gepegyleerde Interferon alfa 2a en Ribavirine. Peregrine verwacht binnenkort de afronding van de registratie voor een lopende Fase I b HCV studie en zal deze gegevens in de helft van het jaar rapporteren.
“Ons vierde gerandomiseerde Fase II onderzoek met Bavituximab voor oncologie en virale infecties is ontworpen om voort te bouwen op onze drie eerdere Fase I HCV studies, die aangetoond hebben dat ons antilichaam aanvaardbaar veilig is, met veelbelovende tekenen van antivirale activiteit”, zei Steven W. King, President en Chief Executive Officer van Peregrine. “Hoewel er meer gerichte antivirale kandidaat-geneesmiddelen in ontwikkeling zijn tegen HCV, blijft de immuun stimulatie met Interferon een hoeksteen van de HCV standaardbehandeling, maar helaas veroorzaakt dit ook ernstige bijwerkingen en onaanvaardbare toxiciteit voor veel patiënten. Met de reactivering mechanismen voor het immuunsysteem van Bavituximab en zijn huidige veiligheidsprofiel, staan we te popelen om deze nieuwe combinatie te beoordelen als een potentieel alternatief voor regimes die op Interferon gebaseerd zijn, voor patiënten die geïnfecteerd zijn met HCV”. Bavituximab is geschikt voor het aanpakken van een fundamenteel “immuun evasie†mechanisme, geëxploiteerd door veel infectieuze pathogenen. Een groeiend geheel van gepubliceerde gegevens van onderzoekers over de hele wereld toont aan dat het ‘fosfatidylserine’ doel van Bavituximab (blootgesteld in het oppervlak van cellen die geïnfecteerd zijn met virussen en protozoa parasieten) het vermogen van het immuunsysteem om ziekten te bestrijden onderdrukt. Doelgerichte ‘fosfatidylserine’ antilichamen zoals Bavituximab binden zich aan ‘fosfatidylserine’ en blokkeren de immuno suppressieve signalen die gecreëerd worden door het doel, waardoor het immuunsysteem een robuuste immuunrespons tegen de ziekteverwekker kan opbouwen. In voorgaande HCV klinische studies werd Bavituximab toegediend als monotherapie in enkelvoudige en meervoudige doses, en het vertoonde een positief veiligheidsprofiel, zonder dosis limiterende toxiciteit of ernstige bijwerkingen. Bavituximab als monotherapie bleek ook veelbelovend door zijn antivirale activiteit van maximaal 1,5 log reductie in virale lading.
Over de Fase II HCV studie.
In deze multi-center, Fase II gerandomiseerde, open-label studie, zullen tot 66 patiënten met niet eerder behandelde chronische HCV infectie genotype 1 willekeurig toegewezen worden aan één van de drie behandelingsgroepen. De patiënten zullen dagelijks orale Ribavirine (1000 mg) toegediend krijgen, met wekelijks ofwel Bavituximab (0,3 mg/kg of 3 mg/kg) ofwel PEG-IFN alfa-2a (180 µg), gedurende maximaal 12 weken. In alle groepen zullen de veiligheidsparameters en de antivirale activiteit getest worden. Het primaire eindpunt van de studie is de proportie van de patiënten met een vroege virologische respons (EVR), een vroege voorspeller van welke patiënten waarschijnlijk het virus zullen elimineren indien de behandeling voortgezet wordt. EVR wordt gedefinieerd als groter dan of gelijk aan 2 log reductie in HCV-RNA na 12 weken behandeling. Secundaire eindpunten zijn veiligheid, verdraagbaarheid en HCV virale kinetiek.
Over de antivirale aanpak van Bavituximab.
Bavituximab is de eerste van een nieuwe klasse gepatenteerde antilichamen die zich richten op en zich binden aan ‘fosfatidylserine’ (PS), een specifieke fosfolipide component van de celmembranen. Bavituximab helpt het immuunsysteem van het lichaam reactiveren en dirigeren, voor de vernietiging van geïnfecteerde cellen en virusdeeltjes, die deze specifieke fosfolipiden vertonen op hun oppervlak. Omdat hun doel eerder ‘host afgeleid’ is dan ‘pathogeen afgeleid’, hebben ‘fosfatidylserine’ gerichte antilichamen het potentieel voor een breed spectrum van antivirale activiteit, en ze zullen naar verwachting ook veel minder gevoelig zijn voor virale mutaties die vaak leiden tot resistentie tegen geneesmiddelen. Onderzoekers hebben ontdekt dat ‘fosfatidylserine’ blootgesteld wordt op het buitenste membraan van cellen die geïnfecteerd zijn met HCV, HIV, griep, herpesvirussen, hemorragische koortsvirussen, respiratoir syncytieel virussen, mazelen en andere virussen. Een groeiend geheel van wetenschappelijke publicaties, waaronder Nature Medicine en The Journal of Experimental Medicine, zet gegevens in de spotlights over de rol van ‘fosfatidylserine’ gerichte therapieën bij infectieziekten.
BETERE MEDICIJNEN, HEP C TESTEN EN BABYBOOMERS
Originele titel: Better Drugs, Hep C testing and Baby Boomers
Bron: The Canadian Press, 24 januari 2011
Twee nieuwe geneesmiddelen, die naar verwachting binnenkort op de markt zullen verschijnen, blijken de slaagkans van een hepatitis C behandeling bijna te verdubbelen. Als gevolg van deze therapeutische verbetering, kan de leeftijdsgroep die het meeste risico loopt op het hepatitis C virus routinematig gescreend worden voor deze infectie.
Nieuwe geneesmiddelen nemen het gericht op tegen hepatitis C: een aansporing om te bespreken of babyboomers al dan niet getest moeten worden. Er is nieuwe hoop voor een over het hoofd geziene epidemie. Twee krachtige medicijnen, die beloven veel meer mensen te helpen genezen van de leveraanvallen van hepatitis C (hoewel de meeste personen die deze sudderende infectie hebben het zelf nog niet weten), zijn bijna op de markt. Het is verrassend dat twee derde van de hepatitis C patiënten babyboomers van de naoorlogse geboortegolf zouden kunnen zijn, die het virus al sinds hun jongere, misschien wildere, jaren koesteren, omdat het twee of drie decennia kan duren voor het schade toebrengt. Wat een revolutie in de behandeling zou kunnen worden, spoort de regeringen aan om te overwegen of het geen tijd is om te beginnen met een Hep C screening van de vergrijzende babyboomers, net zoals ze verschillende kankercontroles krijgen.
“We staan voor een geheel nieuw tijdperk van therapie”, zegt dr. John Ward, hoofd van de afdeling Hepatitis bij de Centers for Disease Control and Prevention. “We willen echt beginnen met die klaroenoproep tot actie voor deze populatie, die een risico loopt”.
De huidige tweeledige behandeling van hepatitis C geneest slechts ongeveer 40 procent van de mensen met de meest voorkomende variëteit van het virus, en ze veroorzaakt een aantal slopende bijwerkingen. Nu tonen belangrijke studies aan dat het toevoegen van een nieuw medicijn (ofwel Telaprevir van Vertex Pharmaceuticals, ofwel Boceprevir van Merck & Co) deze genezingsrata kunnen opkrikken tot 75 procent. En ze maken het voor sommige mensen mogelijk om de behandelingstijd te halveren, tot zes maand, waardoor de periode waarin ze moeten omgaan met de bijwerkingen ook vermindert. Als de Food and Drug Administration de medicijnen goedkeurt – een besluit dat algemeen verwacht wordt deze zomer – zouden ze de eerste geneesmiddelen zijn die zich direct richten op het hepatitis C virus. Specialisten maken vergelijkingen met het begin van de jaren 90, toen er krachtige combinatietherapieën ontstonden voor de behandeling van AIDS. “Veel recent gediagnosticeerde patiënten stellen hun therapie uit, om op deze nieuwe medicijnencocktails te wachten, in de hoop een betere kans te hebben op een snellere genezingâ€, zegt dr. Paul Pockros, hoofd van de afdeling hepatologie bij de Scripps Clinic in La Jolla, Californië. Hij hielp ook bij het testen van Telaprevir.
Er zou nog een grotere impact komen als meer mensen zich zouden laten testen voor hepatitis C, een door bloed overgedragen virus. De ziekte blijft vaak alleen gestigmatiseerd als een risico voor mensen die illegale drugs injecteren. Maar het virus zou ook kunnen beginnen etteren zijn tijdens een bloedtransfusie vóór 1992, toen het testen van de bloedtoevoer pas begon. Fouten tijdens de infectiecontrole bij gezondheidsfaciliteiten stellen tegenwoordig nog steeds mensen bloot aan het virus. “Dus zou zelfs een eenmalig experiment met drugs, vroeger tijdens de collegetijd (maar artsen zijn terughoudend om dit te vragen aan een persoon die inmiddels van middelbare leeftijd is), een nieuwe patiënt kunnen onthullenâ€, zegt Ward. “Het komt voor in elk segment van de samenleving”, voegt dr. Arun Sanyal van de Virginia Commonwealth University er aan toe. Hij was voormalig voorzitter van de Amerikaanse Vereniging voor de Studie van Leverziekten. “Ik kan u vertellen dat onze hepatitis C behandelingskliniek een grote sociale equalizer is”.
Ongeveer 3,2 miljoen Amerikanen, en 170 miljoen mensen wereldwijd, hebben chronische hepatitis C. In de VS zijn nieuwe infecties drastisch gedaald – hoewel de ziektetol stijgt wanneer mensen, die decennia eerder besmet werden, de leeftijd bereiken waarop hun lever schade gaat vertonen. Hepatitis C is reeds een belangrijke oorzaak voor levertransplantaties, en in de VS doodt het ongeveer 12 000 patiënten per jaar, een aantal dat naar verwachting zal verdrievoudigen binnen 20 jaar. De meeste mensen, zoals Brian Graham uit Briarcliff Manor, N.Y., weten pas dat ze besmet zijn nadat een routine check-up verhoogde leverenzymen vastgesteld heeft. Hij had nog nooit gehoord van hepatitis C en hij vertoonde ook geen duidelijke risicofactoren. Maar tests toonden aan dat het virus begonnen was met zijn lever te littekenen. Dus probeerde hij de afgelopen tien jaar drie kuren te volgen van traditionele behandelingen, met steeds zwaardere bijwerkingen, maar tevergeefs. “Ik wilde niet sterven ten gevolge van een leveraandoening of van kanker, of lijden met het vooruitzicht van een levertransplantatie. Zeer beangstigend!”, zegt Graham, nu 56 jaar.
Laat de nieuwe medicijnen maar komen! Ze werken door het blokkeren van een enzyme, ‘Protease’ genaamd, dat de sleutel vormt voor de reproductie van het virus. Maar ze moeten samen ingenomen worden met de standaardmedicijnen – Ribavirine pillen plus injecties van Interferon-alfa – waarvan gedacht wordt dat ze het immuunsysteem versterken. Volgens studies, voorgesteld tijdens een recente medische vergadering, was 67 tot 75 procent van de patiënten die de behandeling gevolgd hadden, met inbegrip van hetzij Boceprevir, hetzij Telaprevir, genezen verklaard door hun artsen. Een genezing wordt gedefinieerd als: geen teken meer van het hepatitis C virus zes maanden na de laatste dosis van de behandeling. Belangrijk is dat slechts ongeveer een kwart van de zwarte patiënten geholpen werd door de standaardtherapie, maar het toevoegen van één van de nieuwe geneesmiddelen verdubbelde hun genezingsrata. Mensen die hun allereerste behandeling kregen, presteerden het best, maar de studies vonden ook verbeteringen bij moeilijk te behandelen patiënten, zoals Graham. “De vierde keer heeft de truc gewerkt”, zegt Graham, die vrijwillig deelnam aan een vroege Telaprevir studie, en hij voegt er aan toe dat hij reeds drie jaar hepatitis-vrij is. De nieuwe medicijnen voegen wel bijwerkingen toe aan de koortsachtige symptomen en de andere klachten van de bestaande behandeling. Het belangrijkste risico van Telaprevir is een huiduitslag die soms ernstig kan zijn, en bij Boceprevir loopt men het risico op anemie. “De toekomst ziet er zeer helder uit voor Telaprevir en Boceprevir”, zegt Dr. Fred Poordad van het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles, die beide medicijnen bestudeerd heeft en voor verschillende bedrijven advies geeft. Hij wijst op nog andere medicijnen in vroege testfasen, die zich kunnen richten op meer types van hepatitis C en misschien uiteindelijk kunnen zorgen voor een behandeling met pillen alleen, én zonder Interferon. De fabrikanten hebben niet gezegd hoeveel de nieuwe geneesmiddelen zullen toevoegen aan de prijs van een behandeling, die al 30 000 dollar kan kosten, maar toch nog veel goedkoper is dan een levertransplantatie.
Een lastiger onderwerp is dat niet iedereen lijdt aan ernstige leverschade en het is moeilijk om te voorspellen wie eraan zal lijden, wat vragen oproept over wie precies behandeld moet worden, zelfs als de farmaceutische bedrijven meer screening helpen doorduwen. Dat is een punt van zorg, erkent Jeff Levi van de non-profit Trust for America’s Health, ook een voorstander van screening. Maar wanneer de behandeling een arts-patiënt besluit is, “wil men iedereen met een chronische infectie in de gaten houden, zodat men kan ingrijpen op het juiste moment”, voegt hij er aan toe. Plus het feit dat mensen met hepatitis C alcohol moeten voorkomen en andere lever beschermende stappen moeten overwegen – en ze moeten ook weten hoe ze kunnen voorkomen dat ze anderen besmetten, benadrukt hij.
De CDC is begonnen met een studie in vier ziekenhuizen – in New York, Detroit, Houston en Birmingham – om te zien of een eenmalige hepatitis C test zinvol is voor de babyboomers. Bij de babyboomers lopen zwarte mannen in hun jaren 50 een bijzonder risico. De CDC plant volgend jaar nieuwe richtlijnen. “Begin ondertussen tijdens een doktersbezoek een gesprek en vraag naar de risico’s en de testen van hepatitis Câ€, raadt Ward de babyboomers aan…
TELAPREVIR KRIJGT SNELLE RECENSIE VAN FDA.
Originele titel: Telaprevir Receives Quick FDA Review
Bron: www.bizjournals.com, 25 januari 2011
Telaprevir van Vertex zal een prioriteitsrecensie krijgen van de FDA, waarschijnlijk omwille van zijn vermogen om de genezingsrata van hepatitis C drastisch te verbeteren.
FDA kent Vertex een snelle recensie toe voor hepatitis C medicijn.Vertex Pharmaceuticals Incorporated zegt dat de Amerikaanse Food and Drug Administration het bedrijf laten weten heeft dat het tegen 23 mei een besluit tot goedkeuring zal opstellen voor Telaprevir, zijn medicijn om hepatitis C te behandelen. De FDA heeft besloten om het bedrijf een zogenaamde ‘prioriteit in beoordeling’ te geven voor dat medicijn, omdat het een ziekte behandelt waarvoor er een grote onbeantwoorde medische behoefte bestaat. Dit verkort de verslagperiode tot zes maand i.p.v. de gebruikelijke 10 maand.
Het biotech bedrijf uit Cambridge kondigde ook aan dat het haar Canadese aanvraag tot goedkeuring voor de potentiële therapie afgerond heeft, en het kreeg ook daar evaluatieprioriteit. Dit verkort het Canadese regelgevende proces tot goedkeuring naar zes tot negen maand, in plaats van de gebruikelijke 18 maand. Vorige maand heeft de Europese partner van Vertex, Janssen-Cilag International NV, aangekondigd dat ook de Europese regelgevers ingestemd hebben met een versnelde beoordelingsprocedure voor het kandidaat-geneesmiddel, bekend als Telaprevir.
“Gegevens uit Fase III studies toonden aan dat, in vergelijking met de momenteel beschikbare geneesmiddelen, de combinatietherapie gebaseerd op Telaprevir de virale genezingspercentages bijna verdubbelde, en in de helft van de behandelingstijd, voor de meerderheid van de patiënten die nog niet eerder behandeld werden”, verklaarde Peter Mueller, Chief Scientific Officer bij Vertex. “We kijken ernaar uit om samen te werken met de FDA en met Health Canada om Telaprevir zo snel mogelijk beschikbaar te stellen voor mensen met hepatitis C”.
Vertex ontwikkelt Telaprevir in samenwerking met Tibotec BVBA en met Mitsubishi Tanabe Pharma. Vertex heeft het recht om Telaprevir te commercialiseren in Noord-Amerika. Via zijn dochteronderneming, Janssen, heeft Tibotec het recht om Telaprevir te commercialiseren in Europa, Zuid-Amerika, Australië, het Midden-Oosten en sommige andere landen. Mitsubishi Tanabe Pharma heeft het recht om Telaprevir te commercialiseren in Japan en in bepaalde landen in het Verre Oosten.
Hepatitis C is een ernstige leveraandoening, die beschadiging van de lever, cirrose, leverfalen of leverkanker kan veroorzaken. Tot 3,9 miljoen mensen in de Verenigde Staten hebben chronische hepatitis C, hebben ambtenaren van Vertex gezegd, en 75 procent van deze mensen is zich niet bewust van de infectie.
> Overzicht
BLOEDARMOEDE DOOR HEP C MEDICIJNEN KAN GENETISCH BEPAALD WORDEN.
Originele titel: Anemia from Hepatitis C Drugs May Be Genetically Determined
Bron: www.sify.com, 3 februari 2011
Een genetische variant lijkt te beschermen tegen bloedarmoede die veroorzaakt wordt door een antivirale behandeling van hepatitis C.
Nieuwe vondst kan bescherming bieden tegen Hep C behandelingsgerelateerde anemie.Wetenschappers hebben twee functionele varianten ontdekt in het ‘inosine triphosphatase’ (ITPA) gen, die patiënten met het hepatitis C virus (HCV) beschermen tegen bloedarmoede die veroorzaakt wordt door een antivirale behandeling. De mogelijkheid om patiënten te identificeren, die beschermd zijn tegen behandelingsgeïnduceerde anemie, zal de voltooiing van een antivirale therapie en de succesvolle eliminatie van het virus verzekeren.
Alessandra Mangia, van het Casa della Sollievo Sofferenza Ziekenhuis in Italië, en haar collega’s, hebben de associatie geëvalueerd tussen ITPA varianten en anemie, in een cohort van 238 blanke patiënten, die behandeld werden met variabele PegIFN en op gewicht gebaseerde doseringen van RBV. Het onderzoeksteam ontdekte dat de ITPA varianten sterk en onafhankelijk geassocieerd waren met de bescherming tegen bloedarmoede, maar ze zorgden niet voor een toename van de aanhoudende virologische respons. “Wanneer anemie zich pas vier weken na de aanvang van de behandeling ontwikkelt, zijn artsen verplicht om onmiddellijk de Ribavirine doseringen te verminderen. Deze vroege vermindering zal een invloed hebben op de totale duur van de behandeling die, met de combinatie PegIFN en RBV, 24 weken duurt bij patiënten die geïnfecteerd zijn met HCV genotypes 2 en 3, en 48 weken bij patiënten met HCV genotype 1. Momenteel kan dan alleen het gebruik van het medicijn ‘erytropoëtine’ (EPO) – een duur medicijn, dat vanwege de hoge kosten niet terugbetaald kan worden in een aantal landen – misschien een mislukking van de antivirale behandeling voorkomen in deze gevallen”, aldus Mangia. “Onze bevindingen tonen aan dat deze ITPA varianten sterk geassocieerd zijn met de bescherming tegen bloedarmoede in week vier, en ze kunnen ons helpen om vooraf te selecteren wie een verlaging van de dosis Ribavirine en eventueel een ondersteunende EPO behandeling nodig zal hebben. Dit kan leiden tot een rationeler gebruik van de economische middelen en tot een geïndividualiseerd gebruik van ondersteunende EPO behandelingen”, concludeerde Mangia. “Aan patiënten met een genetisch profiel waarbij de twee ITPA varianten aanwezig zijn, kunnen veilig hogere doses RBV toegediend worden, waardoor de kans op de eliminatie van HCV na de behandeling toeneemt – een belangrijke bevinding gezien het feit dat voor het bereiken van een virale klaring hoge doseringen RBV gebruikt moeten worden in de vroege fasen van de behandeling”.
Een gerelateerde studie, onder leiding van Fumitaka Suzuki van het Toranomon Ziekenhuis in Japan, heeft vergelijkbare resultaten gevonden in een cohort van 61 Japanse patiënten met HCV. In deze studie kregen de patiënten een driedubbele therapie van PegIFN, RBV en de proteaseremmer Telaprevir. Suzuki en zijn collega’s vonden dat de ITPA varianten het bloed beïnvloedden, maar toch kon er een aanhoudende virologische respons bereikt worden dankzij een zorgvuldige controle van de bloedarmoede en een snelle aanpassing van de RBV dosis. De auteurs suggereren dat er nog toekomstig onderzoek nodig zal zijn naar de invloed van ITPA gen-varianten op RBV geïnduceerde anemie, op grotere schaal en op patiënten van verschillende etniciteiten.De bevindingen zullen gepubliceerd worden in het tijdschrift Hepatology.
NOG EEN REDEN VOOR HEP C PATIËNTEN OM ZICH TE ONTHOUDEN VAN ALCOHOL.
Originele titel: Another Reason for Hep C Patients to Abstain from Alcohol
Bron: www.hepatitis-central.com, 3 februari 2011
De meesten van ons weten dat alcohol niet goed is voor iemand met het hepatitis C virus. Naast het vermogen van alcohol om de voortgang van de leverziekte te versnellen, is er nu het bewijs dat alcohol drinken tijdens een antivirale therapie de effectiviteit van de hepatitis C behandeling tenietdoet.
Er bestaat weinig twijfel over het feit dat alcohol de lever aantast. Daarom zal iedereen met een nieuw gediagnosticeerde chronische leverziekte instructies krijgen van zijn of haar arts om de consumptie van alcoholische dranken volledig te elimineren. Omdat het advies om drinkgewoonten te veranderen de meeste gezondheidsproblemen lijkt te vergezellen, gaat het belang ervan gemakkelijk verloren bij diegenen voor wie het zeer belangrijk is. Nergens is de minachting voor het aanraden van een alcoholonthouding lastiger dan voor degenen met de meest voorkomende oorzaak van chronische leverziekte in de VS: voor patiënten met hepatitis C. Van alcohol is goed bekend dat het leverschade versnelt. Naast het reeds gecompliceerd gevaar van alcohol, toont nieuw onderzoek aan dat het drinken van alcoholische dranken tijdens een behandeling van hepatitis C waarschijnlijk de kans op een succesvolle behandeling ruïneert.
Het bewijs, waaruit blijkt dat het drinken van alcohol hepatitis C verergert, is overvloedig. Twee voorbeelden:
- Gebaseerd op een studie uit New York, gepubliceerd in het septembernummer van 2007 van het Journal of Clinical Gastroenterology, hebben alcoholisten met een hepatitis C infectie meer ernstige leverziekten, in vergelijking met niet-drinkers die aan hepatitis C lijden.
- Zoals beschreven in een editie van 2009 van Digestive and Liver Disease – het officiële tijdschrift van de Italiaanse Vereniging van Gastro-enterologie en de Italiaanse Vereniging voor de Studie van de Lever – is er bewijs dat alcoholmisbruik de progressie van leverfibrose versnelt en dat het de overlevingskansen van patiënten met chronische hepatitis C beïnvloedt.
Dit lijkt te wijten te zijn aan een combinatie van de volgende vier mechanismen:
- Alcohol verhoogt de virale replicatie
- Alcohol verhoogt oxidatieve stress
- Alcohol induceert cyto-toxiciteit (celdood)
- Alcohol schaadt de immuunrespons
De auteurs van deze studie hebben besloten dat alcoholonthouding kan voorkomen dat een chronische hepatitis C infectie zich zal ontwikkelen tot een vergevorderde leveraandoening – waarbij de kans op levercirrose, leverkanker of leverfalen veel hoger ligt.
Het is gemakkelijk voor mensen met hepatitis C om alcohol te zien als het minste van hun problemen, en om de suggesties van hun arts te negeren om volledig te stoppen met alcohol te drinken. Zoals gepubliceerd in een editie van juni 2010 van het tijdschrift Drug and Alcohol Dependence, hebben onderzoekers uit Philadelphia gevonden dat het ondergaan van een op Interferon gebaseerde behandeling om hepatitis C te elimineren zeker geen reden is om laks om te gaan met een alcoholonthouding. Momenteel bestaat de standaardbehandeling van hepatitis C uit een combinatietherapie van gepegyleerde Interferon en Ribavirine.Hun studie onderzocht of alcoholgebruik het immuunsysteem vermindert van menselijke levercellen, wat de infectie en de replicatie van hepatitis C zou kunnen bevorderen. De onderzoekers vonden het volgende:
Alcohol onderdrukt de natuurlijke interferon-actie in de lever. (Ons immuunsysteem bevat natuurlijke interferonen om ons te beschermen tegen de ziekte.)Alcohol moedigt onderdrukkers aan van cytokine-signaaltransductie, negatieve regulatoren van de interferon-expressie, hetgeen de interferon-actie belemmert.Op basis van hun bevindingen concludeerden de auteurs dat het drinken van alcohol bijdraagt tot de chroniciteit van hepatitis C en tot de slechte werkzaamheid van een op Interferon gebaseerde therapie.
Sommige mensen denken dat, zolang ze geen alcoholist zijn, een alcoholisch drankje wel OK is met hepatitis C. Het bewijs geeft duidelijk aan dat deze stelling onjuist is. Elk beetje alcohol kan een hepatitis C infectie verergeren, en degenen die hopen het virus te elimineren met een op Interferon gebaseerde therapie, hoeven niet eens met de behandeling te beginnen als ze van plan zijn om verder alcohol te drinken.
HET VERENIGD KONINKRIJK PAKT HEP C AAN MET EEN KLINISCHE DATABASE VAN 10 000 GEGEVENS.
Originele titel: The UK To Tackle Hep C With a Clinical Database of 10 000
Bron: www.healthcanal.com, 7 februari 2011
In het Verenigd Koninkrijk speelt menslievendheid een toonaangevende rol in de ontwikkeling van een groot netwerk van patiënten en onderzoeken om het hepatitis C virus beter te begrijpen, te behandelen en te voorkomen.
De ‘Medical Research Foundation’, een onafhankelijke liefdadigheids vzw, opgericht door de ‘Medical Research Council’ (MRC), heeft een donatie gedaan van bijna £ 2 miljoen, om een klinische database op te richten van 10 000 patiënten die geïnfecteerd zijn met het hepatitis C virus (HCV). Dit zal zorgen voor een breed netwerk voor onderzoekers, om nieuwe manieren te vinden om deze dodelijke infectie aan te pakken. Hoewel er de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang geboekt is in het wetenschappelijk begrip van de ziekte, is het momenteel zeer moeilijk om de verspreiding van HCV effectief op te sporen en de biologische wortels van de ziekte te begrijpen. Het project van de nieuw opgerichte Medical Research Council (Centrum voor Virus Research van de Universiteit van Glasgow) zal geleid worden door Dr. John McLauchlan, in samenwerking met Professor Irving van de Universiteit van Nottingham. De patiënten zullen gerekruteerd worden uit verschillende Engelse klinische centra die op dit moment zorg verlenen aan HCV patiënten. Het initiatief zal leiden tot het ‘HCV Research UK’, een consortium van clinici, academici en professionals in de gezondheidszorg, dat gericht zal zijn op het bevorderen van de samenwerking bij onderzoeken naar HCV infecties in het Verenigd Koninkrijk.
Het gebrek aan strategisch toezicht op de ziekte heeft het ook in het Verenigd Koninkrijk moeilijker gemaakt voor artsen om te bepalen waarom sommige patiënten symptomen kunnen ontwikkelen van zodra ze besmet zijn, terwijl anderen slechts na vele jaren cirrose van de lever gaan ontwikkelen. Door klinische monsters van patiënten te verzamelen en te analyseren, zal het project de onderzoekers ook helpen nagaan waarom bepaalde patiënten niet reageren op een behandeling. In het Verenigd Koninkrijk zouden ten minste 250 000 mensen besmet zijn met HCV, een door bloed overgedragen virus, dat ernstige leverbeschadiging kan veroorzaken bij 20 procent van de patiënten. HCV kan tien keer gemakkelijker opgelopen worden dan HIV, en gevangenen en drugsgebruikers zijn bijzonder kwetsbaar voor deze infectie. Dr. John McLauchlan van het Centrum voor Virus Research van de MRC Universiteit van Glasgow zegt: “Met hepatitis C rata die blijven stijgen, en die een toenemende druk zetten op de behandelingsmiddelen, is het van cruciaal belang dat we deze ziekte aanvallen op zoveel mogelijk fronten. Door een goed gestructureerde bron te creëren, hopen we dat deze database zowel het klinisch als het fundamenteel onderzoek naar HCV infecties zal stimuleren in het Verenigd Koninkrijk, en dat ze de basis zal vormen voor vele toekomstige studies”.
> Overzicht
EEN VERWARRENDE RELATIE: CHRONISCHE HEP C EN CARDIOVASCULAIRE GEZONDHEID.
Originele titel: A Confusing Relationship: Chronic Hep C and Cardiovascular Health
Bron: www.hepatitis-central.com, 9 februari 2011
Waarom is een gebruikelijke indicator van hart- en vaatziekten onjuist voor mensen met een chronische hepatitis C infectie? Februari was in Amerika de maand van het hart…
Van mensen met een chronische hepatitis C infectie is bekend dat ze een verhoogd risico lopen op hart- en vaatziekten. Ondanks dit inzicht zijn de gebruikelijke markers van hart- en vaatziekten niet noodzakelijk van toepassing op mensen met hepatitis C. Dat komt doordat de bloedsomloop van mensen met hepatitis C minder vet lijkt te bevatten dan die van de algemene bevolking, maar toch is er voldoende bewijs voor de associatie van dit chronische levervirus met atherosclerose.Alsof het nog niet genoeg is dat het hepatitis C virus de lever aanvalt, verhoogt het ook nog het risico op hart- en vaatziekten – de nummer één doodsoorzaak in Amerika. Hart- en vaatziekten zijn aandoeningen die het hart en de bloedvaten aantasten, zoals hartziekten, een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte, diepe veneuze trombose of een beroerte. Het kennen van de risico’s voor hart- en vaatziekten kan mensen helpen bij het behoud van de gezondheid van hun hart en bloedvaten, bij het opsporen van een aankomend probleem en bij een succesvol beheer van de bestaande condities.
De gebruikelijke verdachten.De primaire oorzaak van hart- en vaatziekten is atherosclerose, ook wel bekend als aderverkalking. Atherosclerose is een proces waarin deposito’s van vetstoffen, cholesterol, cellulaire afvalproducten, calcium en andere stoffen zich ophopen aan de binnenkant van een slagader. Deze ophoping, die ‘plaque’ genoemd wordt, kan groot genoeg worden om de doorstroming van het bloed door een slagader aanzienlijk te verminderen. Er is een lange lijst van risico’s voor de ontwikkeling van atherosclerose, met inbegrip van genetica, bloedgezondheidsmarkers, hoge bloeddruk, andere co-bestaande ziekten, roken, activiteitenniveau, obesitas en voeding. Hyperlipidemie is echter traditioneel één van de belangrijkste risicofactoren voor atherosclerose. Hyperlipidemie is een verhoging van lipiden (vetten) in de bloedbaan. Deze lipiden omvatten cholesterol, cholesterolesters (verbindingen), fosfolipiden en triglyceriden. Personen die het hoogste risico lopen op hart- en vaatziekten hebben atherosclerose en hyperlipidemie.
De verbinding tussen hyperlipidemie en atherosclerose is redelijk eenvoudig en wordt goed begrepen door de gezondheidszorg. Maar hun relatie is niet lineair bij mensen met hepatitis C. Dit komt omdat onderzoek het volgende gevonden heeft:
- Hyperlipidemie:
Zoals gepubliceerd op 15 juli 2009 in een editie van Clinical Infectious Diseases, hebben onderzoekers uit Pittsburgh, Pennsylvania, een grootschalig onderzoek gevoerd om de relatie tussen hepatitis C en coronaire hartziekten te evalueren. Ze vonden dat mensen zonder hepatitis C drastisch meer kans liepen om hyperlipidemie te ontwikkelen dan personen met hepatitis C.
- Atherosclerose:
Aan de andere kant heeft een studie, online beschreven in juni 2010 door Gut, geconstateerd dat, ondanks de relatieve afwezigheid van hyperlipidemie, personen met hepatitis C een hogere carotide intima-media dikte hadden, wat een indicator is van de vroege stadia van atherosclerose.
Omdat ‘plaques’ in de slagaders vaak bestaan uit lipiden, is het gemakkelijk om in te zien waarom hyperlipidemie één van de belangrijkste oorzaken van atherosclerose is. Gebaseerd op de hierboven (kort) beschreven studies (en enkele andere bevestigende proeven), volgt hepatitis C, als een risico voor hart- en vaatziekten, deze trend niet. In plaats daarvan toont het hepatitis C virus een lipide-verlagende werking, terwijl het gelijktijdig een vernauwing van de bloedvaten veroorzaakt. Deskundigen gaan ervan uit dat het virus waarschijnlijk een inflammatoir proces in gang zet, dat leidt tot atherosclerose.
De reden waarom mensen met hepatitis C meer vatbaar zijn voor hart- en vaatziekten is niet hyperlipidemie. Dus gezonde cholesterol- en triglyceridenwaarden bij een chronische hepatitis C infectie leiden niet tot activiteiten die het risico op hart- en vaatziekten verder kunnen verhogen. Zoals blijkt uit atherosclerose, brengt een hepatitis C infectie op zich – onafhankelijk van lipiden in het bloed – diegenen die besmet zijn niet automatisch in gevaar. Daarom moeten personen met hepatitis C de moeite doen om hun eigen cardiovasculaire gezondheid in de gaten te houden en om stappen te ondernemen om hun hart en bloedvaten te beschermen.
> Overzicht
ACTIVERING IMMUUNSYSTEEM HERGEBRUIKT VOOR ONTWIKKELING HEP C THERAPIE.
Originele titel: Immune Activation Repurposed for Developing Hep C Therapy
Bron: www.rsc.org, 17 februari 2011
Medische chemici uit het Verenigd Koninkrijk werken aan een oraal hepatitis C medicijn, dat werkt door een eiwit te activeren in het immuunsysteem.
David Pryde en zijn team, van Pfizer Global Research and Development in Sandwich, hebben nieuwe verbindingen gemaakt om een eiwit te activeren in het immuunsysteem, ‘TLR7’ genaamd – of ‘Toll-like receptor 7’ – dat tegen de infectie vecht. ‘Toll-like receptoren’ identificeren vreemd DNA, zoals een virus, en produceren eiwitten die de replicatie van het virus remmen.
Wereldwijd lijden 300 miljoen mensen aan hepatitis C. Het virus dat de ziekte veroorzaakt, bevindt zich in de lever en kan leiden tot cirrose, wat voor een aantal patiënten een levertransplantatie vereist. De huidige behandelingen genezen slechts de helft van de patiënten en ze worden intraveneus toegediend. Recent onderzoek heeft zich gericht op het vergroten van de effectiviteit van de medicijnen en op het ontwikkelen van orale behandelingen. Het team van Pryde heeft ‘heterocyclische analogen’ gemaakt, gebaseerd op de structuur van ‘purines’, bekende activatoren van TLR7 en de basis van de huidige orale geneesmiddelen. “De meest potente TLR7 agonisten zijn op purine gebaseerd”, legt Pryde uit. “Maar we wilden potente, niet op purine gebaseerde agonisten ontwerpen, om de kansen te maximaliseren om ongewenste ‘off-target farmacologie’ te vermijdenâ€.
Toen ze de verbindingen testten tegen een hepatitis C cellijn, vond het team dat één van de verbindingen, een ‘trifluormethyl derivaat’, zeer selectief was voor TLR7. De agonist vertoonde ook vergelijkbare prestaties bij geïnjecteerde alternatieven, bij doses lager dan 50 mg. “Medicinale chemie wordt vaak gehekeld voor zijn inlevering van synthetische elegantie, om toegang te krijgen tot een verbinding. Pryde wijst dit elegant af, door het volbrengen van zowel elegantie als toegangâ€, zegt Adam McCluskey, een expert in het ontwerpen en het ontdekken van nieuwe geneesmiddelen aan de Universiteit van Newcastle, Australië. Pryde en zijn team hopen de agonist beter oplosbaar te maken, en zijn potentie verder te verhogen, voordat ze overstappen naar menselijke proeven.
HEP C MEDICIJN VAN INHIBITEX OP SNELSPOOR.
Originele titel: Inhibitex’s Hep C Drug Gets Fast-Tracked
Bron: www.pharmaceutical-business-review.com, 17 februari 2011
Als gevolg van de noodzaak van verbeterde behandelingen, verleende de FDA een versnelde ontwikkeling voor INX-08189, een ‘guanosine nucleotide’ polymeraseremmer voor de behandeling van hepatitis C.
FDA verleent versnelde ontwikkeling voor HCV geneesmiddel van Inhibitex.De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) heeft het onderzoek van INX-08189, een krachtige ‘guanosine nucleotide’ polymeraseremmer van Inhibitex, voor de behandeling van chronische virale hepatitis C (HCV) infecties, erkend als versneld ontwikkelingsprogramma. Inhibitex is bezig met het ontwikkelen van een reeks van eigen nucleotideremmers, die zich richten op de RNA-afhankelijke HCV RNA-polymerase (NS5b). INX-189 is een protide van een 2′-C-methylguanosine analoog. Inhibitex is van mening dat de preklinische en klinische studies van INX-189 die momenteel afgerond zijn, mogelijkheden bieden als potente, eenmaal dagelijkse, lage-dosis, orale therapie, te gebruiken in combinatie met andere antivirale middelen, voor de behandeling van patiënten met alle bekende genotypes van HCV.
Naast INX-189, zit ook FV-100 in een klinisch stadium van de antivirale pijplijn van Inhibitex. FV-100 is een bicyclische nucleosideremmer in Fase II ontwikkeling, voor de preventie en de beperking van pijn die geassocieerd is met gordelroos. Inhibitex heeft ook nog andere HCV nucleotide polymeraseremmers in verschillende stadia van preklinische ontwikkelingen. Het bedrijf heeft ook een licentie voor het gebruik van haar eigen MSCRAMM eiwit-platform door Pfizer, voor de ontwikkeling van een actief stafylokokken vaccin.
MENSELIJKE PROEVEN MET HEP C MEDICIJN BEGINNEN.
Originele titel: Human Trials to Begin on Hepatitis C Drug
Bron: www.tradingmarkets.com, 21 februari 2011
Na bemoedigende preklinische studies, beginnen Medivir en Tibotec aan een Fase I a studie met hun Hep C nucleosideremmer.
Medivir start Fase I a studie met hepatitis C polymeraseremmer TMC649128.Medivir AB, een op research gebaseerde farmaceutische onderneming, gespecialiseerd in besmettelijke ziekten, kondigt de start aan van een Fase I a klinische studie met TMC649128, bestemd voor de behandeling van chronische hepatitis C virusinfecties. Het bedrijf zei dat TMC649128 een nucleoside NS5B polymeraseremmer is, die al een aantrekkelijk preklinisch profiel getoond heeft. Verwacht wordt dat (door dit profiel) TMC649128 gebruikt zal worden in combinatie met directe antivirale middelen tegen HCV, gezien hun hoge genetische barrière voor weerstand en antivirale activiteit bij meerdere HCV genotypes.
In preklinische studies heeft TMC649128 in-vitro activiteit weergegeven voor meerdere HCV genotypes, en een hoge genetische barrière voor weerstand.
De Fase I a studie is een dubbelblinde, gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde, enkelvoudige, dosis oplopende studie om de veiligheid, de verdraagbaarheid en de farmaco-kinetiek bij gezonde vrijwilligers te beoordelen. De studie zal uitgevoerd worden in België. TMC649128 wordt ontwikkeld in samenwerking met Tibotec Pharmaceuticals.
Volgens een bericht heeft Medivir in mei 2008 een overeenkomst gesloten voor onderzoek en ontwikkeling op gebied van hepatitis C virus polymerase met Ortho Biotech Products LP, een dochteronderneming van Tibotec. De ontwikkeling van TMC649128 valt onder deze overeenkomst en de start van deze klinische ontwikkeling heeft een mijlpaalbetaling van 7 miljoen euro geactiveerd voor de vergoeding van Medivir.
“We zijn zeer verheugd over het feit dat TMC649128, onze eerste HCV nucleosideremmer, naar klinische ontwikkeling evolueert”, verklaarde Bertil Samuelsson, CSO van Medivir. “De start van deze Fase I a studie onderstreept dat Medivir zich inzet voor de ontwikkeling van nieuwe en innovatieve hepatitis C behandelingen. We zien nucleosideremmers als hoeksteenonderdelen voor de toekomstige behandeling van HCV paradigma’s, in combinatie met direct werkende antivirale middelen. Een TMC649128 onderdeel zou ze kunnen onderscheiden van andere klassen HCV geneesmiddelen”.
Het bedrijf merkte op dat hepatitis C een door bloed overdraagbare infectieziekte van de lever is en dat het een oorzaak is van chronische leverziekten en van levertransplantaties. De WHO schat dat bijna 180 miljoen mensen wereldwijd (ongeveer 3 procent van de wereldbevolking) besmet zijn met het hepatitis C virus (HCV). Het CDC heeft gemeld dat bijna drie miljoen mensen in de Verenigde Staten chronisch geïnfecteerd zijn met HCV.
Medivir en Tibotec ontwikkelen ook gezamenlijk de eenmaal daagse proteaseremmer TMC435, voor de behandeling van hepatitis C virusinfecties (HCV).
HEPATITIS BESEF: 10 RISICO’S VOOR LEVERKANKER.
Originele titel: Hepatitis Awareness: 10 Liver Cancer Risks
Bron: Linda Fugate, 28 februari 2011
Om controleerbare aandoeningen te voorkomen, die de ontwikkeling van leverkanker bevorderen, is deze lijst met de meest voorkomende risico’s voor leverkanker nuttig voor mensen met chronische hepatitis.
Het aantal gevallen van leverkanker is tussen 1976 en 2002 verdubbeld in de Verenigde Staten, en het is één van de meest dodelijke vormen van kanker wereldwijd. Een recent overzichtsartikel beschreef de risicofactoren.
- Hepatitis B of C virusinfectie: Wereldwijd zijn virale leverinfecties de meest voorkomende oorzaken van leverkanker. De rata van hepatitis C infecties gaan in stijgende lijn in de Verenigde Staten, en dit is ook een factor die bijdraagt tot de stijgende rata van leverkanker.
- Alcohol: Leverschade is het meest bekende gevaar van overmatig alcoholgebruik. Cirrose is een veel voorkomende stap op de weg naar leverkanker.
- Obesitas: Een studie van 28 129 personen in Zweden toonde een drievoudige toename van de leverkankergevallen bij patiënten met obesitas. Overgewicht wordt ook geassocieerd met een hoger sterftecijfer ten gevolge van deze vorm van kanker. Stijgende rata van obesitas kunnen bijdragen tot de verhoging van de rata van leverkanker.
- Erfelijke hemo-chromatose: Dit is een vrij veel voorkomende genetische aandoening, gevonden bij maximaal één op 200 mensen van Noord-Europese afkomst. De ziekte is echter niet bekend bij de meesten van ons. Bij vrouwen ontwikkelen de symptomen zich gewoonlijk na de leeftijd van 50 jaar en ze kunnen verward worden met peri-menopauze veranderingen. Patiënten met hemo-chromatose hopen teveel ijzer op in hun lichaam, vooral in de lever. Dit interfereert met de normale leverfunctie. De symptomen variëren van mild tot levensbedreigend. De patiënten lopen een verhoogd risico voor zowel leverkanker als leverfalen. Deze aandoening kan diagnosticeerd worden via bloedonderzoek.
- Eetgewoonten: Rood vlees en een hoge opname van ijzer worden geassocieerd met een verhoogd risico op leverkanker, terwijl groenten en zuivelproducten geassocieerd worden met een lager risico. Koffie is sterk geassocieerd met een lager risico. Dit zou erop kunnen wijzen dat koffie een aantal beschermende voordelen heeft, maar het metabolisme van koffie wordt verminderd door cirrotische levers, dus kan het zijn dat mensen die al een verhoogd risico lopen op leverkanker, koffie onaangenaam vinden.
- Roken: Hoewel longkanker een meer vertrouwd risico van roken is, worden ook andere vormen van kanker, waaronder leverkanker, geassocieerd met tabaksproducten.
- Diabetes: Sommige studies beweren dat diabetes een risicofactor is, onafhankelijk van obesitas en voedingsfactoren, hoewel meer onderzoek nodig is om deze factor te kwantificeren.
- Orale anticonceptiva: Er zijn aanwijzingen dat het gebruik op lange termijn (meer dan vijf jaar) van orale anticonceptiva de kans op leverkanker kan vergroten. Meer onderzoek is nodig op dit gebied.
- Betel tabakspruim: Dit is de noot van de Areca catechu palm, die vaak gekauwd wordt in sommige delen van de wereld.
- Aflatoxine: Dit is een schimmelproduct dat voorkomt in voedingsmiddelen die geteeld zijn in warme, vochtige klimaten, of die opgeslagen zijn in warme, vochtige omstandigheden.
- Zoals gepubliceerd in de editie van oktober 1999 van The EMBO Journal, hebben Japanse onderzoekers vastgesteld dat het Epstein-Barr virus ontdekt werd op 37 procent van de onderzochte weefsels van hepato-cellulair carcinoom, en het kwam vooral vaak voor bij gevallen met HCV. Nadere analyse laat vermoeden dat EBV fungeert als hulpvirus voor de HCV replicatie.
- Zoals gepubliceerd in een vervroegde online editie, documenteerde het Journal of Medical Virology van december 2010 een andere verband tussen de twee virussen. Volgens de onderzoekers veroorzaakt een infectie met hepatitis C de heractivatie van EBV in B-cellen – belangrijke cellen in het immuunsysteem.
- Het Internationaal Lever Congres, dat het belangrijkste wetenschappelijke en professionele evenement is op het gebied van de hepatologie wereldwijd.
- Ontmoetingen, met inbegrip van monothematische en speciale conferenties, Post Graduaat cursussen en andere krachtige bijeenkomsten, die plaatsvinden gedurende het hele jaar.
- Klinische Scholen en Basisscholen voor Hepatologie, een reeks evenementen die verschillende aspecten behandelen op het gebied van de hepatologie.
- Journal of Hepatology, maandelijks gepubliceerd.
- Deelname aan een aantal beleidsinitiatieven op Europees niveau.
- 240 mg BI201335 zonder inleiding: 87%
- 240 mg BI201335 met inleiding: 78%
- 120 mg BI201335 met inleiding: 80%
- Standaardtherapie met placebo: 16%
- 240 mg BI201335 zonder inleiding: 83%
- 240 mg BI201335 met inleiding: 73%
- 120 mg BI201335 met inleiding: 71%
- Standaardtherapie met placebo: 56%
- 240 mg BI201335 tweemaal daags, met inleiding: 47%
- 240 mg BI201335 eenmaal daags, met inleiding: 43%
- 240 mg BI201335 eenmaal daags, zonder inleiding: 45%
- 240 mg BI201335 tweemaal daags, met inleiding: 31%
- 240 mg BI201335 eenmaal daags, met inleiding: 27%
- 240 mg BI201335 eenmaal daags, zonder inleiding: 41%
- 50% van de eerdere partiële responders en 35% van de nul-responders bereikte SVR in de eenmaal dagelijkse groep zonder inleiding.
- onregelmatige of gemiste menstruatiecyclus
- cycli die zwaarder of lichter zijn dan normaal
- opvliegers
- prikkelbaarheid en/of depressie
- stemmingswisselingen
- opgeblazen gevoel
- pijnlijke borsten
- verminderde zin in seks
- vaginale droogheid
- prikkelbaarheid van de blaas en incontinentie
- droge huid, ogen of mond
- slapeloosheid
- 67,5 procent van de vrouwen in hun vruchtbare periode
- 51,1 procent van de mannen
- 46 procent van de vrouwen in de menopauze
- In week 4 ervaarde 38% van de patiënten met genotype 1a en 88% van de patiënten met genotype 1b een snelle virologische respons.
- In week 12 bereikte 50% van de patiënten met genotype 1a een vroege virologische respons, en het percentage bij mensen met genotype 1b bleef 88%.
- In week 12 ervaarde de helft van de deelnemers met genotype 1a (4 van de
een virale doorbraak tijdens de behandeling, vergeleken met slechts 1 persoon (6%) van genotype 1b. - De registratie van patiënten met genotype 1a werd stopgezet als gevolg van deze bevindingen.
- Alle deelnemers ervaarden ten minste 1 bijwerking, maar niemand had ernstige bijwerkingen of abnormale laboratoriumwaarden.
- De meest voorkomende bijwerking was hoofdpijn, gemeld door 63% van de deelnemers.
- De virale doorbraak werd geassocieerd met de R155K resistentiemutatie.
- Het doseringsschema volgen:
- Hou een gedetailleerd dagboek van neveneffecten bij, en neem het mee naar medische afspraken. Bespreek hardnekkige of hinderlijke bijwerkingen zo vlug mogelijk met uw arts. De meeste van deze bijwerkingen van de behandeling kunnen effectief beheerd worden indien ze behandeld worden voordat ze ernstig worden.
- Het voedsel dat u eet, en de dranken die u drinkt, kunnen uw hepatitis C behandeling helpen of bestrijden. Overweeg niet eens het drinken van alcohol of het eten van vette, zoete of bewerkte levensmiddelen. Zorg ervoor dat u veel water drinkt en verbruik een gezonde, evenwichtige voeding. De juiste voeding kan het verschil maken tussen het bereiken van SVR en beschouwd worden als een non-responder op een hepatitis C behandeling.
- Het immuunsysteem werkt niet optimaal tijdens inactiviteit. Naast het stimuleren van de immuniteit en het creëren van een goed gevoel, zullen dagelijkse lichte tot matige lichaamsbewegingen de ernst van de bijwerkingen verminderen.
- Overweeg de raadpleging van een gelicencieerde acupuncturist tijdens een combinatietherapie, om uw kansen op SVR te verbeteren. Naast het helpen verlichten van een aantal bijwerkingen van de behandeling, is acupunctuur bekend om zijn versterking van de immuunrespons – een functie die de hepatitis C behandeling ondersteunt.
- Hoewel u altijd uw arts moet raadplegen alvorens eventuele aanvullingen te nemen terwijl u een hepatitis C behandeling volgt, toont onderzoek van de National Institutes of Health aan dat Melkdistel de naleving van een combinatietherapie kan verbeteren. Zoals gepubliceerd in een editie van 2008 van Hepatology, vonden de onderzoekers dat personen, die een extract van Melkdistel namen tijdens hun hepatitis C behandeling, beduidend minder last hadden van vermoeidheid, misselijkheid, leverpijn, anorexia of spier- en gewrichtspijn, en ze hadden een betere algemene gezondheid, dan deelnemers die geen Melkdistel gebruikten.
- Zorg ervoor dat u de hulp van familie, vrienden en/of een steungroep kan inroepen gedurende het gehele verloop van de therapie. Zich geïsoleerd voelen tijdens een hepatitis C behandeling voorspelt niet veel goeds voor de afronding van de behandeling, terwijl een ondersteunend netwerk aangetoond heeft dat het mensen helpt bij het overwinnen van de obstakels die typisch interfereren met therapietrouw.
- In week 4 hadden de deelnemers die de driedubbele therapie met Tegobuvir kregen, gedurende 48 weken of via de respons-geleide therapie, significant meer kans om RVR te bereiken (HCV-RNA <25 IU/ml), vergeleken met de ontvangers van de standaardtherapie (respectievelijk 53% en 58% versus 20%).
- In week 12 bleven de rata van een complete vroege virologische respons (cEVR) hoger in de Tegobuvir armen, vergeleken met de standaardtherapie (respectievelijk 76%, 81% en 58%).
- De virologische respons was echter vergelijkbaar tussen alle studie-armen tegen week 24 (respectievelijk 76%, 69% en 72%) en week 48 (respectievelijk 65%, 61% en 66%).
- De rata van een aanhoudende virologische respons (SVR), 24 weken na de beëindiging van de behandeling, waren identiek in de 3 armen (56%).
- SVR bedroeg 96% voor de patiënten in de arm van de reactie-geleide driedubbele therapie. Deze arm bereikte RVR en werd gedurende 24 weken behandeld.
- Meer Tegobuvir ontvangers die RVR bereikten, haakten voortijdig af als gevolg van bijwerkingen, wat echter resulteerde in een lagere positieve voorspellende waarde.
- De bijwerkingsprofielen waren algemeen gelijk, hoewel koorts, jeuk en spierpijn vaker voorkwamen bij Tegobuvir ontvangers.
- Zoals eerder gemeld, bereikte 100% van de patiënten RVR in week 4 met het viervoudige regime, in vergelijking met 38% met Tegobuvir/GS-9256/Ribavirine en 7% met Tegobuvir/GS-9256 alleen.
- In week 12 waren de responsrata respectievelijk 100%, 100% en 80%.
- In week 24 waren deze percentages respectievelijk 100%, 100% en 67%.
- Tegobuvir en GS-9256 werden over het algemeen goed verdragen.
- Er waren 2 ernstige bijwerkingen die niet als behandelingsgerelateerd beschouwd werden, en er waren geen laboratoriumafwijkingen van graad 4.
- Tijdens de 3 dagen van de monotherapie, was de respons vergelijkbaar in de 3 ABT-450/Ritonavir dosisarmen, met een gemiddelde maximale HCV-RNA daling van ongeveer 4 log IE/ml, vergeleken met 0,36 log IE/ml in de placebogroep.
- In een ‘intent-to-treat’ analyse na 4 weken, bereikte 88% van de patiënten die ABT-450/Ritonavir + gepegyleerde Interferon/Ribavirine kregen een snelle virologische respons (RVR = HCV-RNA <25 IE/ml), vergeleken met slechts 9% in de placebogroep.
- Na 12 weken bereikte 92% van de ontvangers van ABT-450/Ritonavir een complete vroege virologische respons (cEVR = opnieuw HCV-RNA <25 IE/ml), versus 18% bij diegenen die een placebo kregen.
- Geen enkele deelnemer die ABT-450/Ritonavir + gepegyleerde Interferon/Ribavirine kreeg, ervaarde een virologische terugval tijdens de 12 weken van de behandeling.
- Het HCV subgenotype (1a of 1b), de uitgangssituatie van HCV-RNA, en het IL28B genpatroon waren niet geassocieerd met verschillen in de virologische respons.
- Versterkt ABT-450 werd in het algemeen goed verdragen, en er werden geen nieuwe bijwerkingen waargenomen.
- Bijwerkingen en laboratoriumafwijkingen waren over het algemeen vergelijkbaar in de ABT-450/Ritonavir groep en de placebogroep, en ze kwamen overeen met die van de standaardtherapie.
- Er werden geen geneesmiddelgerelateerde ernstige bijwerkingen gemeld.
- Een groter deel van de ABT-450/Ritonavir ontvangers ervaarde een verminderd aantal neutrofielen, maar de gemiddelde omvang van de daling was groter in de placebogroep. Er waren geen patiënten die de behandeling staakten als gevolg van neutropenie.
> OverzichtHEPATITIS B EN C ONDERZOEK KRIJGT FONDSEN TOEGEWEZEN IN AZIË.
GEEN ZIEKTEVERZEKERING BETEKENT OOK GEEN HEPATITIS C THERAPIE.
Originele titel: No Health Insurance Equals No Hepatitis C Therapy
Bron: www.eurekalert.org, 2 maart 2011
De verontrustende zorgverzekeringkloof in Amerika geeft bijna tweederde van de in aanmerking komende patiënten met hepatitis C geen toegang tot behandelingen.
Gebrek aan ziektekostenverzekering beperkt toegang tot nieuwste antivirale therapie voor hepatitis C patiënten.Nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat in de VS patiënten met het hepatitis C virus (HCV) twee keer zoveel kans lopen om geen ziekteverzekering te hebben, in vergelijking met mensen zonder de ziekte. In feite vonden de onderzoekers dat slechts één derde van de met HCV geïnfecteerde Amerikanen toegang heeft tot antivirale behandelingen. De overige patiënten zijn ofwel niet verzekerd, ofwel komen ze niet in aanmerking voor een behandeling als gevolg van contra-indicaties. Details van deze studie werden gepubliceerd in het maartnummer van Hepatology, een recensietijdschrift van de ‘Amerikaanse Vereniging voor de Studie van Leverziekten’ (AASLD).HCV is de meest voorkomende oorzaak van chronische leverziekten, hepato-cellulaire (lever) kanker en levertransplantaties in de VS, met maximaal 85% van de HCV positieve personen (3,5 miljoen) die ook een chronische HCV infectie ontwikkelt. Symptomen van chronische HCV zijn niet-specifiek, wat de diagnose kan remmen. Zelfs 75% van de patiënten is zich niet bewust van zijn HCV infectie (volgens Hagan et al., 2006). Bovendien schatten de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) (Centra voor Ziektecontrole en -preventie) dat HCV elk jaar 12 000 doden veroorzaakt in de Verenigde Staten.”Een succesvolle behandeling met een antivirale therapie verbetert de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit van patiënten met HCV, en het zou de morbiditeit en de mortaliteit bij deze patiënten kunnen verminderen”, zei Zobair Younossi, MD, MPH, van het ‘Centrum voor Leverziekten’ in het Inova Fairfax Hospital in Virginia, en hoofdauteur van de studie. “Een aanzienlijk aantal van de HCV patiënten kan echter niet eens toegang krijgen tot een antivirale therapie, te wijten aan het ontbreken van een adequate ziektekostenverzekering”. Men raamt de kosten voor de monitoring en de behandeling van HCV op maximaal 48 000 dollar per jaar.
Voor de huidige studie analyseerden de onderzoekers statussen van ziektekostenverzekeringen en behandelingkandidaturen van HCV positieve personen, met behulp van gegevens die tussen 2005 en 2008 verzameld werden door de ‘National Health and Nutritional Examination Survey’ (NHANES) (nationale onderzoeksenquête over gezondheid en voeding). Deze informatie werd verzameld via interviews met huishoudens, via lichamelijk onderzoek en via uitgebreide gegevens over laboratoriummonsters, van proefpersonen ouder dan 18 jaar en woonachtig in de VS.De analyse toonde aan dat 1,16% van de proefpersonen besmet was met HCV. Bij de mensen met HCV was slechts 61% verzekerd, in vergelijking met 81% bij de HCV negatieve personen. De HCV infectie was een onafhankelijke voorspeller van niet verzekerd te zijn, zelfs na correcties van de demografische verschillen in de HCV positieve groep. Ongeveer 67% van de HCV positieve patiënten kwam in aanmerking voor een behandeling, maar slechts 54% van deze behandelingskandidaten werd gedekt door een verzekering.Sommige patiënten met HCV kunnen niet in aanmerking komen voor een antivirale therapie als gevolg van contra-indicaties voor de behandeling. Eerdere studies hebben aangetoond dat slechts de helft van de HCV patiënten een positieve reactie vertoont op een behandeling met Peginterferon/Ribavirine. “Het profiel van de bijwerkingen van de huidige antivirale therapie vereist een zorgvuldige selectie van de behandelingskandidaten met een aantal chronische aandoeningen”, zei Dr. Younossi. De auteurs merkten op dat patiënten met een comorbiditeit, zoals actieve hartziekten, ernstige depressies of nierfalen, doorgaans niet in aanmerking komen voor een antivirale therapie als gevolg van de ernstige bijwerkingen die zich kunnen voordoen tijdens de behandeling.
Onderzoek wees uit dat slechts 36% van de HCV positieve patiënten, die in aanmerking kwamen voor een antivirale therapie, ook een ziektekostenverzekering had. “De toegang tot de zorgverstrekking voor HCV patiënten is van cruciaal belang. Onze resultaten hebben belangrijke implicaties voor patiënten die geïnfecteerd zijn met HCV en hiermee dient rekening gehouden te worden als een nieuwe hervorming van de wetgeving op de gezondheidszorg van kracht wordt”, besloot Dr. Younossi.
VORDERINGEN GEBOEKT BIJ PREVENTIEF VACCIN TEGEN HEPATITIS C.
Originele titel: Strides Made Towards Hepatitis C Preventative Vaccine
Bron: www.privatemdlabs.com, 2 maart 2011
Door gebruik te maken van een molecule van het verkoudheidsvirus, zouden Deense onderzoekers een manier gevonden kunnen hebben om mensen in te enten tegen hepatitis C.
Onderzoekers ontwikkelen mogelijk hepatitis C vaccin.
Een nieuw vaccin, ontwikkeld door een team van onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen in Denemarken, kan het aantal positieve hepatitis C tests in de toekomst verminderen. Ze rapporteren één van de eerste succesvolle proeven over het inenten van dieren tegen de ziekte.Wetenschappers werken al jaren aan de uitroeiing van de ziekte door de toepassing van een vaccin. Maar het virus muteert snel, waardoor het moeilijk vast te pinnen is. Van zodra een vaccin ontwikkeld kon worden, veranderde het micro-organisme, waardoor het immuun werd voor medicijnen.Bovendien doet het immuunsysteem meestal slecht zijn werk bij het herkennen en het aanvallen van het Hep C virus. Om dit probleem op te lossen, namen de Deense onderzoekers een dode molecule van het verkoudheidsvirus en ze encodeerden stukjes DNA van een hepatitis C molecule.Toen deze combinatie geïnjecteerd werd bij muizen, herkende hun immuunsysteem onmiddellijk het verkoudheidsvirus, en het bouwde antilichamen op. Aangezien deze moleculen ook stukjes van hepatitis DNA bevatten, ontwikkelde het immuunsysteem van de muizen ook een verdediging tegen deze ziekte.Gezien de hoge prevalentie van hepatitis C, en gezien het feit dat het zo moeilijk is om de ziekte aan te pakken van zodra ze een chronisch stadium bereikt heeft, verklaarden de onderzoekers dat hun vaccin de mogelijkheid zou kunnen bieden om miljoenen levens te redden.
GENETISCHE TESTEN VOOR HEP C THERAPIE ZIJN ROUTINE BIJ SCRIPPS HEALTH.
Originele titel: Genetic Testing for Hep C Therapy Routine at Scripps Health
Bron: www.hepatitis-central.com, 8 maart 2011
Een Californisch gezondheidssysteem zal één van de eersten zijn om routinematig de genotypering van IL28B te bepalen bij alle patiënten met hepatitis C die potentiële kandidaten zijn voor een antivirale therapie.
Scripps Health is één van de eerste gezondheidsstelsels in de Verenigde Staten dat genetische tests aanbiedt, als onderdeel van de zorgverstrekking voor patiënten met hepatitis C die van plan zijn om een medicijnenbehandeling te ondergaan.
De testen bieden hoop voor de meer dan 4 miljoen patiënten die jaarlijks gediagnosticeerd worden met hepatitis C in de VS, en ze kunnen hen het nemen van Interferon, wat vaak voorgeschreven wordt, besparen. Interferon veroorzaakt griepachtige symptomen als neveneffect en het kost jaarlijks meer dan 50 000 $. In plaats daarvan bepaalt de genetische test of de patiënten een gewone genvariant hebben, die gunstige genezingsrata voorspelt indien de patiënten behandeld worden met de geneesmiddelencombinatie van gepegyleerde Interferon en Ribavirine.
Een manuscript dat deze behandelingsaanpak beschrijft, zal in maart gepubliceerd worden in het tijdschrift Drugs. Het werd geschreven door Paul J. Pockros, MD, klinisch onderzoeksdirecteur van het ‘Scripps Translational Science Institute’. Hij is ook hoofd van de afdeling Maag- , Darm- en Leverziekten en directeur van het Centrum voor Leverziekten in de ‘Scripps Clinic’.
“Dit is een enorme stap voorwaarts in de beweging naar geïndividualiseerde geneeskunde”, zei Dr. Pockros. “Het is belangrijk om als arts te weten welke medicijntherapieën gunstig zullen zijn en welke niet, op basis van het IL28B genotype van een patiënt, omdat we dan in staat zijn om meer gericht te werken in onze benadering van de behandeling”.
Dit is de eerste van een groot aantal genetische testen, die aan artsen nauwkeurige en sterk verbeterde gegevens zullen verstrekken, wat zal leiden tot een beter voorschrift van medicijnbehandelingen.
Later dit jaar zal een tweede test beschikbaar zijn, die nauwkeurig anemie zal voorspellen bij patiënten met hepatitis C die de gepegyleerde Interferon en Ribavirine medicijnencombinatie nemen. Anemie is één van de meest voorkomende bijwerkingen van dit regime. De test zal artsen in staat stellen om de therapie te wijzigen voordat ze start, om te voorkomen dat patiënten deze problematische bijwerking ontwikkelen.
Genetische testen voor hepatitis C patiënten hebben aanzienlijke gevolgen voor de patiëntenzorg, omdat er meer dan 4 miljoen besmette mensen zijn in de Verenigde Staten, waarvan de meesten niet gediagnosticeerd zijn en niet behandeld worden.
De ‘Scripps Clinic’ biedt nu routinematig IL28B genotypering aan voor alle patiënten met hepatitis C die potentiële kandidaten zijn voor een antivirale therapie. Als de patiënten een gunstig IL28B genotype hebben en gevorderde fibrose vertonen op de leverbiopsie, kunnen artsen de therapie beginnen met de huidige standaardzorg. Als de patiënten een minder gunstig genotype hebben of als ze een milde fibrose vertonen, kunnen artsen aanraden om te wachten op de goedkeuring van de FDA van direct werkende antivirale middelen, om hun responskansen te verhogen.
Momenteel voert ‘LabCorps Diagnostics’ de testen uit voor IL28B bij de Scripps patiënten, een procedure die gedekt wordt door de meeste verzekeringen. De resultaten worden doorgegeven aan de behandelende arts na ongeveer een week, en de behandelingskeuze is afgestemd op de kans van de patiënten om een gunstige respons te hebben.
De hepatitis C genetische testen zijn het jongste voorbeeld van het leiderschap van Scripps op het gebied van de geïndividualiseerde geneeskunde. Scripps artsen waren de eersten die genetische testen gebruikten voor cardiovasculaire patiënten die de procedure van een ‘electieve stent’ planden, om te bepalen of ze één of meer gemeenschappelijke genvarianten hadden die verbonden zijn met een onvermogen om het antistollingsmedicijn Plavix (Clopidrogel) te metaboliseren. Plavix is het tweede meest voorgeschreven medicijn in de Verenigde Staten, gegeven aan de meeste patiënten die ‘coronaire stents’ kregen.
IS KOFFIE EEN VERSTANDIGE TOEVOEGING VOOR EEN HEPATITIS C THERAPIE?
Originele titel: Is Coffee a Wise Adjunct to Hepatitis C Therapy?
Bron: www.hepatitis-central.com, 9 maart 2011
In het debat over de invloed van koffie op de gezondheid, hebben koffieliefhebbers die een behandeling ondergaan voor hepatitis C net een overwinning behaald.
Als één van de meest voorkomende dranken ter wereld, heeft koffie een lange lijst van toegewijden. Zelfs met zijn positie in bijna elke cultuur, variëren de meningen over dit donkere brouwsel sterk. Sommigen geloven dat het een gezond ritueel is en anderen zijn ervan overtuigd dat koffie de wortel is van ziekten. Gelukkig voor de mensen met hepatitis C die van koffie houden, toont nieuw onderzoek aan dat regelmatige koffiedrinkers een duidelijk voordeel hebben bij het ondergaan van een antivirale therapie.
De lever wordt direct beïnvloed door alles wat we eten of drinken. Dat is de reden waarom mensen met een chronische leverziekte – met inbegrip van hepatitis C – zich terdege bewust moeten zijn van alles wat ze opnemen. Tot opluchting van veel koffieliefhebbers, is er in de afgelopen jaren een hele verzameling van onderzoeken ontstaan, die de voordelen van koffie voor de lever aantonen. Nieuw onderzoek werd toegevoegd aan het ‘pro-koffie’ bewijs, waaruit blijkt dat het drinken van een paar kopjes koffie per dag de kans verbetert dat een therapie met gepegyleerde Interferon en Ribavirine het hepatitis C virus zal doen verdwijnen.
De slechte kant van koffie.
Er zijn verschillende redenen waarvoor mensen ver gaan om het drinken van koffie te voorkomen of om ermee te stoppen. Om te beginnen heeft cafeïnehoudende koffie stimulerende, cardiovasculaire effecten, die de hartslag kunnen verhogen, die de bloeddruk kunnen verhogen en die af en toe kunnen leiden tot een onregelmatige hartslag. Bovendien is van cafeïne bekend dat het nervositeit, een snelle hartslag, hartkloppingen, slapeloosheid en prikkelbaarheid kan veroorzaken. Naast deze mogelijke nadelen van cafeïne, kan een kopje koffie reeds bestaande gastritis of gastro-intestinale ulcera verergeren.
Een andere reden voor de slechte reputatie van koffie heeft meer te maken met de ingrediënten die meestal aan de koffie toegevoegd worden. In een poging om de bitterheid van koffie te verminderen, voegen veel mensen ingrediënten toe die een leverontsteking kunnen verergeren, zoals slagroom, stroop, suiker, sucralose en aspartaam. Deze gebruikelijke additieven voor koffie kunnen hepatitis C mogelijk verslechteren en ze dragen bij tot een hele reeks van cardiovasculaire, metabole en renale aandoeningen.
Eerder bewijs over koffie.
Als het gaat om de vraag of personen met een chronische leverziekte koffie mogen drinken, hebben een flink aantal studies soortgelijke, ‘pro-koffie’ conclusies getrokken. Een handvol van deze proeven wordt hieronder kort beschreven:
Zoals gepubliceerd in een uitgave uit 2006 van de Archives of Internal Medicine, hebben onderzoekers van het Kaiser Permanente Medical Care Program in Californië een dagelijkse vermindering van de risico’s op levercirrose (ten gevolge van alcohol) gemeld met 22 procent bij elk kopje koffie dat geconsumeerd wordt.
Zoals bekendgemaakt in de novembereditie uit 2009 van het tijdschrift Hepatology, blijkt uit onderzoek onder leiding van het National Cancer Institute in Rockville, Maryland, dat bij mensen met vergevorderde leverziekte ten gevolge van hepatitis C, een regelmatige koffieconsumptie geassocieerd werd met lagere rata van de progressie van de ziekte.
Zoals gemeld in de editie van augustus 2010 van het Journal of Epidemiology and Community Health, hebben Chinese onderzoekers ontdekt dat een matige koffieconsumptie de kans op leverkanker met bijna de helft verlaagde bij personen met chronische hepatitis B.
Koffie en hepatitis C behandeling.
De medische ondersteuning voor het drinken van koffie bij een chronische leverziekte is gestaag gegroeid. Een bemoedigend verband tussen koffie en de behandeling van hepatitis C is echter onlangs pas opgedoken. Zoals voorgesteld op de “Lever Meeting” van 2010 van de Amerikaanse Vereniging voor de Studie van Leverziekten (AASLD) in Boston, bevestigden onderzoekers dat het een uitstekende zaak was voor koffiedrinkers met chronische hepatitis C om verder te gaan met de momenteel goedgekeurde medicijnen tegen deze leverziekte – gepegyleerde Interferon en Ribavirine.
Neal Freedman, en zijn collega’s van het National Cancer Institute, keken naar de relatie tussen de consumptie van koffie en de behandelingsrespons in de HALT-C studie (Hepatitis C Antivirale behandeling op Lange Termijn tegen Cirrose). Het HALT-C onderzoek, dat ontworpen werd om aan te tonen of een langdurige gepegyleerde Interferon onderhoudstherapie het risico op de progressie van leverziekte zou verminderen bij non-responders, wordt gebruikt voor vele soorten wetenschappelijke studies.
Tijdens hun onderzoek van bijna 900 eerdere non-responders met gevorderde leverziekten, hebben Freedman en zijn collega’s de frequentie en de hoeveelheid van het koffieverbruik geëvalueerd in het voorgaande jaar, en ze vergeleken dat met de virale respons in verschillende stadia van de hepatitis C behandeling. De onderzoekers stelden vast dat patiënten die meer koffie dronken ook meer kans hadden om een vroege en aanhoudende virologische respons te bereiken op een antivirale hepatitis C therapie.
Gebaseerd op het bewijsmateriaal, zijn er redenen genoeg om te geloven dat het drinken van koffie bij chronische hepatitis C een goede zaak is. Zolang de persoon niet gestoord wordt door de cafeïne, en als hij/zij een spijsverteringsstelsel heeft dat de zuurgraad van koffie kan verwerken, en als hij/zij voorzichtig is met het lichter of zoeter maken van het brouwsel, kan een antivirale behandeling met verschillende kopjes koffie per dag een voordeel renderen voor het verwijderen van het hepatitis C virus.
INTERFERON-VRIJ COMBO VERPLETTERT HET HEPATITIS C VIRUS.
Originele titel: Interferon-Free Combo Squashes the Hepatitis C Virus
Bron: www.hepatitis-central.com, 15 maart 2011
Nieuwe gegevens, over een combinatie van experimentele medicijnen van Pharmasset, maken aanspraak op 94 procent slagingspercentages tegen hepatitis C in slechts twee weken. Deze geneesmiddelen waren niet alleen zeer effectief in een korte tijdsperiode, maar ze deden het ook zonder Interferon.
Analisten geschokt door stellaire gegevens van Pharmasset over combo voor Hep C behandeling.
In één van de slechtst bewaarde geheimen van het jaar, tonen nieuwe gegevens aan dat de orale combo-aanpak van hepatitis C van Pharmasset de volledige eliminatie van het virus veroorzaakte, bij 15 van de 16 patiënten, na een behandelingsduur van slechts 14 dagen. En de verrassende resultaten, die verondersteld werden omhuld te zijn door een allesomvattend embargo, opgelegd door de Europese Associatie voor de Studie van de Lever, veroorzaakten een snelle piek in de aandelen van Pharmasset toen dit resultaat zich snel verspreidde onder de beleggers.
Zoals Adam Feuerstein van The Street opmerkt, zijn dit de beste gegevens die ooit vrijgegeven werden, in zo een vroeg stadium, over een oraal geneesmiddel tegen hepatitis C. Bovendien elimineren PSI-938 en PSI-7977 de noodzaak van Interferon, dat gekoppeld is aan een aantal bijwerkingen bij de patiënten.
Dit is het soort nieuws dat beleggers vroeg willen horen, en de gegevens – die gemakkelijk online beschikbaar zijn – veroorzaakten een stijging van meer dan 32 procent voor de Pharmasset aandelen gedurende de eerste twee dagen van de week.
Volgens analisten van BMO Capital Markets, merkt Bloomberg op dat de gegevens van Pharmasset aangeven dat ze op de loer kunnen liggen om uiteindelijk een goedkeuring te krijgen voor een nieuwe behandeling van hepatitis C, die in staat zal zijn om te concurreren met Vertex, waarvan op grote schaal verwacht wordt dat het een goedkeuring zal krijgen voor Telaprevir in het voorjaar.
Jason Zhang zegt dat een combinatie van Telaprevir en VX-222 geen gegevens opgeleverd heeft die goed genoeg waren voor een follow-up in aanvullende studies, waardoor Vertex voor een uitdaging staat als Pharmasset later deze eerste resultaten kan dupliceren in grotere studies.
“Het hepatitis C behandelingslandschap, dat de eerste fase van de Telaprevir dominantie volgde, is uit de buurt van Vertex aan het kantelen, ten voordele van bedrijven zoals Pharmasset, die krachtige combinaties hebbenâ€, schreef Zhang. De aandelen van Vertex daalden met ongeveer vijf procent.
“We geloven dat, indien de volledige gegevens van de 14-daagse combinatie van PSI-7977/PSI-938 voorgesteld zullen worden op de komende EASL, een ‘proof-of-principle’ kan aangetoond worden voor een ‘nuc-nuc’ combinatie, en dat Pharmasset gepositioneerd kan worden als één van de koplopers in de race naar het ontwikkelen van een Interferon-vrij regime, dat beschouwd wordt als de “heilige graal†van de hepatitis C behandelingen”, noteerde Howard Liang, analist bij Leerink Swann.
VOORKOMEN VAN HERINFECTIE MET HEP C NA TRANSPLANTATIE.
Originele titel: Preventing Re-Infection with Hep C Post-Transplant
Bron: www.hepatitis-central.com, 22 maart 2011
ITX-5061, bedoeld om te voorkomen dat het hepatitis C virus de levercellen binnendringt, wordt getest in een Fase I b klinische studie, en zou de rata van herinfecties na levertransplantaties kunnen verminderen.
iTherX begint Fase I b studie met ITX-5061, hun eerste klasse toegangsremmer van het hepatitis C virus.
“Preklinische studies tonen aan dat ITX-5061 voorkomt dat hepatitis C levercellen binnendringtâ€.
iTherX, een farmaceutisch bedrijf, dat zich toelegt op het ontdekken en het ontwikkelen van een nieuwe klasse van therapieën voor hepatitis C, heeft vandaag aangekondigd dat het begonnen is met de rekrutering van patiënten voor een open-label, ‘proof-of-concept’, Fase I b studie van het hoofdelement ITX-5061, bij levertransplantatiepatiënten met het hepatitis C virus (HCV). ITX-5061 is een eerste klasse verbinding, die voorkomt dat het hepatitis C virus toegang krijgt tot levercellen.
“ITX-5061 bezit een uniek werkingsmechanisme, dat het hepatitis C virus verhindert om levercellen binnen te dringen, en het heeft een krachtige preklinische antivirale activiteit aangetoond tegen alle HCV genotypes. Daarnaast is de veiligheid ervan al aangetoond bij meer dan 280 personen”, aldus Jeffrey McKelvy, PhD, MD, President en Chief Executive Officer van iTherX. “We hopen dat ITX-5061 de lange-termijn transplantatieresultaten aanzienlijk zal verbeteren”.
Het primaire doel van het Fase I b klinisch onderzoek zal de beoordeling zijn van de veiligheid en de verdraagbaarheid van ITX-5061 bij levertransplantatiepatiënten. De studie zal ook de HCV virale lading nagaan, tot drie maand na de levertransplantatie, om te bepalen of ITX-5061 onmiddellijke en/of duurzame effecten heeft op de virale kinetiek bij de behandelde personen. Ongeveer 20 patiënten worden ingeschreven in één van de twee cohorten: de ene groep zal alleen ondersteunende zorg krijgen, terwijl het tweede cohort ook een dagelijkse dosis van 150 mg ITX-5061 zal ontvangen, gedurende zeven dagen. De proef wordt uitgevoerd aan de Universiteit van Birmingham, in het Verenigd Koninkrijk, onder leiding van David Mutimer, MBBS, MD, FRACP, FRCP, Lector in de Hepatologie aan de Universiteit van Birmingham en adviserend hepatoloog van de Leverafdeling in het Birmingham QE Ziekenhuis.
Preklinische studies hebben aangetoond dat ITX-5061 een krachtige en selectieve remmer is van de HCV toegang tot hepatocyten, en dat het een virusbinding/fusie kan verhinderen, evenals de verspreiding van cel naar cel, wat suggereert dat ITX-5061 de rata van herinfecties na levertransplantaties kan verminderen.
“De herhaling van HCV infectie bij levertransplantatiepatiënten is universeel en onmiddellijk. Clinici zoeken al lang naar manieren om herinfectie door HCV te voorkomen, om de resultaten van transplantatiepatiënten te verbeteren en om de overleving uit te breidenâ€, zei Dr. Mutimer. “Het potentieel van ITX-5061, om virale infectie van de nieuwe lever te voorkomen of te verminderen, door een halt toe te roepen aan de virale binnenkomst in gezonde cellen, vormt een buitengewoon nieuwe benadering, en we zijn nu reeds verheugd over de klinische ontwikkeling van deze veelbelovende antivirale verbindingâ€.
De Fase I b klinische studie van ITX-5061 bij ontvangers van een levertransplantatie wordt gefinancierd door middel van een studiebeurs van iTherX voor de National Institute of Health Biomedical Research Unit (NIH-BRU Birmingham).
Dit is de tweede klinische studie met ITX-5061 voor hepatitis C. De eerste studie, een mono, placebo-gecontroleerde dosisrespons-studie, die begon in augustus 2010, wordt uitgevoerd bij behandelings-naïeve chronische HCV patiënten, door de AIDS Clinical Trial Group van het Nationale Instituut voor Allergie- en Infectieziekten.
VOLGENDE FASE VOOR HEP C MEDICIJN VAN BIOTRON.
Originele titel: Next Stage for Biotron’s Hep C Drug
Bron: www.hepatitis-central.com, 23 maart 2011
Het Australische biotechnologiebedrijf ‘Biotron’ sloot het eerste deel af van zijn Fase II studie ter evaluatie van BIT225, zijn mededingend hepatitis C medicijn.
Biotron, een Australisch biotechnologiebedrijf, dat nieuwe geneesmiddelen en diagnostiek ontwikkelt en commercialiseert, om een reeks van belangrijke gezondheidsproblemen aan te pakken, heeft het eerste onderdeel afgesloten van zijn geblindeerde Fase II studie ter evaluatie van BIT225, een geneesmiddel voor de behandeling van patiënten die geïnfecteerd zijn met het hepatitis C virus.
In het eerste deel heeft Biotron ongeveer 12 patiënten gedoseerd in zijn centrum, heeft ‘dddmag.com’ gemeld.
De patiënten werden ingedeeld naar gelang de dosering van het geneesmiddel, waarbij één derde van de patiënten een placebo kreeg, een ander derde kreeg een dosis van 400mg BIT225, en het resterende derde van de patiënten werd gedoseerd op 200 mg BIT225. Verder verwacht Biotron om nog 12 patiënten meer te onderzoeken in het tweede deel van de lopende Fase II studie. De resultaten van het onderzoek zullen naar verwachting uitgebracht worden in juni 2011.
‘dddmag.com’ heeft geciteerd dat Michelle Miller, CEO van Biotron, gezegd heeft dat ze de nodige ethische en medische goedkeuringen bereikt hebben om verder te gaan naar de tweede fase van het onderzoek, dat momenteel aan de gang is.
ZIJN DE EPSTEIN-BARR EN HEPATITIS C VIRUSSEN VERBONDEN?
Originele titel: Are the Epstein-Barr and Hepatitis C Viruses Linked?
Bron: www.hepatitis-central.com, 28 maart 2011
Wat hebben het Epstein-Barr virus en het hepatitis C virus met elkaar gemeen? Niet veel dat van invloed kan zijn bij iemand met één van deze aandoeningen, maar hun verbinding zou toekomstig onderzoek kunnen leiden naar de uiteindelijke ontdekking van een genezing van hepatitis C.
Ze beschrijven totaal verschillende ziekten: het Epstein-Barr virus (EBV) en het hepatitis C virus (HCV) zijn twee aparte werelden. Met verschillende verwervingsvormen, die verschillende presentaties hebben en effect hebben op verschillende systemen van het lichaam, lijken Epstein-Barr en hepatitis C ziekteverwekkers te zijn die niets gemeen hebben. Hoewel, nieuw onderzoek verandert dit beeld…
Over EBV.
Het Epstein-Barr virus, één van de meest voorkomende menselijke virussen, is lid van de ‘herpes’ familie, en momenteel infecteert het meer dan 95 procent van de wereldbevolking. Er zijn diverse presentaties van EBV. De meest voorkomende manifestatie ervan is acute ‘infectieuze mononucleosis’, een zelfbegrenzende ziekte, die vaak adolescenten en jonge volwassenen aantast. Soms vernoemd als ‘mono’, omvatten de symptomen van ‘mononucleosis infectiosa’ meestal keelpijn, koorts en gezwollen lymfeklieren. Kinderen kunnen ook besmet worden door EBV, maar hun infectie verloopt meestal a-symptomatisch of mild. Bovendien is Epstein-Barr een bekend tumorvirus, dat geassocieerd wordt met een aantal relatief zeldzame vormen van kanker, zoals ‘nasofaryngeaal carcinoom’ en ‘Burkitt lymfoom’.
Epstein-Barr is een besmettelijke ziekte. Men veronderstelt dat de ziekte verspreid wordt door besmettelijk speeksel, en het richt zich op cellen in de keel, in het bloed en in het immuunsysteem. Voor de meeste gevallen van EBV is er geen specifieke behandeling, behalve bedrust en veel vocht drinken. Hoewel de symptomen van infectieuze mononucleosis meestal verdwijnen na één of twee maand, blijft EBV sluimeren in een paar cellen in de keel en in het bloed, gedurende de rest van het leven van die personen. Het virus kan periodiek weer actief worden en het wordt dan vaak gevonden in het speeksel van besmette personen. Deze reactivering komt meestal voor zonder symptomen van de ziekte.
De HCV-EBV verband.
Ondanks hun verschillen, is uit onderzoek een unieke verbinding gebleken tussen het hepatitis C virus en het Epstein-Barr virus.
De meesten van ons hebben al een sluimerend EBV in het lichaam. Hoewel er een verband gevonden is tussen Epstein-Barr en hepatitis C, is er geen enkele reden voor iemand die geïnfecteerd is met één van de virussen om bezorgd te zijn over relaties. Maar de ontdekking van het feit dat Epstein-Barr hepatitis C helpt repliceren, en dat hepatitis C Epstein-Barr reactiveert, kan van onschatbare waarde zijn bij de voortdurende zoektocht naar betere ‘real-life’ oplossingen voor deze twee virussen.
HEPATITIS C HOOPT OP GOEDE PUNTEN VOOR PPI-461 IN FASE I B STUDIE.
Originele titel: Hepatitis C Hopeful PPI-461 Getting Good Marks in Phase 1b Trial
Bron: www.hepatitis-central.com, 31 maart 2011
Tussentijdse gegevens over de veiligheid en de werkzaamheid van PPI-461, de NS5A remmer van ‘Presidio’, geven aan dat dit nieuwe medicijn een mededinger zou kunnen worden voor topbehandelingen van hepatitis C.
‘Presidio Pharmaceuticals Inc.’ kondigt positieve resultaten aan van een Fase I b klinische studie met PPI-461, een nieuwe, krachtige, breed-actieve hepatitis C virusremmer.
Presidio Pharmaceuticals Inc. kondigde vandaag positieve voorlopige resultaten aan van een Fase I b klinisch onderzoek over PPI-461, een nieuwe HCV NS5A remmer voor de behandeling van patiënten met chronische hepatitis C.
Het Fase I b klinisch onderzoek over PPI-461 is een meervoudige, gerandomiseerde, oplopende dosis, geblindeerde, placebo-gecontroleerde studie bij niet eerder behandelde volwassen patiënten met hepatitis C, met een HCV genotype 1 infectie. Deze studie loopt momenteel in het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en de Verenigde Staten. De studiedoelstellingen zijn: de veiligheid, de verdraagbaarheid, de farmaco-kinetiek en de initiële antivirale effecten beoordelen van PPI-461, met drie doseringsniveaus (50, 100 en 200 mg/dag), eenmaal per dag toegediend(QD), gedurende drie dagen. Elk doseringscohort wordt gerandomiseerd naar 8 patiënten: 6 die PPI-461 krijgen en 2 die een placebo krijgen. Twee doseringsgroepen hebben tot op heden de behandelingsstudie afgerond, de derde doseringsgroep (200 mg) is nog aan de gang.
De tussentijdse Fase I b studieresultaten geven aan dat PPI-461 goed verdragen werd, zonder ernstige bijwerkingen, en er waren geen wijzigingen of voortijdige stopzettingen van de behandeling. Bij de PPI-461 ontvangers waren er slechts voorbijgaande klinische bijwerkingen, van niet-specifieke types, die vaak gezien worden in dergelijke klinische studies, met geen dosis gerelateerde of aan de behandeling gerelateerde patronen van specifieke bijwerkingen of abnormale laboratoriumwaarden.
Farmaco-kinetische (PK) analyses van de PPI-461 bloedspiegels geven aan dat er snel aanzienlijke bloedspiegels van PPI-461 bereikt werden, en dat deze resultaten dosisafhankelijk waren. Belangrijker is het feit dat de bloedspiegels die remmend zijn voor de HCV replicatie, aangehouden werden gedurende de inter-dosis perioden van 24 uur.
Virologische gegevens van de eerste twee doseringsgroepen tonen snelle en duidelijke verminderingen van de virale lading (HCV-RNA spiegels) van de patiënten, in beide doseringsgroepen, gedurende de eerste twee dagen van de behandeling. De 50 mg doseringsgroep realiseerde een gemiddelde maximale HCV-RNA vermindering van 3,1 log10 IE/ml (5 van de 6 patiënten), terwijl de 100 mg groep een gemiddelde maximale HCV-RNA vermindering toonde van 3,7 log10 IE/ml (6 van de 6 patiënten). De gemiddelde maximale HCV-RNA reductie voor 4 met placebo behandelde patiënten was 0,3 log10 IE/ml.
Eén patiënt in het 50 mg cohort had een te verwaarlozen reactie op PPI-461 (0,4 log10 IE/ml HCV-RNA reductie). Deze patiënt begon aan de studie met een zeer resistent virus, zoals blijkt uit NS5A resistentiemutaties (L31M, Y93N, L28F, R30N) die in hoge niveaus aangetroffen werden in de pre-behandelingssera. Bij zo een patiënt zou er een minimale werkzaamheid van om het even welke NS5A remmer verwacht worden, omdat deze middelen gemeenschappelijke resistentiemutaties hebben, zoals gerapporteerd zal worden in een presentatie van Presidio op de jaarlijkse bijeenkomst van de Europese Associatie voor de Studie van Leverziekten (EASL) in Berlijn, op 2 april 2011. (R. Colonno et al., poster # 1199)
De gegevens over de werkzaamheid bij de individuele patiënten, die een actieve PPI-461 behandeling volgden in de eerste twee doseringscohorten van de Fase I b klinische studie, zijn weergegeven in onderstaande tabel:
| Dosis/Patiënt | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 50 mg | 0,4 | 2,6 | 2,7 | 3,3 | 3,4 | 3,5 |
| 100 mg | 2,6 | 3,7 | 3,7 | 3,8 | 4,0 | 4,1 |
“Deze positieve klinische gegevens voor PPI-461 bij patiënten met hepatitis C ondersteunen de verdere opname van NS5A remmers bij klinische ontwikkelingen voor nieuwe combinatietherapieën. Dergelijke toekomstige combinatietherapieën zullen naar verwachting substantieel de resultaten bij de patiënten verbeteren, en ze zouden de stijgende incidentie van HCV-geassocieerde, ernstige lever- en vaatziekten en vroegtijdige sterfte moeten helpen tegenhoudenâ€, zegt Nathaniel A. Brown, MD, Chief Medical Officer van Presidio.
De definitieve resultaten van de volledige Fase I b klinische studie over PPI-461 zullen voorgesteld worden op een wetenschappelijke bijeenkomst later dit jaar.
DE TOEKOMST ZIET ER ROOSKLEURIG UIT VOOR HCV PATIËNTEN DIE NIET REAGEERDEN OP DE HUIDIGE BEHANDELINGEN.
Originele titel: The Future Looks Bright for HCV Patients who Have Failed to Respond to Current Treatments
Bron: www.easl.eu, 31 maart 2011
Langverwachte gegevens van een aantal klinische studies, voor de eerste keer voorgesteld op het Internationaal Lever Congres, bevestigen dat een scala van nieuwe proteaseremmers zal helpen bij de behandeling van patiënten die eerder niet reageerden op een behandeling van hun chronische hepatitis C.
De behandelingen werden getest op hun werkzaamheid en veiligheid, in combinatie met PegIFN-α en Ribavirine, bij patiënten die eerder gefaald hadden na een behandeling (ofwel non-responders, ofwel terugvallers). Na verschillende behandelingen en doseringen, toonden alle proeven een goede respons op belangrijke tijdstippen gedurende de behandelingsperiode, en met een opmerkelijk hoge aanhoudende virale respons.
Deze bevindingen bieden nieuwe hoop voor een groeiend aantal HCV patiënten die op dit moment niet effectief behandeld kunnen worden voor hun chronische hepatitis. Het is bekend dat één van de belangrijkste determinanten van een slechte respons op de behandeling het genetisch profiel van de patiënt is (met polymorfe mutatie op het IL28B gen voor genotype 1). De huidige standaardzorg voor chronische HCV is de combinatie van PegIFN en Ribavirine, maar slechts 40 tot 54% van de patiënten die geïnfecteerd zijn met HCV genotype 1 bereiken een aanhoudende virologische respons (SVR). Een herbehandeling met de standaardzorg behaalt slechts SVR rata van 10 tot 20%. Maar de nieuwe studiegegevens, bekendgemaakt op het Internationaal Lever Congres, tonen SVR rata van 40 tot 80% wanneer er proteaseremmers gebruikt worden, zelfs bij personen met het IL28B genotype.
Professor Heiner Wedemeyer, secretaris-generaal van EASL, gaf commentaar over deze spannende nieuwe gegevens die voorgesteld werden tijdens het congres: “Tot nu toe was het bijzonder moeilijk om aan een patiënt te vertellen dat hij/zij niet reageerde op de behandeling, omdat er geen andere opties beschikbaar waren en omdat de ziekte verder zou vorderen. Deze nieuwe resultaten veranderen de situatie echter volledig, omdat patiënten die in het verleden geen succesvolle behandeling kenden nu een reële kans op genezing hebben. Zowel voor clinici als voor patiënten betekent dit het begin van een nieuw tijdperk in de behandeling van virale hepatitis C, wat heel spannend isâ€.
Met nieuw onderzoek, dat momenteel gepubliceerd wordt in termen van behandelingsopties, brengt de EASL de eerste klinische en praktische richtsnoeren voor het beheer van een hepatitis C virusinfectie, die deskundigen aanbevelingen geven over de standaardzorg bij de diagnose, de behandeling en de monitoring van patiënten met chronische HCV infectie, en de bijbehorende complicaties. Deze richtsnoeren zullen bijgewerkt worden en de nieuwe behandelingen zullen erin opgenomen worden van zodra deze goedgekeurd zijn door het ‘European Medicines Agency’ (EMA).
FLUVASTATINE VERBETERT CHRONISCHE HEPATITIS C BEHANDELINGSRESPONS IN COMBINATIE MET GEPEGYLEERDE INTERFERON-ALFA EN RIBAVIRINE.
Originele titel: Fluvastatin Enhances Chronic Hepatitis C Treatment Response in Combination with Pegylated Interferon-alpha and Ribavirin
Bron: www.easl.eu, 31 maart 2011
Nieuwe gegevens, die vandaag voorgesteld werden op het Internationaal Lever Congres, bevestigen de antivirale activiteit van Fluvastatine – vaak gebruikt als cholesterol verlagende behandeling – bij patiënten met chronische hepatitis C (HCV).
De patiënten hadden een betere vroege en aanhoudende virologische respons (EVR en SVR) wanneer ze behandeld werden met de huidige standaardzorg – gepegyleerde Interferon-alfa en Ribavirine (PegIFNα/RBV) – en Fluvastatine. De resultaten tonen aan dat patiënten die Fluvastatine en PegIFNα/RBV kregen hogere rata bereikten van EVR en SVR – 75,96% en 63,46% – in vergelijking met degenen die een placebo en PegIFNα/RBV kregen – respectievelijk 61,9% en 49,52%.
Professor Heiner Wedemeyer, secretaris-generaal van EASL: “We weten dat het ‘metabool syndroom’ (MS), de belangrijkste behandelingsindicatie voor Statines, geassocieerd is met ernstige fibrose en lagere behandelingsreacties bij chronische HCV patiënten. De bevestiging dat de combinatie van Fluvastatine en PegIFNα/RBV kan zorgen voor een betere klinische uitkomst bij patiënten met co-morbide chronische HCV en MS is erg spannend voor clinici”.
Uit de studie blijkt dat zelfs bij patiënten zonder MS de respons op de behandeling nog steeds hoger lag bij patiënten die behandeld werden met Fluvastatine en PegIFNα/RBV (EVR=85,36% versus 71,42%, en SVR=74,39% versus 58,44).
“Tegenwoordig moeten beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg behoedzaam zijn bij het overwegen van gezondheidszorgen en behandelingskosten. We mogen het belang van de mogelijkheden van meer betaalbare geneesmiddelen niet over het hoofd zien om de huidige standaardbehandeling voor chronische HCV te optimaliseren”, aldus professor Wedemeyer.
Deze nieuwe studie concludeert dat de synergische effecten tussen Fluvastatine en PegIFNα/RBV aantonen dat lipide-verlagende geneesmiddelen een HCV klaring kunnen bevorderen en dat ze nuttig kunnen zijn als chronische HCV behandeling, ongeacht de aanwezigheid van het metabool syndroom.
HET BELANG VAN BELEIDSMAATREGELEN OM DE INSPANNINGEN TE ONDERSTEUNEN OM HCV GERELATEERDE STERFGEVALLEN TEGEN 2025 TERUG TE DRINGEN IN HEEL EUROPA.
Originele titel: The Importance of Policy Action to Support Efforts to Reduce HCV-related Deaths Across Europe by 2025
Bron: www.easl.eu, 31 maart 2011
Nieuwe bevindingen van twee modelstudies, voorgesteld op het Internationaal Lever Congres, steunen de oproep tot actie, van medische deskundigen en van patiënten, in verband met de uitdagende gezondheidsverschillen op gebied van diagnose en toegang tot behandelingen van HCV.
De eerste modelstudie keek naar de huidige behandelingspraktijken en de beschikbare epidemiologische gegevens in een aantal EU-landen (waaronder België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en het VK), en toont aan dat, op basis van de huidige praktijken, de HCV gerelateerde morbiditeit en mortaliteit (gekoppeld aan de sterfgevallen ten gevolge van leverkanker) verlaagd zal worden met 10% op negen jaar tijd (2012 – 2021). Daarnaast zal ook de incidentie van levercirrose verminderd worden met 16%. Beide resultaten houden rekening met de verschillen in screening, diagnose en behandelingsstandaards in de verschillende landen.
De studie evalueerde ook de HCV progressie, als 70% van de niet eerder behandelde patiënten en alle non-responders en terugvallers behandeld zouden worden met een proteaseremmer vanaf 2012 (verhoging van de gemiddelde SVR tot 70% en 60,5% bij respectievelijk non-responders en niet-voorbehandelde patiënten met genotype 1). Op basis van dit scenario tonen de bevindingen dat de algemene HCV gerelateerde mortaliteit verder zou dalen met 12% gedurende dezelfde periode, wat overeenkomt met een relatieve impact van 117%, in vergelijking met de huidige praktijken.
Op basis van deze prognoses besluiten deskundigen dat de ontwikkeling en de uitvoering van ambitieuze beleidstrategieën, voor een daadwerkelijke toegang tot diagnoses en behandelingen, naast de beschikbaarheid van nieuwe therapieën (zoals proteaseremmers), een grote impact kunnen hebben op de verdere vermindering van HCV gerelateerde sterfte in de toekomst.
Een tweede modelstudie keek naar de toewijzing van de middelen voor gezondheidszorgen in Frankrijk, en hoe die in de nabije toekomst zou kunnen veranderen door de introductie van een driedubbele therapie voor non-responders. Deze gegevens tonen aan dat het aantal patiënten dat in aanmerking komt voor een behandeling (behandelingsnaïeven en eerdere non-responders) twee tot drie keer zal toenemen, wat neerkomt op 9 900 tot 14 300 extra patiënten tegen 2012.
Dit toont de noodzaak aan van een aanpassing van de toewijzingen van de gezondheidsmiddelen op nationaal niveau om aan deze vraag te kunnen voldoen.
Mark Thursz, vicesecretaris van EASL: “Deze types van modelstudies zijn nuttig om ons gegevens te verstrekken om ons beleid politiek te kunnen ondersteunen. Wij en onze patiënten hebben gezegd dat de huidige uitdagingen voor virale hepatitis daadwerkelijk gekoppeld zijn aan grote verschillen in diagnoses en behandelingsnormen in de verschillende lidstaten. Nu kunnen we een sterkere zaak opbouwen bij de bespreking van de ontwikkeling van een efficiënt gezondheidsbeleid binnen de EU en op nationaal niveau. Het goede nieuws is dat de antivirale behandelingen bewezen hebben dat ze effectief zijn voor een aanzienlijke vermindering van de HCV gerelateerde mortaliteit in Europa. We moeten onze inspanningen versterken voor een betere identificatie van de virusdragers, die beheer en behandelingen nodig hebbenâ€.
HCV is een belangrijke oorzaak van acute hepatitis en van chronische leverziekten. Wereldwijd zijn naar schatting 130 tot 170 miljoen mensen chronisch geïnfecteerd met HCV en er zijn 3 tot 4 miljoen nieuwe besmettingen per jaar.
EERSTE VACCIN VOOR VIRALE HEPATITIS C KAN WERKELIJKHEID WORDEN.
Originele titel: First Vaccine for Viral Hepatitis C Could Become a Reality
Bron: www.easl.eu, 1 april 2011
De eerste gegevens van Fase I proeven met een HCV vaccin, vandaag voorgesteld op het Internationaal Lever Congres, tonen bemoedigende resultaten, met een hoge immunogeniciteit en goede veiligheidsprofielen.
In het eerste onderzoek werd gebruik gemaakt van een therapeutisch T-cel vaccin, gebaseerd op nieuwe adenovirale vectoren, bij een kleine populatie van niet eerder behandelde patiënten met chronische HCV infectie genotype 1. De intramusculaire vaccinatie werd toegediend in week 2 of 14 van een 48-weekse behandeling met Peg-IFNa2a/Ribavirine. 50% van de gevaccineerde patiënten vertoonde een CD4+ en CD8+ HCV-specifieke T-cel respons, zoals gedetecteerd door ELISpot, 2 tot 8 weken na de boost, wat een sterke immunogeniciteit voor het vaccin aantoont. Lokale en systemische bijwerkingen van de vaccinatie waren mild, met geen enkel bewijs van lever immunopathologie (gemeten door lever transaminase spiegels).
De tweede studie heeft de mogelijkheden onderzocht van een profylactisch vaccin, op basis van een vergelijkbare, nieuwe adenovirale vectorentechnologie (replicatiegebrekkig menselijk AD6 en een nieuwe AdCh3 apenvector, die 1 985 afgeleide aminozuren van het NS3-5 gebied van een genotype 1 b stam encoderen). 27 gezonde vrijwilligers werden gevaccineerd, na een dubbele oorspronkelijke heterologe booststrategie. Het vaccin induceerde een polifunctionele CD4+ en CD8+ T-cel respons, die gehandhaafd werd tot 52 weken na de aanvang. De algemene vaccinatie werd zeer goed verdragen, met milde tot matige lokale en systemische bijwerkingen, en zonder ernstige bijwerkingen.
Professor Heiner Wedemeyer, secretaris-generaal van EASL: “Vaccins zijn momenteel een spannend onderzoeksgebied, met het potentieel om toegevoegd te worden aan het scala van behandelingen die beschikbaar zijn voor patiënten met chronische virale hepatitis. Dit zijn de eerste gegevens, maar de resultaten zijn inderdaad zeer bemoedigend, en als deskundigen kijken we uit naar het moment waarop meer wetenschappelijk bewijs beschikbaar gesteld wordt voor de ondersteuning van deze nieuwe technologie, als een toekomstige behandelingsoptie en als een mogelijkheid om infecties te voorkomen”.
Vorig onderzoek en eerdere data, die voorgesteld werden op het Internationaal Lever Congres, toonden aan dat een vaccinatie met adenovirale vectoren een zeer krachtige en duurzame T-cel respons induceerde bij gezonde personen, en dat soortgelijke vectoren een chronische infectie konden voorkomen bij dieren. Dit was de eerste keer dat de immunogeniciteit en de veiligheid van vaccinaties getest werden bij HCV patiënten en bij gezonde proefpersonen.
NIEUWE STUDIES GEVEN GUNSTIGE INZICHTEN VOOR DE UITBREIDING VAN HET BESTAND VAN LEVERENTINGEN EN TRANSPLANTATIES.
Originele titel: New Studies Provide Beneficial Insights Expanding the Pool of Liver Grafts and Transplants
Bron: www.easl.eu, 1 april 2011
Bevindingen uit twee nieuwe studies, vandaag voorgesteld op het Internationaal Lever Congres, bevestigen dat er opties zijn voor clinici om het bestand van leverentingen uit te breiden, ten gunste van patiënten met een leverziekte.
Tussen mei 2001 en oktober 2010 heeft een Britse retrospectieve studie levertransplantaties geanalyseerd via donatie na hartdood (DCD). Er werden 86 DCD allotranplantaties uitgevoerd (transplantaties van cellen, weefsels of organen, afkomstig van genetisch niet-identieke leden), waarvan 19 bij kinderen. De totale studie toonde positieve resultaten van de transplantaties, met een totale overleving van de patiënten van 89,9%, 85,6% en 83,6% respectievelijk na één, drie en vijf jaar.
De tweede studie, de ‘Italiaanse Lever Match Cohortstudie’, evalueerde de overleving na een levertransplantatie vanuit ‘HBcAb+ve’ donoren, bij patiënten (ontvangers) met hepatitis, door het analyseren van de gegevens van 1 477 volwassen levertransplantaties, van juni 2007 tot mei 2009.
Hierbij waren er 1 237 ‘HBcAb negatieve’ donoren en 240 ‘HBcAb positieve’ donoren, met niet-gecorrigeerde twee jarige transplantaatoverleving van respectievelijk 80 en 69 procent. De twee jaar durende studie heeft gevonden dat ‘HBcAb positieve’ donor transplantaties beter overleven wanneer ze toegekend worden aan ‘HBsAg positieve’ ontvangers, maar ze hebben slechtere resultaten bij toediening aan alle categorieën van ‘HBsAg negatieve’ ontvangers, ongeacht hun ‘HBcAb/HBsAb’ status. Als het verlies van het transplantaat bovendien niet gerelateerd is aan hepatitis HBV herhaling, is het onwaarschijnlijk dat dit te wijten is aan onvoldoende HBV profylaxe.
Momenteel is het optimaal gebruik van levertransplantaten met hepatitis B kernantistoffen (HBcAb+ve) verplicht in een aantal Europese landen, zoals Italië, maar de huidige aanbevelingen worden niet ondersteund door sterke, op bewijs gebaseerde gegevens. Deze studie wijst erop dat de toewijzing van organen overwogen moet worden op een vergelijkbare basis, en met de mogelijke noodzaak van een aanpassing van het huidige beleid voor de toewijzing van organen, zoals in de mediterrane landen.
Daniele Prati, lid van het Wetenschappelijk Comité van EASL en voorzitter van de Perscommissie: “Te veel patiënten sterven terwijl ze wachten op een levertransplantatie. Het vinden van orgaandonoren is een voortdurende uitdaging en elk onderzoek dat helpt bij de uitbreiding van het bestand van beschikbare organen is welkom. Als clinici willen we altijd de best mogelijke resultaten voor onze patiënten en beide studies geven bemoedigende resultaten en aanvullende, haalbare optiesâ€.
EXPERIMENTELE COCKTAIL VAN BRISTOL-MYERS OVERTREFT HEPATITIS C BEHANDELING.
Originele titel: Bristol-Myers Experimental Cocktail Bests Hepatitis C Treatment
Bron: www.hepatitis-central.com, 7 april 2011
Experimentele medicijnen van ‘Bristol-Myers Squibb’, zonder gepegyleerde Interferon, lijken op weg te zijn naar een verbetering van de hepatitis C behandeling – door de therapie makkelijker verdraagbaar te maken en door het slagingspercentage te verhogen.
Interferon-vrij combo van Bristol-Myers geneest Hepatitis patiënten.
Een cocktail van twee experimentele geneesmiddelen van Bristol-Myers Squibb Co. (BMY) geneest vier hepatitis C patiënten met een eerste succesvolle therapie (die vaak giftige, bestaande geneesmiddelen uitsluit).
“De combinatie had een hoger slagingspercentage wanneer ze gekoppeld werd aan de huidige standaardbehandeling bij 21 proefpersonen, en ze genas negen van de 10 patiëntenâ€, hebben onderzoekers vandaag gezegd op de vergadering van de Europese Vereniging voor de Studie van de Lever in Berlijn. “De proef wijst naar de volgende generatie medicijnen tegen dit evasieve virusâ€, zei Mark Thursz, hoogleraar hepatologie aan het Imperial College in Londen en vicesecretaris van EASL.
Bristol-Myers, gevestigd in New York, behoort tot een groep van een tiental bedrijven die proberen om betere geneesmiddelencombinaties te maken. Deze combinaties kunnen Interferon bevatten (een decennia-oude injectie die griepachtige symptomen veroorzaakt en die slechts werkt bij de helft van de patiënten), of ze kunnen Interferon volledig vervangen. Het gaat hierbij vooral om het marktleiderschap, dat door Jefferies International Ltd. geschat wordt op jaarlijks 15 miljard dollar tegen 2019. “Dit is misschien wel één van de meest opwindende ontwikkelingen van dit jaar”, zei Thursz in een interview. “Voor sommige patiënten, die Interferon niet tolereren, is dit het licht aan het einde van de tunnel”. “Bristol-Myers plant dit jaar nog het begin van de laatste testen, die nodig zijn voor de goedkeuring van de geneesmiddelenâ€, volgens een interview met Douglas Manion, hoofd van de afdeling neurowetenschappen en virologieonderzoek van de medicijnenfabrikant.
De moeilijkste populatie om te behandelen.
“De huidige studie heeft de medicijnen BMS-790052 en BMS-650032 van Bristol-Myers onderzocht, bij patiënten voor wie de bestaande behandelingen niet succesvol geweest zijn, de moeilijkste populatie om te behandelenâ€, zei Manion.
Tien patiënten kregen de twee geneesmiddelen samen met Interferon en generieke Ribavirine. Alle patiënten vertoonden geen enkel teken meer van het virus 12 weken nadat de behandeling afgelopen was. Eén patiënt had terug tekenen van het virus op 24 weken, maar was 35 dagen later weer virusvrij tijdens een andere follow-up test.
Van de 11 patiënten die alleen de combinatie van Bristol-Myers namen, hadden vijf personen het virus uit hun lichaam geklaard aan het einde van de behandeling. Vier patiënten bleven virusvrij na 24 weken.
“Patiënten kunnen de behandeling eerder beginnen als ze niet geconfronteerd worden met de toxische bijwerkingen van de traditionele hepatitis C medicijnenâ€, zei Howard Liang, een analist van het in Boston gevestigde Leerink Swann & Co, in een interview.
“Als je een Interferon-vrij regime hebt, breidt de markt behoorlijk drastisch uitâ€, zei Liang.
Bijwerkingen.
“De bijwerkingen van het bestaande Interferon regime zijn vaak ernstig genoeg om patiënten te dwingen tot stopzetting van de medicatieâ€, aldus Charles Gore, voorzitter van de World Hepatitis Alliance, de in Genève gevestigde patiëntenbelangengroep.
Roche Holding AG (ROG) uit Basel, Zwitserland, verkoopt een versie van Interferon onder de merknaam ‘Pegasys’, terwijl Merck & Co uit Whitehouse Station, New Jersey, een versie op de markt brengt die ‘PegIntron’ genaamd wordt.
Merck, Vertex Pharmaceuticals Inc. (VRTX) en Johnson & Johnson zullen naar verwachting dit jaar nog de eerste nieuwe hepatitis C medicijnen van dit decennium op de markt brengen.
“Ongeveer 90 procent van de patiënten die snel reageerden op de behandeling met ‘Telaprevir’ van Johnson & Johnson (JNJ) en Vertex, waren genezenâ€, verklaarde Vertex, gevestigd in Cambridge, Massachusetts, in twee studies van vorig jaar. Driekwart van alle patiënten was genezen.
Patiënten die snel reageerden op ‘Boceprevir’ van Merck toonden vergelijkbare hoge genezingspercentages in studies van vorig jaar, waarbij ongeveer twee derde van alle patiënten genezen was.
De studies van Vertex en Merck omvatten mensen die nog niet eerder behandeld werden, een makkelijker te behandelen populatie dan de groep in de huidige, kleinere studie. “Ter vergelijking: ongeveer 30 procent van degenen die niet gereageerd hebben op eerdere behandelingen waren genezen na het proberen van ‘Telaprevir’ plus de standaardtherapieâ€, hebben onderzoekers gezegd.
Op zoek naar partners.
“Merck zoekt partnerschappen, om een eigen hepatitis C medicijnencombinatie te verkrijgenâ€, zei Patrick Bergstedt, algemeen manager van de afdeling Infectieziekten, in een interview.
“We staan achter de anderen”, zei Bergstedt. “We moeten samenwerken om de kloof te dichten”.
“Bristol-Myers verwacht een ‘element van consolidatie’ wanneer de bedrijven gebruik gaan maken van overnames, partnerschappen, en onderzoeks- en ontwikkelingssamenwerkingen, voor het bekomen van hun eigen hepatitis C medicijnencombinatiesâ€, heeft Manion gezegd. “Na de ondertekening in januari van een ontwikkelingsdeal met Pharmasset Inc. (VRUS), gevestigd in Princeton, New Jersey, praat Bristol-Myers met vrijwel elke onderneming die er is”, zei hij.
“Dit is als een auto proberen te herontwerpen terwijl hij tegen 100 mijl per uur op de weg rijdt, omdat de gegevens er zo snel aankomen”, zei hij. “Wat een spannende tijd!”
COMBINATIETHERAPIE PLUS FLUVASTATINE VERBETERT HEP C RESULTAAT.
Originele titel: Combination Therapy Plus Fluvastatin Improves Hep C Outcome
Bron: www.hepatitis-central.com, 7 april 2011
Nieuw onderzoek toont aan dat de toevoeging van ‘Fluvastatine’ aan de hepatitis C standaardcombinatietherapie de respons verbetert, onafhankelijk van het feit dat een persoon al dan niet het metabool syndroom heeft.
Nieuwe gegevens, die vandaag voorgesteld werden op het Internationaal Lever Congres (Berlijn, 31 maart 2011), bevestigen de antivirale activiteit van Fluvastatine – vaak gebruikt als cholesterolverlagende behandeling – bij patiënten met chronische hepatitis C (HCV).
De patiënten hadden een betere vroege en aanhoudende virologische respons (EVR en SVR) wanneer ze behandeld werden met de huidige standaardzorg – gepegyleerde Interferon-alfa en Ribavirine (PegIFNα/RBV) – en Fluvastatine. De resultaten laten zien dat patiënten die Fluvastatine en PegIFNα/RBV krijgen, hogere percentages van EVR en SVR bereiken – 75,96% en 63,46% – vergeleken met degenen die een placebo kregen bij PegIFNα/RBV – respectievelijk 61,9% en 49,52%.
EASL secretaris-generaal, professor Heiner Wedemeyer, zei: “We weten dat het metabool syndroom (MS), de belangrijkste behandelingsindicatie voor statine, geassocieerd is met ernstige fibrose en met lagere behandelingsreacties bij chronische HCV patiënten. De bevestiging dat de combinatie van Fluvastatine en PegIFNα/RBV kan zorgen voor een betere klinische uitkomst voor patiënten met co-morbide chronische HCV en MS is erg spannend voor clinici”.
Zelfs bij patiënten zonder MS toont de studie aan dat de respons op de behandeling nog steeds hoger was bij patiënten die behandeld werden met Fluvastatine en PegIFNα/RBV (EVR = 85,36% versus 71,42%, en SVR = 74,39% versus 58,44).
“Vandaag de dag moeten beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg voorzichtig zijn bij het overwegen van gezondheidszorgen en behandelingskosten. We mogen het belang van de opportuniteiten niet over het hoofd zien om meer betaalbare geneesmiddelen te optimaliseren als aanvulling van de huidige standaardzorg voor het beheer van chronische HCV”, aldus professor Wedemeyer.
Deze nieuwe studie concludeert dat de synergie-effecten tussen Fluvastatine en PegIFNα/RBV aantonen dat lipide-verlagende geneesmiddelen in het voordeel kunnen zijn van een HCV klaring, en ze kunnen nuttig zijn als chronische HCV behandeling, ongeacht de aanwezigheid van het metabool syndroom.
Over de studie.
In de dubbelblinde pilootstudie kregen 209 niet eerder behandelde HCV patiënten met genotype 1b ofwel PegIFNα/RBV en 20 mg Fluvastatine (104 patiënten), ofwel PegIFNα/RBV en 20 mg placebo (105 patiënten), gedurende 48 weken. De onderzoeksmedicatie werd toegediend gedurende 72 weken (48 weken in combinatie met Ribavirine/PegIFN plus 24 weken in follow-up), bij alle patiënten, ongeacht hun lipidenprofiel.
Zowel EVR als SVR zijn markers van de werkzaamheid van een geneesmiddel als HCV behandeling: EVR wordt gemeten door detecteerbaar HCV-RNA in week 4, maar niet detecteerbaar HCV-RNA in week 12, gehandhaafd tot het einde van de behandeling; SVR wordt gemeten door niet-detecteerbaar HCV-RNA 24 weken na het einde van de behandeling.
Over het metabool syndroom.
Het metabool syndroom (MS) is een combinatie van medische aandoeningen, die het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en van diabetes verhogen. Het is ook verbonden met een hoger risico op het ontwikkelen van ernstige fibrose bij chronische HCV patiënten.
Over EASL.
EASL is dé toonaangevende Europese wetenschappelijke vereniging die betrokken is bij de bevordering van het onderzoek en het onderwijs op het gebied van de hepatologie. EASL trekt de belangrijkste hepatologiedeskundigen aan en heeft reeds indrukwekkende voetsporen nagelaten bij de bevordering van het onderzoek over de leverziekte, bij de ondersteuning van breder onderwijs en bij de bevordering van veranderingen in het Europese leverbeleid.
De belangrijkste focus van EASL op onderwijs en onderzoek wordt geleverd door tal van evenementen en initiatieven, waaronder:
Over het Internationaal Lever Congres 2011.
Het Internationaal Lever Congresâ„¢ 2011, de 46ste jaarlijkse bijeenkomst van de Europese Vereniging voor de Studie van de Lever, werd gehouden in het Internationales Congress Centrum, in Berlijn, Duitsland, van 30 maart tot 3 april 2011. Het congres trekt jaarlijks meer dan 7 500 artsen en wetenschappers uit de hele wereld, en het biedt de gelegenheid om te luisteren naar het laatste onderzoek, en de perspectieven en de behandelingen van een leveraandoening van de belangrijkste deskundigen op dit gebied.
ANTIDEPRESSIVA VERBETEREN HEP C THERAPIETROUW.
Originele titel: Antidepressants Improve Hep C Therapy Adherence
Bron: www.hepatitis-central, 12 april 2011
Uit een observationeel onderzoek is gebleken dat patiënten die antidepressiva nemen tijdens hun hepatitis C behandeling, meer kans hebben om een op Interferon gebaseerde therapie af te ronden.
Trouw gebruik van Interferon, een belangrijk medicijn om hepatitis C te behandelen, is van cruciaal belang voor een succesvolle klaring van het virus dat de ziekte veroorzaakt. Een nieuwe observationele analyse van Medco Health Solutions Inc. (NYSE: MHS) vindt dat patiënten met hepatitis C, die ook behandeld worden voor een depressie (een veel voorkomende bijwerking van het gebruik van Interferon), meer kans hebben om hun Interferon therapie af te werken. De analyse wordt vandaag (11 april 2011) voorgesteld op de Internationale Conferentie over Virale Hepatitis.
Volgens de studie blijft ongeveer 40 procent van de hepatitis C patiënten, met een behandeling van Interferon en Ribavirine (een antiviraal medicijn dat gebruikt wordt in combinatie met Interferon), niet trouw aan hun medicatie. Dit laat patiënten het risico lopen op de progressie van hun ziekte, te wijten aan hun onvermogen om het virus te elimineren. Uit het onderzoek bleek dat patiënten die ook een antidepressivum nemen, de hoogste percentages hadden voor de naleving van hun hepatitis C behandeling.
Bij patiënten met hepatitis C, die ook een antidepressivum gebruikten, was 68,5 procent trouw aan de Interferon therapie. Bij patiënten die zowel voor hepatitis C als voor HIV behandeld werden, voldeed 77,3 procent van de personen die antidepressiva namen goed aan hun Interferon therapie. Over het geheel nam 46 procent van de patiënten met hepatitis C ook een antidepressivum.
“Een depressie is een veel voorkomende bijwerking van Interferon, maar er is weinig onderzoek gedaan naar de invloed van de behandeling van de depressie op de therapietrouw van een patiënt voor de hepatitis C medicijnenâ€, zei Mary Cassler, RPH, directeur van de afdeling Klinische Innovatie van de Advanced Clinical Science and Research Group van Medco, die de analyse uitvoerde. “Deze bevindingen wijzen op de noodzaak om patiënten die Interferon nemen proactief te screenen voor depressies, en we moeten ervoor zorgen dat personen die tekenen van een depressie vertonen de juiste interventies ontvangen”.
De gebruikelijke Interferontherapie voor patiënten met hepatitis C duurt 24 of 48 weken, afhankelijk van het genotype van het virus, dat de duurtijd van de behandeling beïnvloedt. Patiënten die stoppen met het gebruik van de medicatie voor de behandeling afgerond is, of personen die hun medicatie niet nemen zoals voorgeschreven, moeten vaak herbehandeld worden. Patiënten die het virus niet volledig kunnen elimineren, lopen een hoger risico op het ontwikkelen van leverkanker.
Volgens een studie, die gepubliceerd werd in het American Journal of Managed Care, kan een behandeling meer dan 40 000 dollar per patiënt kosten.
“Een depressie, Interferon geïnduceerd of als aparte co-morbide aandoening, kan de inspanningen saboteren om hepatitis C effectief te behandelen “, zei Dr. David Muzina, National Practice Leader van het Medco Neuroscience Therapeutic Resource Center ®. “Alle professionals in de gezondheidszorg, met inbegrip van de apothekers, moeten weten hoe ze een depressie kunnen opsporen, en ze moeten samenwerken om veilige, effectieve en betaalbare behandelingen te ondersteunen”.
Details.
De analyse beoordeelde gede-identificeerde teugbetalingen van medicijnvoorschriften uit de database van Medco, en identificeerde 3 607 patiënten aan wie recent Interferon en Ribavirine voorgeschreven werd voor de behandeling van hepatitis C. Onder de hepatitis C patiënten, waren er slechts 1 657 die ook behandeld werden voor depressie. Onder de 109 patiënten die geco-infecteerd waren met HIV, kregen 66 personen een antidepressivum.
De therapietrouw werd geëvalueerd met behulp van de rata van medicatiebezit (MPR), die het tijdpercentage meten waarop patiënten deze medicijnen ter beschikking hebben voor gebruik ervan. Patiënten bij wie de MPR 80 procent bedroeg of meer, werden beschouwd als therapiegetrouwen.
Richard Faris, PhD, RPH, National Practice Leader van het Accredo Rare and Specialty Pharmacy Therapeutic Resource Center, voegde eraan toe: “Deze bevindingen zijn belangrijk omdat ze helpen bij het identificeren van patiënten met een depressie tijdens hun behandeling in het centrum, en ze maken een interventie mogelijk, om betere resultaten te behalen voor de patiënt, en voor lagere kosten voor de betaler”.
CHEMIE VAN TELAPREVIR VERSNELT HCV BEHANDELINGSTIJD.
Originele titel: Telaprevir’s Chemistry Speeds HCV Treatment Time
Bron: www.hepatitis-central.com, 12 april 2011
Bij de verdere bestudering van Telaprevir hebben onderzoekers vastgesteld dat het medicijn de tijd, die nodig is voor een succesvolle behandeling van hepatitis C, drastisch kan verkorten.
Telaprevir verhoogt tweede-fase daling van Hepatitis C.
De analyse van de kinetiek van een Telaprevir behandeling voor het hepatitis C virus toont een snelle tweede-fase virale daling, die kan zorgen voor een kortere duur van de behandeling, volgens een studie die op 7 maart online gepubliceerd werd in Hepatology.
Jeremie Guedj, Ph.D., en Alan S. Perelson, Ph.D., van het Los Alamos National Laboratory in New Mexico, onderzochten de tweede-fase HCV virale daling tijdens een behandeling met Telaprevir. Er werden twee aspecten van de Telaprevir behandeling onderzocht: het effect van verschillende regimes van Telaprevir als monotherapie bij 28 deelnemers, en de vergelijking tussen een Telaprevir monotherapie bij acht patiënten en een Telaprevir plus Interferon therapie eveneens bij acht patiënten. Met behulp van een nieuw viraal kinetisch model, en ervan uitgaande dat medicijnresistentie vermeden kon worden, beoordeelden ze de behandelingstijd die nodig was om alle virussen en geïnfecteerde cellen te elimineren.
De onderzoekers vonden dat de tweede-fase virale daling in verband stond met de effectiviteit van de behandeling, en deze daling verliep ongeveer vier keer sneller met Telaprevir dan met Interferon gebaseerde therapieën. In het voorspellend model, ervan uitgaande dat 95 procent van de patiënten volledig compatibel was, kon het laatste virusdeeltje geëlimineerd worden binnen de zeven weken, en de klaring van resterende infecties in de hepatocyten was afgerond in niet meer dan 10 weken. Deze tijdsduur werd wel verlengd in geval van gemiste doses.
“Met behulp van een nieuw viraal kinetisch model, dat een betere beschrijving toelaat van de veranderingen in de antivirale effectiviteit van de behandeling, was de tweede-fase virale daling zeer snel afgerond, vergeleken met de tweede-fase daling die waargenomen werd bij patiënten die behandeld werden met Interferon alleen, met geen verschillen i.v.m. het behandelschema”, schrijven de auteurs.
EENMAAL DAGELIJKS BI201335 VERHOOGT RESPONS OP INTERFERON BIJ HEPATITIS C.
Originele titel: Once-Daily BI201335 Ups Response to Interferon for Hepatitis C
Bron: www.hivandhepatitis.com, 15 april 2011
De experimentele HCV proteaseremmer BI201335 van Boehringer-Ingelheim, toegevoegd aan gepegyleerde Interferon en Ribavirine, verbeterde de rata van blijvende respons, zowel voor behandelingsnaïeve als voor behandelingservaren patiënten met genotype 1. Dit werd door onderzoekers gemeld tijdens het EASL Congres 2011 in Berlijn.
Direct werkende antivirale middelen, die zich richten op de verschillende stappen van de levenscyclus van het hepatitis C virus (HCV), zullen naar verwachting leiden tot een nieuw paradigma in de behandeling van chronische hepatitis C, in het bijzonder voor patiënten met het moeilijk te behandelen HCV genotype 1. Tot op heden werden de meeste experimentele kandidaat-medicijnen toegevoegd aan de standaardtherapie, die bestaat uit gepegyleerde Interferon (Pegasys of PegIntron) plus Ribavirine, maar onderzoekers zijn nu begonnen met de bestudering van volledig orale behandelingen.
Op het Internationale Lever Congres van de ‘Europese Associatie voor de Studie van de Lever’ (EASL 2011) deze maand in Berlijn, hebben onderzoekers resultaten voorgesteld van Silen-C1 en Silen-C2, die de NS3/4A proteaseremmer BI201335 geëvalueerd hebben, respectievelijk bij patiënten die voor de eerste keer gestart waren met een behandeling (=behandelingsnaïeven), en bij patiënten die niet reageerden op eerdere behandelingen (=behandelingservaren).
Silen-C1 voor hehandelingsnaïeve patiënten.
Het Fase II b Silen-C1 onderzoek omvatte 429 chronische hepatitis C patiënten met HCV genotype 1, die geen voorafgaande op Interferon gebaseerde therapie ontvangen hadden. Iets meer dan de helft van deze patiënten waren mannen, meer dan 80% was blank en de gemiddelde leeftijd was ongeveer 45 jaar.
De deelnemers werden willekeurig verdeeld in 4 armen.
De eerste 2 armen kregen ofwel 120 mg, ofwel 240 mg BI201335, eenmaal daags toegediend, samen met Interferon/Ribavirine, na een 3-daagse gewenningsperiode van gepegyleerde Interferon alfa-2a (Pegasys) plus aan hun gewicht aangepaste Ribavirine.
De derde groep is gestart met 240 mg BI201335, eenmaal daags, toegevoegd aan gepegyleerde Interferon/Ribavirine, zonder inleidende periode.
De uiteindelijke controlegroep kreeg de standaardtherapie, bestaande uit gepegyleerde Interferon/Ribavirine, plus een placebo.
Alle groepen kregen gedurende 24 weken BI201335 toegevoegd. De groep met 120 mg BI201335 en de placebo groep vervolgden de therapie met gepegyleerde Interferon/Ribavirine tot en met week 48. Patiënten in de groep van 240 mg BI201335, die een uitgebreide snelle virologische respons bereikt hadden (eRVR = HCV virale lading <25 IU/ml in week 4 en week 8 tot 20), werden opnieuw gerandomiseerd naar ofwel een groep die alle therapie stopte in week 24, ofwel een groep die Interferon/Ribavirine bleef nemen tot en met week 48.
Resultaten:
Alle groepen die BI201335 kregen, hadden een significant betere respons dan degenen die de standaardtherapie plus placebo volgden.
De hoogste rata van snelle en aanhoudende virologische respons (SVR) werden waargenomen bij deelnemers die eenmaal daags 240 mg BI201335 kregen zonder inleidende periode.
De eRVR rata:
De SVR rata:
Bij de deelnemers, die gerandomiseerd werden naar de armen met een verschillende toedieningsduur van 240 mg BI201335, was de respons als volgt:
240 mg met inleiding: 82% na 24 weken, versus 96% na 48 weken, een significant verschil
240 mg zonder inleiding: 93% na 24 weken, versus 90% na 48 weken, geen significant verschil
Ongeveer 8% was recidief in de groep van 240 mg BI201335 zonder inleiding, versus 14% in de groep die de standaardtherapie plus placebo kreeg.
De algemene bijwerkingen waren hoger in de BI201335 armen, hoewel de meeste bijwerkingen mild tot matig waren.
De rata van ernstige bijwerkingen bedroegen 12% en 16% in de groepen van respectievelijk 120 mg en 240 mg BI201335 met inleiding, en 13% in de groep van 240 mg BI201335 zonder inleiding, vergeleken met 4% in de groep met de standaardtherapie plus placebo.
Stopzettingen wegens bijwerkingen bedroegen respectievelijk 4%, 12%, 5% en 1%.
Patiënten die BI201355 kregen, met name de dosis van 240 mg, ervaarden meer kans op misselijkheid en braken.
Ongeveer 20% van de patiënten die de hoogste dosis BI201335 kregen, ontwikkelde geelzucht, in vergelijking met ongeveer 1% in de controle-arm, maar er waren geen ernstige gevallen.
Patiënten die de hoogste BI201335 dosis kregen, ervaarden meer kans op huiduitslag, met inbegrip van matige en ernstige (ongeveer 4%) huiduitslag.
De gemiddelde ALT waarden verbeterden in alle BI201335 armen, in vergelijking met de placebogroep.
De onderzoekers concludeerden dat eenmaal dagelijks BI201335, met gepegyleerde Interferon en Ribavirine “een hoge werkzaamheid bereikte, met een goede verdraagbaarheid en veiligheid op alle dosisniveaus”.
In de groep van 240 mg BI201335 zonder inleiding, bereikte 87% SVR, en de voortzetting met gepegyleerde Interferon/Ribavirine gedurende nog eens 24 weken bracht geen verbetering in de resultaten. De 3-daagse inleiding met gepegyleerde Interferon/Ribavirine werd geassocieerd met een verminderde respons en met meer bijwerkingen.
Silen-C2 voor behandelingservaren patiënten.
Het Fase II b Silen-C2 onderzoek heeft gekeken naar de werkzaamheid van BI201335 bij chronische hepatitis C patiënten met genotype 1, die niet reageerden op een eerdere behandelingskuur van ten minste 12 weken gepegyleerde Interferon/Ribavirine.
Deze studie omvatte 288 deelnemers. Ongeveer tweederde van de patiënten was mannelijk, ongeveer 90% was blank en de gemiddelde leeftijd was ongeveer 50 jaar. Ongeveer de helft van de deelnemers waren eerdere nul-responders – wat betekent dat ze nooit een grote (ten minste 1 log) daling van HCV RNA hadden tijdens de behandeling – en ongeveer één derde van de patiënten bestond uit eerdere partiële responders (meer dan 1 log afname, maar nooit niet-detecteerbaar). Personen die voorafgaandelijk een terugval hadden, werden niet opgenomen in de studie.
De deelnemers werden willekeurig toegewezen aan groepen die 240 mg BI201355 kregen – ofwel één keer, ofwel twee keer per dag – en indien eenmaal daags, met of zonder een 3-daagse inleidende periode van gepegyleerde Interferon/Ribavirine. Iedereen stopte met BI201335 in week 24. De groep met 240 mg eenmaal daags, met een inleidende periode, werd verder gerandomiseerd naar een groep die op hetzelfde moment ook stopte met gepegyleerde Interferon/Ribavirine, of naar een groep die ermee verder ging tot week 48.
Resultaten:
De armen met en zonder inleidende periode hadden soortgelijke eRVR rata, maar de groep die eenmaal daags BI201335 kreeg, zonder inleiding, lag voorop voor SVR.
De eRVR rata:
De SVR rata:
Bij de patiënten in de eenmaal dagelijkse groep met inleiding, hadden de personen die 48 weken behandeld werden significant hogere SVR rata dan de patiënten die gedurende 24 weken behandeld werden (respectievelijk 72% versus 40%).
Deelnemers die tweemaal daags BI201335 kregen, hadden ongeveer dubbele rata van ernstige bijwerkingen, vergeleken met eenmaal dagelijkse ontvangers (respectievelijk 28% versus 14%).
Ongeveer 15% van de patiënten in de tweemaal dagelijkse arm met inleiding moest de behandeling stopzetten vanwege bijwerkingen, tegenover slechts 1% in de eenmaal dagelijkse arm zonder inleiding.
Ongeveer 6% van de patiënten in de tweemaal dagelijkse arm met inleiding ervaarde ernstige huiduitslag, versus 1% in de eenmaal dagelijkse arm zonder inleiding.
Er waren geen gevallen van ernstige geelzucht, in geen elke arm.
De onderzoekers concludeerden dat 240 mg BI201335 eenmaal daags, met gepegyleerde Interferon en Ribavirine, “een hoge werkzaamheid vertoonde evenals een goede verdraagzaamheid bij deze zeer moeilijk te behandelen patiëntenpopulatie van non-responders op eerdere behandelingen met gepegyleerde Interferon/Ribavirine”.
Nogmaals werd de 3-daagse inleidende periode met gepegyleerde Interferon en Ribavirine geassocieerd met een verminderde virologische respons. In tegenstelling met de behandelingsnaïeve patiënten in Silen-C1, deden eerdere non-responders het echter significant beter na 48 weken, vergeleken met 24 weken van de behandeling.
BMS-790052/BMS-650032 COMBO GENEEST HEPATITIS C ZONDER INTERFERON.
Originele titel: BMS-790052/BMS-650032 Combo Cures Hepatitis C Without Interferon
Bron: www.hivandhepatitis.com, 18 april 2011
De meeste eerdere non-responders met HCV genotype 1 bereikten een aanhoudende respons met een viervoudige combinatie van 2 experimentele agenten plus gepegyleerde Interferon/Ribavirine, en bijna 40% haalde dit met behulp van alleen de 2 orale medicijnen, BMS-790052 en BMS-650032, hebben onderzoekers gemeld tijdens het EASL Congres 2011.
In één van de meest opwindende studies, voorgesteld op de Conferentie van de Europese Vereniging voor de Studie van de Lever (EASL) deze maand in Berlijn, toonden 2 nieuwe orale middelen, in combinatie met de standaardbehandeling van hepatitis C, opmerkelijke resultaten bij mensen met chronische hepatitis C, die niet gereageerd hadden op eerdere standaardbehandelingen.
Nog indrukwekkender was het feit dat 4 van de 11 patiënten, die behandeld werden met de 2 orale medicijnen alleen, een aanhoudende respons bereikten. Dit is een proof-of-concept waarop artsen en patiënten met het hepatitis C virus (HCV) reeds lange tijd gehoopt hadden: een remedie voor hepatitis C zonder het toxische regime van gepegyleerde Interferon/Ribavirine.
Voor een beetje achtergrond: slechts ongeveer 40% van de patiënten met moeilijk te behandelen HCV genotype 1 bereikt een aanhoudende virologische respons (SVR, of een genezing) na 48 weken van gepegyleerde Interferon/Ribavirine alleen. Degenen die niet reageren op een eerste kuur van de standaardbehandeling (non-responders), doen het meestal niet goed wanneer ze opnieuw behandeld worden met hetzelfde regime. De laagste genezingspercentages worden waargenomen bij eerdere nul-responders, of de patiënten die hun HCV-RNA niet konden onderdrukken met ten minste 2 log IE/ml na 12 weken therapie.
De huidige lichting nieuwe direct werkende antivirale middelen zijn meer beloftevol voor alle patiëntenpopulaties met HCV. Tot nu toe werden de meeste van deze geneesmiddelen toegevoegd aan gepegyleerde Interferon/Ribavirine, maar sommige middelen worden nu getest in volledig orale combinaties, waardoor mensen met HCV de bijwerkingen van Interferon en Ribavirine kunnen vermijden.
In een studie, die voorgesteld werd in Berlijn, keken Anna Lok en haar collega’s naar 2 van deze direct werkende agenten, die verondersteld worden synergetisch te zijn: BMS-790052, een eerste NS5A replicatie complex remmer, en BMS-650032, een HCV proteaseremmer.
De Fase II a studie, met 21 nul-responders van genotype 1, vergeleek 2 armen: één arm met slechts 60 mg BMS-790052 eenmaal daags plus 600 mg BMS-650032 tweemaal daags (groep A) en de tweede arm met de 2 nieuwe geneesmiddelen in combinatie met 180 microgram/week gepegyleerde Interferon alfa-2a (Pegasys) en 1000-1200 mg/dag aan het gewicht aangepaste Ribavirine (groep B), allemaal gedurende 24 weken.
Ongeveer 80% van de deelnemers in groep A en 40% in groep B waren mannen. De meeste personen waren blank en de gemiddelde leeftijd was ongeveer 55 jaar. Ongeveer 90% had de ongunstige IL28B CT of TT genpatronen, die een slechte respons op Interferon voorspellen.
De resultaten waren vooral opvallend in de groep met de 2 nieuwe geneesmiddelen zonder standaardbehandeling. In Groep A bereikten 4 van de 11 deelnemers (36%) SVR op 12 en 24 weken. Uit deze gegevens blijkt dat een HCV infectie genezen kan worden zonder Interferon en Ribavirine.
In de groep die gerandomiseerd werd om een vierdubbele therapie te ontvangen, bereikten 10 van de 10 personen, of 100%, SVR op 12 weken, en 9 van 10 (90%) presteerden dat bij 24 weken, wat een hoog genezingspercentage is bij deze moeilijk te behandelen populatie. De persoon die SVR bereikte op 12 weken, maar niet op 24 weken, toonde weer HCV-RNA beneden de grens van kwantificering wanneer hij 35 dagen later getest werd.
Resistentie tegen zowel BMS-790052 als BMS-650032 werd gezien bij de 6 mensen die een HCV doorbraak vertoonden. De meeste bijwerkingen, waaronder vermoeidheid, neutropenie en ALT verhogingen, waren matig, en er waren geen ernstige bijwerkingen of stopzettingen wegens bijwerkingen, in geen van beide groepen.
Alles tezamen genomen, toonden deze resultaten aan dat BMS-790052 en BMS-650032 krachtige nieuwe middelen zijn, die de manier waarop HCV behandeld zal worden in de nabije toekomst zou kunnen veranderen.
Uit een andere studie, die ook voorgesteld werd op de Conferentie, bleek dat BMS-790052 plus gepegyleerde Interferon/Ribavirine zeer effectief was voor mensen met HCV genotype 1 die de behandeling voor de eerste keer startten.
BMS-790052 + GEPEGYLEERDE INTERFERON/RIBAVIRINE WERKT GOED ALS EERSTE HCV BEHANDELING.
Originele titel: BMS-790052 + Pegylated Interferon/ Ribavirin Works Well for First HCV Treatment
Bron: www.hivandhepatitis.com, 18 april 2011
Ongeveer 90% van de behandelingsnaïeve patiënten met hepatitis C genotype 1 bereikte een aanhoudende respons in week 12 van de behandeling, met behulp van de experimentele HCV proteaseremmer BMS-790052 plus gepegyleerde Interferon/Ribavirine, hebben onderzoekers gemeld tijdens het EASL Congres 2011.
Mensen met een chronische hepatitis C virusinfectie (HCV), die voor het eerst een behandeling ondergaan, hebben de grootste kans op het behalen van een aanhoudende virologische respons (SVR), of een voortgezette niet-detecteerbare HCV virale lading, na de voltooiing van de therapie.
Toch zijn slechts ongeveer de helft van de mensen met het moeilijk te behandelen HCV genotype 1 genezen na de eerste keer. Nieuwe, direct werkende antivirale geneesmiddelen, die zich richten op de verschillende stappen van de HCV levenscyclus, vergroten de kans op succes van een behandeling wanneer ze toegevoegd worden aan de standaardtherapie van gepegyleerde Interferon plus Ribavirine, en ze kunnen de behandelingsduur verkorten.
In een ‘late-breaker’ poster, voorgesteld op de Conferentie van de Europese Vereniging voor de Studie van de Lever (EASL) deze maand in Berlijn, beschreven Stanislas Pol en zijn collega’s van het Hôpital Cochin in Parijs een studie, die 3 doses evalueerde van BMS-790052, gecombineerd met de standaardtherapie.
Dit Fase II a onderzoek omvatte 48 chronische hepatitis C patiënten met genotype 1, die voor de eerste keer een behandeling ondergingen. Ongeveer tweederde van de patiënten was mannelijk en de gemiddelde leeftijd was ongeveer 50 jaar. Ongeveer 80% was blank, tweederde had HCV genotype 1a, en ongeveer één derde had het gunstige IL28B CC genpatroon (hoewel dit varieerde in de studie-armen).
De deelnemers werden willekeurig uitgekozen voor het ontvangen van doses van 3 mg, 10 mg of 60 mg BMS-790052 eenmaal daags in combinatie met gepegyleerde Interferon alfa-2a (Pegasys) plus op het gewicht gebaseerde Ribavirine, of anders alleen een standaardtherapie, allemaal gedurende 48 weken.
Resultaten:
In een ‘intent-to-treat’ analyse na 4 weken, bereikte 42% van de patiënten met 3 mg BMS-790052, 92% van de personen met 10 mg en 83% van de mensen met 60 mg een snelle virologische respons (RVR), vergeleken met 8% in de controlegroep met de standaardtherapie.
Op 12 weken, had 42%, 83% en 75% van de patiënten in de 3 respectievelijk BMS-790052 dosisarmen nog steeds een ondetecteerbare virale lading, vergeleken met 8% in de arm met de standaardtherapie.
De aanhoudende virologische respons, 12 weken na de voltooiing van de therapie (SVR12), bedroeg 42% (5 van 12), 92% (11 van 12) en 83% (10 van 12) in de respectievelijk BMS-790052 armen, terwijl de arm met de standaardtherapie steeg tot 25% (3 van 12).
De deelnemers in de 10 mg en 60 mg BMS-790052 armen hadden vergelijkbare responspercentages, ongeacht het IL28B genotype.
2 mensen ervaarden een HCV doorbraak tijdens de behandeling of een terugval na de behandeling in de 60 mg BMS-790052 arm, vergeleken met 3 in de 10 mg arm, 7 in de 3 mg arm en 9 in de arm met de standaardtherapie.
BMS-790052 werd over het algemeen goed verdragen, met algemene bijwerkingrata die gelijk waren aan die van de standaardtherapie.
Er was echter meer kans op behandelingsonderbrekingen, medicijnstopzettingen en dosisverlagingen in de hoogste BMS-790052 dosisgroep.
Gebaseerd op deze bevindingen, concludeerden de onderzoekers: “BMS-790052 is een krachtige HCV replicatie complex remmer, en het kan een hoge graad van SVR bereiken in week 12, bij patiënten die geïnfecteerd zijn met HCV genotype 1, wanneer het gecombineerd wordt met gepegyleerde Interferon/Ribavirineâ€.
De blijvende responsrata waren hoog met BMS-790052 bij doses van 10 mg (92%) of 60 mg (83%), voegden ze eraan toe, maar de laagste dosis was niet zo effectief.
Uit een andere studie, die ook voorgesteld werd op de Conferentie, bleek dat BMS-790052 plus BMS-650032, een tweede direct werkend medicijn, de meeste eerdere non-responders genezen had, bij gebruik in een viervoudig regime met gepegyleerde Interferon/Ribavirine, en bijna 40% van de patiënten was genezen nadat de 2 orale geneesmiddelen alleen gebruikt werden.
ZIJN VROEGE MENOPAUZE EN HEP C BEHANDELINGSRESPONS VERBONDEN?
Originele titel: Are Early Menopause and Hepatitis C Treatment Response Connected?
Bron: www.hepatitis-central.com, 18 april 2011
In vergelijking met vrouwen die in hun vruchtbare jaren zijn, hebben vrouwen in de menopauze een nadeel in de strijd tegen hepatitis C. Vrouwen bij wie de menopauze voortijdig begint, hebben echter een nog grotere hindernis te overwinnen.
Vrouwen bij wie de menstruatie eerder stopt dan gebruikelijk, lopen verschillende hogere gezondheidsrisico’s dan vrouwen die hun menopauze beginnen vanaf 50 jaar. Helaas voor vrouwen met chronische hepatitis C, die een vroege menopauze ervaren hebben, behoort niet in staat zijn om een aanhoudende virologische respons (SVR) te bereiken tot deze gezondheidsrisico’s.
Deskundigen beschouwen een menopauze als voortijdig wanneer die zich voordoet bij vrouwen die jonger zijn dan 40 jaar, en 51 jaar is de gemiddelde leeftijd van een natuurlijke menopauze voor Amerikaanse vrouwen. Hoewel de symptomen van een vroegtijdige menopauze in wezen dezelfde zijn als die welke zich voordoen tijdens een normale menopauze, kunnen ze toch ernstiger zijn. Deze symptomen omvatten:
Vrouwen in de menopauze, op de gebruikelijke leeftijd of voortijdig, hebben een verlaagd oestrogeengehalte omdat hun eierstokken stoppen met het produceren van het grootste gedeelte van dit hormoon. Deze daling van de oestrogeenspiegel is de oorzaak van een verhoogd risico op diverse gezondheidsproblemen in verband met de menopauze, zoals osteoporose, darmkanker, eierstokkanker, parodontitis (=ontsteking van weefsel rond de tanden) en staar.
Recent opgekomen aanwijzingen geven aan dat een verhoogd risico op leverschade en een verminderde kans op het bereiken van SVR na een hepatitis C behandeling ook behoren tot de risico’s van de menopauze. Als de belangrijkste indicator van het feit dat de antivirale therapie hepatitis C geëlimineerd heeft uit het lichaam van een persoon, is SVR een criterium dat de succesvolle behandeling bepaalt van deze uitdagende virale infectie van de lever.
Helaas blijken deze gezondheidsrisico’s nog groter te zijn voor vrouwen in een vroegtijdige menopauze. Deskundigen vermoeden dat dit komt omdat vrouwen in een vroegtijdige menopauze een groter deel van hun leven doorbrengen zonder de beschermende voordelen van hun eigen oestrogeen, in vergelijking met vrouwen die door een natuurlijke menopauze gaan.
Een hepatitis C infectie schrijdt langzamer voort en leverschade heeft de neiging om minder ernstig te zijn bij vrouwen dan bij mannen.
Spontane Hep C klaring:
Eén van de voordelen, die vrouwen hebben tegenover mannen, is dat ze meer kans hebben om hepatitis C volledig te verwijderen uit hun lichaam, zonder ooit chronische leverziekten te ontwikkelen. Over het algemeen ontwikkelt ongeveer 80 procent van de mensen die besmet zijn met hepatitis C ook een chronische infectie, maar dat percentage ligt lager voor vrouwen.
Uit een Duitse studie, van 1.018 jonge vrouwen die in 1978-1979 geïnfecteerd werden met hepatitis C via besmette immunoglobuline transfusies, bleek dat ongeveer 45 procent het virus vanzelf gewist had na 20 jaar. Onderzoekers vermoeden dat oestrogeen een rol speelt in dit onbetwistbaar vrouwelijk voordeel.
Progressie van leverziekten:
Als groep vertonen vrouwen de neiging tot een minder agressieve progressie van leverziekten dan mannen. Vrouwen met chronische hepatitis C zijn niet zo snel geneigd tot de ontwikkeling van levercirrose, leverkanker of leverfalen als mannen. Bij vrouwen met hepatitis C, die toch ernstige leverziekten ontwikkelen, duurt het proces meestal tientallen jaren.
In de Duitse studie die hierboven beschreven werd, hadden slechts vier van de 1 018 vrouwen cirrose ontwikkeld na 20 jaar. Dit komt waarschijnlijk ook omdat oestrogeen de lever lijkt te beschermen tegen beschadiging.
Omdat chronische hepatitis C en leverfibrose sneller evolueren bij mannen, en bij vrouwen in de menopauze, dan bij vrouwen in hun vruchtbare periode, hebben onderzoekers uit Italië de associaties onderzocht tussen menopauze, SVR en leverschade, bij patiënten met chronische hepatitis C. Zoals bekendgemaakt in de editie van maart 2011 van het tijdschrift Gastroenterology, voerden Erica Villa en haar collega’s een prospectieve studie uit van 1 000 niet eerder behandelde patiënten van 18 jaar en ouder, met een gecompenseerde leverziekte ten gevolge van chronische hepatitis C. Ze vonden dat SVR bereikt werd door:
Verdere analyse toonde aan dat een vroege menopauze de enige onafhankelijke factor was die het ontbreken van SVR voorspelde bij vrouwen met een hepatitis C virusinfectie van genotype 1, het meest voorkomende type in de VS. Als zodanig, concludeerden de onderzoekers dat bij vrouwen met chronische hepatitis C een vroege menopauze in verband gebracht werd met een lagere kans voor SVR, waarschijnlijk als gevolg van inflammatoire factoren die veranderen tijdens de menopauze.
Deze nieuwe informatie geeft vrouwen met een vroegtijdige menopauze nog een extra gezondheidsuitdaging die ze moeten overwinnen. Deze verbinding, tussen de oestrogeenniveaus, de progressie van leverziekten en het bereiken van een succesvol resultaat na een antivirale behandeling, zou echter kunnen leiden tot een beter begrip van het hepatitis C virus. Uiteindelijk geeft dit inzicht ons de mogelijkheid om een verbetering te produceren van de manier waarop we ons verdedigen tegen hepatitis C – van een op oestrogeen geïnspireerd vaccin tot een therapeutische interventie.
VERSTERKTE DANOPREVIR VERBETERT RESPONS BIJ EERDERE NUL-RESPONDERS.
Originele titel: Boosted Danoprevir Improves Response in Prior Null Responders
Bron: www.hivandhepatitis.com, 19 april 2011
Door gebruik te maken van een molecule van het verkoudheidsvirus, zouden Deense onderzoekers een manier gevonden kunnen hebben om mensen in te enten tegen hepatitis C.
Bijna 90% van de hepatitis C patiënten met genotype 1b, die eerder non-responders waren, en die behandeld werden met Ritonavir-versterkte Danoprevir plus gepegyleerde Interferon/Ribavirine, ervaarden een vroege virologische respons in week 12, maar 50% van de mensen met genotype 1a vertoonde een doorbraak.
Direct werkende antivirale middelen, gericht op verschillende stappen van de levenscyclus van het hepatitis C virus (HCV), zullen naar verwachting leiden tot een nieuw behandelingsparadigma, vooral voor mensen met moeilijk te behandelen HCV genotype 1 die geen aanhoudende virologische respons, of genezing, bereikten met een eerdere behandelingskuur. De noodzaak is met name urgent voor voorafgaande nul-responders die geen significante daling van hun HCV virale lading vertoonden, op geen enkel moment tijdens hun eerdere therapie.
Zoals gemeld op het Internationaal Lever Congres van de Europese Vereniging voor de Studie van de Lever (EASL) deze maand in Berlijn, heeft een internationaal team van onderzoekers de veiligheid en de werkzaamheid beoordeeld van de experimentele HCV NS3/4A ‘serine’ proteaseremmer Danoprevir van Roche (voorheen bekend als RG7227 en ITMN-191), versterkt met Ritonavir (Norvir) en toegevoegd aan de standaardtherapie, voor eerdere nul-responders.
Deze analysestudie omvatte 24 chronische hepatitis C patiënten, die ten minste geen 2 log reductie in HCV-RNA bereikten in week 12 van hun voorafgaande behandeling met gepegyleerde Interferon/Ribavirine.
De grotere studie vergeleek verschillende doses Danoprevir, of een placebo, plus de standaardtherapie. Alle eerdere nul-responders in deze subanalyse kregen open-label 100/100 mg Danoprevir/Ritonavir tweemaal daags, plus gepegyleerde Interferon alfa-2a (Pegasys) en aan het gewicht aangepaste Ribavirine, gedurende 12 weken, en daarna gepegyleerde Interferon/Ribavirine alleen tot en met week 48.
De meeste deelnemers (79%) waren mannen, 83% was blank, en de gemiddelde leeftijd was 48 jaar. Eén derde had HCV genotype 1a en 67% had 1b. Mensen met levercirrose werden uitgesloten.
Resultaten.
Op basis van deze bevindingen concludeerden de onderzoekers dat Danoprevir/Ritonavir 100/100 mg tweemaal daags, plus gepegyleerde Interferon/Ribavirine, “goed getolereerd lijkt te worden en het zorgt voor een robuuste virologische respons bij genotype 1b eerdere nul-responders, met een lage mate van virologische doorbraakâ€.
“In tegenstelling”, gingen ze verder, “werden er relatief hoge percentages van virologische doorbraak waargenomen bij genotype 1a nul-responders, die mogelijk aangepakt kunnen worden door de toevoeging van een tweede direct antiviraal middel, om de weerstandsbarrière te verhogen.
Ze voegden er nog aan toe dat een nieuw proces, ‘MATTERHORN’ genaamd, dit jaar zal beginnen met de evaluatie van versterkte Danoprevir, plus de experimentele HCV polymeraseremmer ‘Mericitabine’ (RG7128), plus gepegyleerde Interferon/Ribavirine, bij deze moeilijk te behandelen patiëntenpopulatie.
IL28B DIAGNOSTISCHE TEST NU OVERAL BESCHIKBAAR.
Originele titel: IL28B Diagnostic Test Now Widely Available
Bron: www.hepatitis-central.com, 20 april 2011
‘Quest Diagnostics’ biedt een test aan om IL28B te identificeren – de genetische variant die de respons helpt voorspellen op een Interferon gebaseerde therapie voor hepatitis C. De test is beschikbaar voor artsen, voor andere zorgverleners en voor onderzoeksdoeleinden van farmaceutische bedrijven.
Quest Diagnostics Incorporated (NYSE: DGX) is ’s werelds meest toonaangevende verstrekker van diagnostische testen, informatie en diensten. Het bedrijf heeft vandaag de beschikbaarheid aangekondigd van haar ‘AccuType ® IL28B test’, als hulp bij het voorspellen van de respons van een patiënt op een Peginterferon-alfa gebaseerde therapie voor hepatitis C virusinfecties (HCV). De test wordt door Quest Diagnostics aangeboden aan artsen en andere zorgverleners in de VS, en aan farmaceutische bedrijven voor het gebruik ervan in klinische onderzoeken.
De test werd ontwikkeld door een wereldwijde, niet-exclusieve licentie-overeenkomst, waarbij Schering Corporation, een dochteronderneming van Merck, bepaalde octrooirechten op zijn ‘Interleukine’ (IL) 28B genetische markers in licentie gaf aan Quest Diagnostics. Deze genetische markers hebben aangetoond dat ze een indicator verstrekken van de potentiële respons op een HCV therapie met Peginterferon-alfa. Aanvullende voorwaarden werden niet bekendgemaakt.
“Onze ‘AccuType IL28B test’ geeft artsen meer inzicht in de behandeling van individuele patiënten, die besmet zijn met de meest voorkomende vorm van HCV, en die gebruik maken van de antivirale standaardtherapieën”, zei Rick L. Pesano, MD, Ph.D., medisch directeur van de afdeling Infectieziekten bij Quest Diagnostics.
“Een ‘AccuType IL28B test’ zal artsen ook helpen bij het overwegen van alternatieve therapieën, die in de toekomst HCV proteaseremmers kunnen omvatten”.
Een combinatietherapie met Interferon/Ribavirine, toegediend gedurende enkele maanden, wordt beschouwd als standaardzorg bij de behandeling van HCV, hoewel verschillende experimentele HCV proteaseremmers momenteel prioritair getoetst worden door de Amerikaanse Food and Drug Administration. Bijwerkingen, zoals vermoeidheid, depressie en misselijkheid, beïnvloeden de meerderheid van de patiënten, en naar schatting 10 tot 14% van de patiënten stopt vroegtijdig met de therapie. Bovendien kan één op twee patiënten het virus niet uitroeien, zoals aangegeven wordt door bloedonderzoek na een volledige therapiekuur.
Een zeker polymorfisme van het IL28B gen, gevonden bij personen die besmet zijn met het meest voorkomende type van HCV (HCV genotype 1), helpt bij het identificeren van patiënten die twee keer zoveel kans hebben om het HCV virus op een duurzame wijze te elimineren wanneer ze behandeld worden met een combinatietherapie van gepegyleerde Interferon/Ribavirine. Ook andere factoren, zoals leeftijd en geslacht, kunnen van invloed zijn op de behandelingsrespons.
Een HCV infectie is de meest voorkomende chronische, door bloed overgedragen, infectie in de Verenigde Staten, die ongeveer 3,2 miljoen mensen chronisch besmet. Als het onbehandeld blijft, kan chronische HCV leiden tot leverkanker of levercirrose, waardoor een levertransplantatie nodig is. Chronische HCV infecties veroorzaken naar schatting 8 000 tot 10 000 sterfgevallen per jaar in de Verenigde Staten.
DIENT U KOKOSOLIE OP TE NEMEN IN UW HEP C WELLNESS PLAN?
Originele titel: Should You Include Coconut Oil in Your Hep C Wellness Plan?
Bron: www.hepatitis-central.com, 20 april 2011
Als u beschikt over attributen waarvan iemand met chronische hepatitis C zou kunnen profiteren, ontdek dan hier waarom kokosolie niet noodzakelijk een ideaal voedingsbestanddeel is.
Veel patiënten met hepatitis C weten dat groenten en alcohol de antithese zijn van elkaar: het eerstgenoemde is gunstig voor de lever, terwijl het laatste schadelijk is. Er zijn echter veel meer stoffen die de gezondheid van de lever kunnen beïnvloeden. Als we aan olie denken, schiet het ons meestal niet te binnen dat olie de lever helpt beschermen tegen giftige stoffen. Ondanks de reputatie van olie voor het neutraliseren van virussen, het stimuleren van energie en de ondersteuning van de lever, kan er een reden zijn waarom olie die afkomstig is van kokosnoten zelden bekendheid krijgt in de hepatitis C gemeenschap.
Lijden aan chronische hepatitis C betekent dat er een voortdurende strijd gevoerd wordt in de lever: het virus probeert aan te wakkeren en de lever te beschadigen, terwijl het lichaam zich ertegen verdedigt. Tijdens deze ‘veldslag’ kunnen keuzes in de levensstijl de levergezondheid op de ene of de andere manier beïnvloeden. Aangezien alles wat we eten of drinken verwerkt moet worden door de lever, kunnen voedselselecties een belangrijke rol spelen voor een goed gevoel bij hepatitis C.
Dieetrages, die beweren voordelig te zijn voor de gezondheid, veranderen om de paar jaar, en kokosolie is één van de producten die herhaaldelijk naar de aandacht grijpt. Met tegenstrijdige informatie over het wel of niet opnemen van kokosolie in een levergezondheidsprogramma, bestaat er een gegronde verwarring rond dit tropisch middel.
Laurinezuur.
Men beweert dat laurinezuur, een medium keten vetzuur dat vooral gevonden wordt in kokosolie, de stof is die voornamelijk verantwoordelijk is voor de gezondheidsvoordelen van kokosolie. Pure kokosolie bevat ongeveer 50 procent laurinezuur. Deze olie is de meest overvloedige natuurlijke bron van beschikbaar laurinezuur.
Laurinezuur is hetzelfde, ziektebestrijdende, medium keten vetzuur, dat ook in moedermelk aangetroffen wordt, waardoor baby’s beschermd worden tegen virale en bacteriële infecties. Volgens Dr. Mary Enig, auteur van “Know Your Fats: The Complete Primer for Understanding the Nutrition of Fats, Oils and Cholesterol” (“Ken uw vetten: De complete inleiding voor het begrijpen van de voedingswaarde van vetten, oliën en cholesterolâ€), wordt laurinezuur door het lichaam omgezet in ‘monolaurine’, een stof die beschikt over antivirale, antimicrobiële en schimmelwerende eigenschappen. Monolaurine vernietigt bepaalde virussen, schimmels en bacteriën door het celmembraan op te lossen, en het neutraliseert met lipiden bedekte virussen, zoals het herpes simplex virus-1, griep, mazelen, hepatitis C en organismen die geassocieerd zijn met infecties bij HIV patiënten.
Versterking van het metabolisme.
Van kokosolie wordt verondersteld dat het de stofwisseling verbetert, en het wordt soms geadviseerd voor gewichtsverlies of voor het chronisch vermoeidheidssyndroom, omdat kokosolie voornamelijk bestaat uit medium keten vetzuren (MCFAs = medium-chain fatty acids). MCFAs worden gemakkelijk verteerd en omgezet in energie, waardoor ze een verhoging van de stofwisseling veroorzaken. Als zodanig kan kokosolie de typische vermoeidheid van chronische hepatitis C helpen verminderen.
Lange keten vetzuren, zoals de vetten in meervoudig onverzadigde oliën, zijn moeilijker afbreekbaar voor het lichaam en moeilijker te gebruiken voor energie. In plaats daarvan worden lange keten vetzuren meestal opgeslagen als vet in het lichaam. Als extra voordeel voor mensen met een leververvetting, kan het verwijderen van lange keten vetzuren uit de voeding, en de vervanging ervan door MCFAs, ook leiden tot een verminderde vetafzetting.
Leverbescherming.
Hoewel het mechanisme nog niet volledig begrepen wordt, kan kokosolie de lever beschermen tegen verwondingen. Zoals gepubliceerd in een editie van 2011 van ‘Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine’, onderzochten Maleisische onderzoekers het vermogen van kokosolie (van eerste persing) om leverbeschadigingen te voorkomen. Ze vonden dat ratten, die deze kokosolie toegediend kregen, voorafgaand aan paracetamol (een bekende levertoxine), aanzienlijk minder leverschade vertoonden.
Verzadigd vet.
Groeiend bewijsmateriaal ondersteunt het idee dat kokosolie een verstandige keuze is voor mensen met chronische hepatitis C – maar niet iedereen is daarvan overtuigd. Als bekende en gerespecteerde gezondheidsautoriteit, is Dr. Andrew Weil geen voorstander van de consumptie van kokosolie. Als antwoord op een vraag met betrekking tot de gezondheid van kokosolie, herinnert Dr. Weil ons eraan dat kokosolie een verzadigd vet is, en in die mate kan kokosolie het cholesterolgehalte verhogen. Daarom stelt hij dat kokosolie slechts een zeer beperkte rol mag spelen in de voeding. Terwijl hij het vermogen erkent van kokosolie, om het metabolisme te stimuleren en om virussen te neutraliseren, stelt Weil vast dat er onvoldoende bewijs is om het gebruik ervan te adviseren.
Bepalen welke leefstijlfactoren een doorslag kunnen geven in de richting van een gezond leven met hepatitis C, is niet altijd een eenvoudige taak. Op basis van de feiten, zou een overschakeling naar kokosolie de lever kunnen helpen beschermen tegen hepatitis C. Maar kokosolie kan ook bevorderlijk zijn voor een stijging van het cholesterolgehalte – een situatie die het welzijn van de lever zou kunnen verergeren. Totdat er meer definitief onderzoek beschikbaar is, blijft het besluit om kokosolie te consumeren persoonlijk – omdat er nog geen goed advies bestaat om kokosolie al dan niet op te nemen in een hepatitis C dieet.
ZEVEN TIPS OM HCV THERAPIETROUW TE VERSTERKEN.
Originele titel: Seven Tips to Boost HCV Therapy Adherence
Bron: www.hepatitis-central.com, 22 april 2011
Een succesvol resultaat van een hepatitis C behandeling hangt af van de medicatietrouw tijdens de therapie. Een overzicht van zeven tips voor het verbeteren van die therapietrouw, die bovendien de kans verhoogt om het virus te verslaan…
Als antwoord op het groeiend aantal mensen dat besmet is met het virus dat verantwoordelijk is voor de meeste levertransplantaties in de VS, zijn farmaceutische bedrijven letterlijk aan het ‘racen’ om meer effectieve behandelingen te vinden voor chronische hepatitis C. Deze urgentie spruit voort uit het feit dat de huidige behandeling slechts ongeveer 50 procent effectief is voor het meest voorkomende genotype van hepatitis C in de Verenigde Staten. Het vermogen van hepatitis C om te vorderen naar cirrose, leverkanker of leverfalen, maakt van deze ziekte bovendien een aandoening die niet genegeerd kan worden. Ongeacht de op handen zijnde komst van nieuwe en verbeterde medicatie, zal het verbeteren van de therapietrouw waarschijnlijk nog veel meer mensen met hepatitis C helpen om het virus te verslaan.
Patiënten die de huidige standaardbehandeling voor hepatitis C volgen (combinatietherapie van Interferon en Ribavirine), weten dat de voltooiing van deze medicijnenkuur, volgens de oorspronkelijk voorgeschreven dosering, essentieel is voor het bereiken van een succesvol resultaat. Daarentegen maken de aanvallen van mogelijk ernstige bijwerkingen het moeilijk om vast te houden aan deze behandeling en hierdoor wordt de therapie een grote uitdaging.
Het definiëren van een succesvolle behandeling.
Er zijn geen garanties dat het hepatitis C virus uitgeroeid kan worden bij een geïnfecteerde persoon. Daarom zijn artsen wantrouwend tegenover het gebruik van het woord ‘genezing’ als het gaat om het elimineren van hepatitis C. De klinische indicator die we momenteel gebruiken om een succesvol verloop van een hepatitis C behandeling te beschrijven, is een aanhoudende virale respons (SVR). Als het genetisch materiaal van hepatitis C niet meer gedetecteerd kan worden in het bloed na de behandeling EN zes maand na het einde van de behandeling, heeft men SVR bereikt. Daarom gebruiken de meeste studies, die gericht zijn op het definiëren van het succes van een bepaalde hepatitis C medicijnencombinatie, SVR als eindpunt.
Het maximaliseren van SVR door therapietrouw.
Het primaire doel van een hepatitis C therapie is het maximaliseren van een aanhoudende virale respons. Hoewel SVR afhangt van talrijke factoren, is therapietrouw één van de weinige factoren die beïnvloed kunnen worden door een multidisciplinaire aanpak.
Ondanks het bekende belang van therapietrouw voor het bereiken van een virale uitroeiing, is de medicijnentrouw bij hepatitis C suboptimaal. Zoals gepubliceerd in een uitgave van 2010 van ‘Value in Health: The Journal of the International Society for Pharmacoeconomics and Outcomes Research’, vonden onderzoekers dat slechts ongeveer 60 procent van de patiënten met hepatitis C in de Verenigde Staten trouw was aan de voorgeschreven therapie.
Op basis van verscheidene klinische studies over hepatitis C combinatietherapieën, moet meer dan 20 procent van de patiënten de dosis verminderen, de behandeling tijdelijk staken, of voortijdig stoppen met de therapie van Ribavirine en/of Interferon, als gevolg van bijwerkingen. Zoals bevestigd door de bovengenoemde ‘Value in Health’ studie, hebben patiënten met gevorderde leverziekten minder kans om zich te houden aan hun behandeling van hepatitis C dan personen in een vroeg stadium van de ziekten, een bevinding die waarschijnlijk gerelateerd is aan een verhoogde gevoeligheid voor bijwerkingen.
De reductie van bijwerkingen.
Naast de verplichting om de voorgeschreven medicijnen te nemen, is het minimaliseren van de bijwerkingen tijdens de hepatitis C therapie één van de belangrijkste aspecten van therapietrouw. Van een multidisciplinaire aanpak, die ook acties van de patiënt omvat, wordt een verbetering van de therapietrouw verwacht, en het zou mensen met hepatitis C de beste kans geven om SVR te bereiken. De volgende suggesties zijn bedoeld om patiënten die hepatitis C medicijnen nemen op deze goede weg te houden:
Voorbeelden hiervan zijn: het gebruik van een pillendoos, om Ribavirine in bij te houden en om het niet te vergeten, en een kalender die ervoor zorgt dat u tijdig Interferon injecties krijgt. Het toevallig missen van dosissen is een ongelukkig incident dat mensen aan de verliezende kant van de behandeling kan zetten.
Toezicht en melding van bijwerkingen:
Prioriteit geven aan voeding:
Actief blijven:
Acupunctuur:
Aanvullen met Melkdistel:
Genetwerkt blijven:
Door het verbeteren van de therapietrouw tijdens een hepatitis C behandeling zullen de kansen op het bereiken van een aanhoudende virale respons – of misschien zelfs genezing – navenant toenemen. Het opnemen van de zeven tips die hierboven beschreven werden, in regimes van een combinatietherapie, zal de huidige SVR verwachting met 50 procent verhogen omdat veel meer patiënten in staat zullen zijn om chronische hepatitis C succesvol te elimineren uit hun lichaam.
TEGOBUVIR WERKT GOED IN DRIEDUBBELE EN VIERDUBBELE REGIMES VOOR HCV.
Originele titel: Tegobuvir Works Well in Triple and Quad Regimens for HCV
Bron: www.hivandhepatitis.com, 22 april 2011
Tegobuvir, de HCV polymeraseremmer van Gilead (GS-9190), verbeterde de responsrata bij behandelingsnaïeve patiënten met genotype 1, wanneer het gebruikt werd in verschillende combinaties met gepegyleerde Interferon, Ribavirine en de experimentele proteaseremmer GS-9256, hebben onderzoekers gemeld tijdens het Congres van EASL 2011.
‘Gilead Sciences’ test momenteel een portfolio van direct werkende antivirale middelen voor de behandeling van een chronische hepatitis C virusinfectie (HCV). Twee van deze geneesmiddelen zijn: Tegobuvir, een non-nucleoside HCV NS5B polymeraseremmer, en GS-9256, een macrocyclische HCV NS3 proteaseremmer. Beide agenten hebben een goede antivirale activiteit aangetoond in preklinische studies.
Op het Internationaal Lever Congres van de Europese Associatie voor de Studie van de lever (EASL) deze maand in Berlijn, hebben onderzoekers posters voorgesteld met gegevens uit een Fase II b klinische studie van Tegobuvir in combinatie met de standaardtherapie, evenals eerdere gegevens over Tegobuvir bij behandelingen waarbij ook GS-9256 toegediend werd.
Tegobuvir + standaardtherapie.
In de eerste studie keken E. Lawitz en zijn collega’s naar de behandeling met Tegobuvir plus gepegyleerde Interferon en Ribavirine gedurende 24 of 48 weken. Dit Fase II b onderzoek omvatte 252 voorheen onbehandelde chronische hepatitis C patiënten met HCV genotype 1 en zonder levercirrose.
De deelnemers werden willekeurig toegewezen aan 3 behandelingsarmen. Arm 1 kreeg de standaardtherapie, bestaande uit 180 microgram/week gepegyleerde Interferon alfa-2a (Pegasys) plus 1000-1200 mg/dag aan het gewicht aangepaste Ribavirine, plus een placebo, gedurende 48 weken. Arm 2 kreeg gepegyleerde Interferon/Ribavirine plus tweemaal daags 40 mg Tegobuvir, gedurende 48 weken. Arm 3 nam diezelfde drievoudige therapie gedurende 24 weken, en gebruikte daarna een reactie geleide strategie: ofwel stopzetting van de behandeling als ze een verlengde snelle virologische respons (eRVR) ervaarden, ofwel voortzetting tot de standaardduur.
Ongeveer 60% van de deelnemers was mannelijk, 85% was blank, en de gemiddelde leeftijd was 47 jaar. Ongeveer driekwart woonde in de VS en de rest in Europa. Ongeveer 55% had HCV genotype 1a, de rest had genotype 1b. De verhouding van het gunstige IL28B CC-genpatroon varieerde van 29% tot 45%, met een hoger percentage in de arm van de standaardtherapie.
Resultaten:
Op basis van deze bevindingen concludeerden de onderzoekers: “Gelijkaardige SVR percentages van 56% werden waargenomen, met [Tegobuvir/gepegyleerde Interferon/Ribavirine] en [gepegyleerde Interferon/Ribavirine], ondanks een ~ 30% verbetering in RVR en een ~ 20% verbetering in cEVR”.
Tegobuvir met GS-9256.
In de tweede poster hebben G.R. Foster en zijn collega’s voorlopige resultaten voorgesteld van een studie waarin de deelnemers Tegobuvir kregen plus GS-9256 alleen, of met Ribavirine alleen, of met gepegyleerde Interferon en Ribavirine, gedurende 4 weken voorafgaand aan de voortzetting met de standaardtherapie.
Dit onderzoek omvatte 46 deelnemers. Ongeveer 80% was mannelijk, de meesten waren blank, en de gemiddelde leeftijd varieerde van 47 tot 56 jaar in de verschillende behandelingsarmen. De verhouding met het gunstige IL28B CC-genpatroon varieerde van 12% tot 40%.
Resultaten:
“We hebben vastgesteld dat de toevoeging van Ribavirine aan GS-9256 + Tegobuvir geassocieerd werd met een grotere virussuppressie en met het ontstaan van verminderde weerstand”, concludeerden de onderzoekers.
“Met de 3 medicijnen (GS-9256 + Tegobuvir + Ribavirine) bereikte 38% RVR, en alle personen gingen toen verder om cEVR te bereiken, en ze hebben deze respons, tot dusver, volgehouden tot week 24 met [gepegyleerde Interferon + Ribavirine]“, gingen ze verder. “Met de 4 medicijnen (GS-9256 + Tegobuvir + [gepegyleerde Interferon + Ribavirine]) bereikten alle patiënten RVR, zonder doorbraken, en ze behielden deze reactie tot en met week 24″.
VERSTERKTE ABT-450 VERBETERT VROEGE RESPONS OP INTERFERON BIJ HEP C.
Originele titel: Boosted ABT-450 Improves Early Response to Interferon for Hepatitis C
Bron: www.hivandhepatitis.com, 27 april 2011
De toevoeging aan de standaardbehandeling van de experimentele HCV proteaseremmer ABT-450, versterkt met Ritonavir, verhoogde de kans op een volledige vroege virologische respons na 12 weken, bij niet eerder behandelde chronische hepatitis C patiënten met genotype 1.
Direct werkende antivirale middelen, gericht op verschillende stappen van de levenscyclus van het hepatitis C virus (HCV), zullen naar verwachting leiden tot een nieuw behandelingsparadigma, vooral voor mensen met het moeilijk te behandelen HCV genotype 1. Deze agenten zullen in eerste instantie toegevoegd worden aan de standaardtherapie, bestaande uit gepegyleerde Interferon plus Ribavirine, maar sommige geneesmiddelen worden al getest in volledig orale behandelingen.
Zoals beschreven tijdens het Internationaal Lever Congres van de Europese Vereniging voor de Studie van de Lever (EASL) deze maand in Berlijn, voerden Eric Lawitz en zijn collega’s een Fase II a klinische studie uit met ABT-450, een HCV proteaseremmer, die gezamenlijk ontwikkeld wordt door Abbott en Enanta.
Uit eerdere studies is gebleken dat een versterking met Ritonavir (Norvir, ontwikkeld als een HIV proteaseremmer) de ABT-450 plasmaconcentraties verhoogde, en dat het eenmaal daagse doseringen mogelijk maakte.
De huidige analyse omvatte 35 niet-voorbehandelde chronische hepatitis C patiënten, die willekeurig toegewezen werden om ABT-450/Ritonavir te ontvangen, of een placebo. Ongeveer 70% was mannelijk, ongeveer 80% was blank, de gemiddelde leeftijd was 50 jaar, en 80% had HCV genotype 1a. (Andere deelnemers in het grotere onderzoek kregen 2 andere experimentele middelen: de niet-nucleoside HCV polymerase remmers ABT-072 of ABT-333.)
De deelnemers kregen eenmaal daags ABT-450/Ritonavir in doses van 50/100 mg, 100/100 mg of 200/100 mg, ofwel een placebo, als monotherapie gedurende 3 dagen. Dan volgden gedurende 12 weken ABT-450/Ritonavir of een placebo in dezelfde dosis, in combinatie met 180 microgram/week gepegyleerde Interferon alfa-2a (Pegasys) plus 1000-1200 mg/dag aan het gewicht aangepaste Ribavirine. Na week 12 gingen ze verder met gepegyleerde Interferon/Ribavirine tot en met week 48. De tussentijdse resultaten van een geplande analyse in week 12 werden voorgesteld tijdens EASL 2011.
Resultaten.
“In week 12 bereikte een statistisch significant groter deel van de proefpersonen die ABT-450/Ritonavir + [gepegyleerde Interferon/Ribavirine] kregen een complete vroege virologische respons (92%), in vergelijking met de personen die een placebo + [gepegyleerde Interferon/Ribavirine] namen (18% )”, concludeerden de onderzoekers.
“In combinatie met [gepegyleerde Interferon/Ribavirine], was ABT-450/Ritonavir veilig en werd het goed verdragen gedurende de 12 weken van de behandeling, met een profiel van bijwerkingen en laboratoriumafwijkingen dat vergelijkbaar is met dat van [gepegyleerde Interferon/Ribavirine] alleen”, voegden ze eraan toe.
In een aparte analyse van de 3 daagse weerstandsgegevens, bleek ABT-450/Ritonavir, gedoseerd op 200/100 mg, “meer consequent de opkomst van ABT-450-geassocieerde resistente varianten te onderdrukken” dan de 2 lagere doses, aldus een persbericht uitgegeven door Abbott.
“We zullen doorgaan met het verkennen van het gebruik van ABT-450/Ritonavir en onze andere experimentele HCV behandelingen, bij een verscheidenheid van patiëntenpopulaties en van combinaties, met en zonder gepegyleerde Interferon alfa”, zei Scott Brun, MD, vice- president van de afdeling besmettelijke ziekte-ontwikkelingen van Abbott.
IDERA STELT STUDIE UIT VAN IMO-2125, EEN TLR9 AGONIST VOOR HEPATITIS C.
Originele titel: Idera Delays Study of TLR9 Agonist IMO-2125 for Hepatitis C
Bron: www.hivandhepatitis.com, 27 april 2011
‘Idera Pharmaceuticals’ heeft besloten om af te zien van een geplande klinische studie over haar experimentele hepatitis C medicijn IMO-2125, in afwachting van nadere gegevens over de toxiciteit ervan bij lopende dierproeven.
Idera Pharmaceuticals stelt begin uit van Fase II klinische studie, bij behandelingsnaïeve HCV patiënten, van IMO-2125, een TLR9 (Toll-like Receptor 9) agonist.
Idera Pharmaceuticals Inc. (Nasdaq: IDRA) heeft vandaag aangekondigd dat het ervoor gekozen heeft om het begin uit te stellen van haar geplande Fase II klinische studie van IMO-2125, op basis van voorlopige gegevens van een 26-weekse niet-klinische toxicologische studie van IMO-2125 bij knaagdieren. De Fase II klinische studie heeft betrekking op de evaluatie van IMO-2125 + Ribavirine, bij behandelingsnaïeve hepatitis C (HCV) patiënten met genotype 1.
“IMO-2125 werd geëvalueerd bij 96 met HCV geïnfecteerde patiënten in twee Fase I studies, en er werden geen behandelingsgerelateerde ernstige bijwerkingen of aan de behandeling gerelateerde stopzettingen waargenomen”.
Idera voert gedurende 26 weken klinische toxicologische onderzoeken uit van IMO-2125 bij knaagdieren en bij niet-menselijke primaten. Voorlopige analyses, van de histologiegegevens van de knaagdierenstudie, toonden gevallen aan van atypische ‘lymfocytaire proliferatie’. Het bedrijf verwacht gegevens van het onderzoek bij niet-menselijke primaten, en van aanvullende histologiegegevens (i.v.m. weefselleer) van het knaagdierenonderzoek, tijdens de tweede helft van 2011.
“De geplande Fase II proef van 12 weken met IMO-2125 werd ondersteund door eerder afgewerkte, niet-klinische, toxicologische onderzoeken van 13 weken, bij knaagdieren en niet-menselijke primaten. Maar gezien de voorlopige preklinische toxicologische gegevens uit de eerdere studie van 26 weken, hebben we besloten om de inleiding van de Fase II proef uit te stellen. We zijn van plan om verder te gaan nadat we de volledige gegevens geëvalueerd hebben van onze chronische, niet-klinische, toxicologische onderzoeken met IMO-2125″, aldus Sudhir Agrawal, D. Phil, Voorzitter en Chief Executive Officer bij Idera. “IMO-2125 werd reeds geëvalueerd bij 96 met HCV geïnfecteerde patiënten in twee Fase I studies, en er werden geen behandelingsgerelateerde ernstige bijwerkingen of aan de behandeling gerelateerde stopzettingen waargenomen”.
