Het is tijd om te denken aan veiligheid. Voorkomen is beter dan genezen.
Bezoek www.bdeurope.com/safety voor meer informatie over de preventie van prikongevallen.
Denken aan uw veiligheid is geen kleinigheid.
Elke dag stellen duizenden verpleegkundigen, artsen en andere gezondheidswerkers zich bloot aan gevaarlijke ziektes of bloedoverdraagbare pathogenen, zoals HIV, hepatitis C virus (HCV), hepatitis B virus (HBV) en andere (Hepatitis D, E, F, G; Syfilis, etc). Een ongeluk met een IV canule, een hypodermische naald of een naald voor bloedafname schuilt in een klein hoekje.
Naaldprikongevallen: een dom ongeval is snel gebeurd.
HIV en hepatitis B en C brengen grote risico’s met zich mee. Zelfs zonder daadwerkelijk besmet te worden, kan een prikongeval – in afwachting van de testresultaten – aanleiding geven tot weken, soms zelfs maanden, twijfel en angst. Wanneer chemotherapie noodza- kelijk is, staat het slachtoffer voor een uitputtende behandeling met aanzienlijke en hoogst onaangename neveneffecten.
De kans op besmetting is direct gerelateerd aan de hoeveelheid bloed waarmee de gezondheidswerker in contact komt en aan de concentratie aan pathogenen.
Onder andere daarom is de kans op overdracht afhankelijk van:
- de dikte van de naald het type naald (stomp of scherp, bloedgevulde holle naald of niet, injectie of afname)
- de diepte van de verwonding (oppervlakkig of diep)
- de toestand van de patiënt (immuunsysteem)
Alarmerende feiten!
Groot deel van de ongevallen wordt niet gemeld (60-80%)
Meer dan 80% van de gemelde ongevallen is gerelateerd aan prikongevallen met naalden
Gemiddeld gebeuren er 30 ongevallen per 100 bezette ziekenhuisbedden per jaar
De seroconversie percentages bij een blootstelling aan een gecontamineerd scherp voor- werp bedragen:
HIV 0,3% – - WW 34,3 miljoen besmet (1) n HCV 3 – 10% – - WW 170 miljoen chronische dragers (2)
AIDS Epidemic Update “Joint United Nations Programme On HIV/AIDS” 12/98 p.2. 2.”Hepatitis C” World Health Organization Fact Sheet N164 6/97. “Hepatitis B” World Health Organization Fact Sheet WHO/204 11/98.
Wat bepaalt de wet?
Richtlijn 2000/54/EEG van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk.
Deze richtlijn heeft tot doel de gevaren verbonden aan blootstelling aan biologische agentia zoveel mogelijk terug te dringen en zodoende werknemers te beschermen. Dit gebeurt door bedrijven en instellingen een aantal verplichtingen op te leggen. Er dient een aantal minimumvoorschriften te worden nageleefd en er is de verplichting om de blootstelling te karakteriseren en een beoordeling te maken van het risico van gezond- heidsschade.
In deze beoordeling moet o.a. rekening gehouden wor- den met de classificatie van biologische agentia. HIV en alle types van het hepatitis virus worden gerekend tot klasse 3, gevarengroep 3 met hoge prioriteit. Tevens moet aandacht worden besteed aan de risico’s inherent aan de aard van het werk.
Dit houdt onder meer in dat rekening wordt gehouden met de onzekerheid en de aard van de biologische agentia bij patiënten. Indien specifieke informatie ontbreekt, is het aangewezen er van uit te gaan dat dergelijke agentia aanwezig zijn.
De risicobeoordeling moet periodiek worden herhaald. In geval van blootstelling aan biologische agentia van klasse 2, 3 of 4 moeten maatregelen worden getroffen inzake opleiding en informatieverstrekking, regels betreffende de hygiëne, de operationele procedures, de fysieke inperking en het medisch toezicht.
Richtlijn 93/42/EEG van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen.
In het kader van de hygiënische maatregelen verplicht deze richtlijn het gebruik van persoonlijke bescher- mingsmiddelen, indien risico’s niet kunnen worden uitgeschakeld aan de bron of niet voldoende kunnen worden beperkt met maatregelen, methodes of procédés op het gebied van de organisatie of met col- lectieve technische beschermingsmiddelen.
Andere ontwikkelingen in Europese lidstaten
In Duitsland keurde het ABAS (een werkcomité voor de veiligheid van biologische agentia bij het Federale Ministerie van Landbouw) in mei 2003 een richtlijn goed voor het gebruik van veiligheidstechnologie om naaldprikongevallen te voorkomen. De nieuwe “TRBA 250″ (technische voorschriften voor bio- logische agentia) is gepubliceerd en sinds 1 december 2003 van kracht.
In het Verenigd Koninkrijk schuift het PAC (Public Accounts Committee) in een rapport naar voren dat bijkomende inspanningen nodig zijn rond training en het wegwerpen van scherpe voorwerpen, vooral in hoogrisicozones. Ettelijke internationale richtlijnen en rapporten over de incidentie van naaldprikongevallen tonen aan dat preventieprogramma’s kosteneffectief zijn.
Wist u dat…
- de meeste prikongevallen optreden in de kamer van de patiënt (34%) en in de operatiekamer (24%)
- het hoogste risico optreedt met holle, bloedgevulde naalden (naalden van IV katheters, bloedafnamenaalden, …)
- de meeste ongevallen gebeuren tijdens gebruik (23%) en na gebruik (vóór en tijdens verwijderen) (34%) van het materiaal
- de werknemers die het meeste risico lopen verpleegkundigen (44%) en artsen (15%) zijn
- in 1 op 3 gevallen het slachtoffer niet de oorspronkelijke gebruiker van het voorwerp was
- in Europa het aantal nieuwe hepatitis B infecties per jaar bijna 1 miljoen bedraagt
- in Europa er jaarlijks 250.000 nieuwe gevallen van hepatitis C bijkomen
- tenminste 1% van de wereldbevolking chronisch drager is van het hepatitis C virus.